PlusInterview

Componist Theo Loevendie (91) schreef zijn tweede strijkkwartet: ‘Het was liefde op het eerste gehoor’

Theo Loevendie:  Beeld Rink Hof
Theo Loevendie:Beeld Rink Hof

Componist Theo Loevendie (91) heeft een nieuw strijkkwartet geschreven voor het Dudok Quartet Amsterdam. ‘Ze stalen mijn hart met hun uitvoeringen van Haydn en Ligeti.’

Erik Voermans

De grote Amsterdamse componist Theo Loevendie is nu 91, maar werkt nog elke dag en de geest is nog scherp. Bewijs: vorige week kreeg ik een mailtje, waarin hij schreef een interviewafspraak te willen verzetten, want hij lag in bed met corona. “En dat is niet de naam van mijn buurvrouw.”

Lopen gaat wel moeilijker. Gelukkig hoeft hij maar twintig meter af te leggen van zijn huis naar Café Welling, waar we hebben afgesproken.

Ik ben te vroeg. Het café is nog dicht. Buiten op de bank wacht ik op Loevendie, die op het afgesproken uur verschijnt en zegt: “Tegen openingstijd komen de alcoholisten tevoorschijn.”

Welling is zijn tweede huis. Hij speelt er één keer in de maand met bevriende musici.

Lekker experimenteren

“Voor die sessies heb ik inmiddels veertig stukken gecomponeerd,” zegt hij als we binnen aan een tafeltje zitten. “Nummers voor jazzmusici schrijven heb ik mijn hele leven gedaan. Kun je lekker experimenteren.” Die nummers staan nu op de cd Grounds van Theo Loevendie & The Wellingtonians, een inleg bij het Loeboek, waar die veertig stukken in notenschrift in staan.

Loevendies eigen Real Book (boek met bladmuziek van populaire jazznummers, red.), als het ware. Er hoort ook een interviewcahier bij, waarin Gerard van Wolferen de componist uitvoerig ondervraagt over zijn werkwijze. Loevendies ‘curventechniek’ wordt er helder in uitgelegd, net als de ‘nieuwe modaliteit’ die hij sinds 1995 toepast.

“Een eigen techniek geeft houvast,” zegt Loevendie. “Ik zie het aan jonge componisten, die worstelen met de keuzevrijheid die zo verschrikkelijk groot is.”

Tweede strijkkwartet

Ik spreek Loevendie omdat hij net een nieuw strijkkwartet, zijn tweede, heeft geschreven, dat op 13 april in première gaat in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Zijn eerste stamt uit 1961. “Dat was een mengsel van Bartók en Ravel. Het eerste stuk dat ik na mijn studie schreef. Ik was 31. Een aanloopwerk, al zitten er ook dingen in die ik tot op de dag van vandaag ben blijven doen.”

Een tweede strijkkwartet is er lang niet van gekomen. “Vergeet niet dat ik een blazer was en een jazzmuzikant. Dan denk je niet zo snel aan strijkkwartetten. Pas de laatste jaren kreeg ik opeens het gevoel dat er weer een strijkkwartet moest komen. Mijn voorbeeld was hier Verdi, die zijn hele leven opera’s schreef en laat in zijn leven nog met een strijkkwartet kwam. Ik ben gek op Verdi. Ik noem mezelf weleens ‘Loeverdi’ in een verwaande bui, haha. Vervolgens ben ik alles gaan beluisteren wat er aan Nederlandse strijkkwartetten bestaat, de ensembles dus. Ik vond ze allemaal heel erg goed, maar het Dudok Quartet stal mijn hart met hun uitvoeringen van Haydn en Ligeti. Liefde op het eerste gehoor. Ik heb ze een mail geschreven, iets wat ik nog nooit had gedaan. Of ze belangstelling hadden voor een stuk van mij. Ze hadden kunnen denken, wat moeten we met die ouwe knar, maar het tegendeel was het geval. Tot mijn grote genoegen toonden ze zich zeer verheugd.”

Klompendans en zeybek

Hij wilde oorspronkelijk een doorwrocht stuk met vijf of zes delen schrijven, à la Bartók, maar het werd iets anders. “Ik kwam op het spoor van een suite met dansen. Het eerste deel is een introductie en daarna komen er drie dansvormen: een klompendans, want je bent een Nederlander of je bent er geen, daarna een zeybek, een langzame dans in 9/4 uit het gebied rond het Turkse Izmir, die zowel door Grieken als Turken wordt gebezigd, en ik eindig met een jig. Ik ben een geboren ‘exotist’, nietwaar? Ik ben 25 jaar getrouwd geweest met een Turkse, dus dan weet je het wel. Voor het Cello Octet Amsterdam heb ik ooit eerder een zeybek gecomponeerd; een van mijn beste stukken, vind ik zelf. Ik overweeg sterk het strijkkwartet verder uit te breiden met andere dansen, iets Amerikaans, iets Senegalees; dat zweeft nu door mijn hoofd. Maar ik ben al 91, dus ik moet me niet gaan verliezen in allerlei fantasieën die ik niet meer kan verwezenlijken.”

Vervolgens begint hij enthousiast over zijn nieuwste plan, een soort cantate voor koor en gospelkoor over Anton de Kom. “Het onderwerp roept sterke emoties bij me op. De Kom is in 1945 vermoord in een Duits concentratiekamp, net als jazzduo Jonny & Jones, waar ik eerder al een opera over schreef. Maar het idee is nog pril. Als ik tijd van leven heb, wordt dat het volgende project. Misschien het laatste.”

Uiteraard spreken we dit laatste krachtig tegen. Loevendie wordt minstens 111 en schrijft nog drie opera’s en drie strijkkwartetten. Misschien wel vier.

Het Dudok Quartet speelt het Tweede strijkkwartet van Loevendie op 13 april in het Concertgebouw (Kleine Zaal). Aanvang 20.15 uur.

Meer over