Marjolijn de Cocq. Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Daar kwam ze aangezwommen, de nepmeermin met haar tandpastaglimlach

PlusMarjolijn de Cocq

Marjolijn De Cocq

In mijn toch al niet zo rustig kabbelende dromen doken deze week telkens zeemeerminnen op. Geen ‘echte’, maar van het soort vrouwen dat in veelkleurige neopreen meerminstaarten aan ‘mermaiding’ doet – een voor mij onbegrijpelijke maar onschuldige hobby die volgens een artikel in deze krant is komen overwaaien uit Australië en Amerika.

De engste, met een klatergouden staart en een overdosis glittermake-up, was echter een commercieel exemplaar. Ik droomde mij op vakantie in een Venetiëachtige stad, waar ik om onduidelijke redenen een rondvaart maakte door een Disneyachtig waterpretpark met kunstmatige watervallen en roze en lichtblauwe kastelen. Edoch: er kwam een levensgevaarlijke overstroming. Als razenden moesten we de kastelen verlaten en terug in de boot, die vervolgens metersdiep kelderde en onder water raakte. Terwijl ik mij het vege lijf probeerde te redden (de dikke winterjas die ik aanhad werd loodzwaar) kwam ze aangezwommen, de nepmeermin met haar tandpastaglimlach; ingehuurd als entertainment, zich nog niet bewust van de ramp die zich aan het voltrekken was.

En toen werd ik wakker.

En ja, misschien moet ik toch maar eens met iemand gaan praten.

Maar die zeemeerminnen, die snap ik wel. Die worden getriggerd door twee net verschenen boeken die ik vlak na elkaar las.

Hier komen wij vandaan is het wonderschone en tegelijk schrijnende debuut van Leonieke Baerwaldt bij Querido. Een ‘uit de hand gelopen gedachte-experiment’, noemt ze het zelf, een mozaïek onder meer geïnspireerd op de sprookjes van Andersen en Grimm. Waarin een kleine zeemeermin naar boven moet om de mensen en de sterren te zien en een prins te zoeken; en het meisje Ondine in Miriam een koudbloedige moeder met kieuwen heeft die uiteindelijk zo doorzichtig wordt dat ze wel weer moet wegzwemmen.

‘Betoverend’ – het woord dat uitgeverij Orlando gebruikt, vooruit – vond ik De meermin van Black Conch van de in Trinidad geboren Britse schrijver Monique Roffey (vertaald door Kees Mollema). Over de roodhuidige Aycayia, die vervloekt door vrouwen gedoemd is duizenden jaren als zeemeermin door de Caribische wateren te dolen. Tot ze op een dag boven water wordt gelokt door de gitaarmuziek van visser David Baptiste – en na een woeste strijd als trofee wordt binnengehaald door roodverbrande Amerikaanse sportvissers.

Zo strak en secuur als Baerwaldt de taal houdt in het verhaal rond Miriam, zo laat Roffey haar Aycayia zingzangen. Twee onvergetelijke nieuwe zeemeerminnen in de literatuur.

En roze noch lichtblauwe kastelen te bekennen.

Marjolijn de Cocq schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over