PlusInterview

Commentator Michel Wuyts over zijn geliefde vak: ‘In bed telde ik geen schapen, maar wielrenners’

Michel Wuyts. Beeld Stefaan Temmerman/ID
Michel Wuyts.Beeld Stefaan Temmerman/ID

De trouwe wielerkijker moet het op de Vlaamse televisie al maanden doen zonder het vertrouwde geluid van Michel Wuyts. Maar hij is nog niet voorgoed van het toneel verdwenen. De commentator over zijn pensioen, inspiratiebron Marieke Lucas Rijneveld en bezeten zijn van de koers.

Thomas Sijtsma

In zijn woonkamer neemt Michel Wuyts plaats op dezelfde plek waar hij ongeveer een jaar geleden ook zat. Destijds zat Pieter de Windt tegenover hem, de hoofdredacteur van zijn werkgever Sporza, de sporttak van de VRT. Die had een korte, heldere boodschap: ‘Michel, het houdt voor u op na nieuwjaar’ – of woorden van gelijke strekking. Exact weet Wuyts de tekst niet meer, juist omdat het zo’n pijn deed dat hij met verplicht pensioen werd gestuurd.

Wellicht had de inmiddels 65-jarige voormalig wielercommentator het moeten zien aankomen. “Ik klampte mij vast aan evaluatiegesprekken van voorbije jaren waarin werd gesteld dat ze met mij door wilden,” zegt Wuyts. “Dan komt er een nieuwe baas binnen bij de VRT, die neemt de botte bijl en hakt erin. Er was niets in mij dat zei: kom, je wordt ouder papa, moet je niet wat anders? Ik zag het niet aankomen.”

Sacraal woordgebruik

Wie Wuyts hoort spreken, fantaseert als vanzelfsprekend over een voortrazend peloton en demarrerende coureurs. Zijn stem is sinds het begin van de jaren negentig onderdeel van de koers – daarvoor was Wuyts vijf jaar schooldirecteur. De Vlaming wordt geprezen om zijn encyclopedische wielerkennis en bijna sacrale woordgebruik. Websites zijn volgetikt met uitspraken die neigen naar pure poëzie.

Vanwege zijn immense populariteit werd een ruim zeven uur durend commentaar bij de olympische wegrit van 2016 van Wuyts en vaste commentaarpartner José De Cauwer volledig uitgeschreven in het boek Praat maar vol, jongens! Van start tot voorbij de finish, ruim 52.000 woorden. Dat de Belg Greg Van Avermaet op onwaarschijnlijke wijze goud won in Rio de Janeiro, stuwde de verkoop verder op.

Populair in Nederland

Zijn bekendheid reikt verder dan Vlaanderen. Ook Nederlanders zapten de afgelopen decennia maar al te graag de grens over, om naar zijn commentaar te luisteren terwijl de renners langs krokussen, zonnebloemen of vallende bladeren raasden. Tot de bazen van de VRT hem het zwijgen oplegden.

Bij de boodschap, die hij dus al een half jaar eerder kreeg, vroeg Wuyts wat er dan met José De Cauwer ging gebeuren. “Hij is een zeventiger. Volgens De Windt bleef hij aan om voor continuïteit te zorgen. Dat was de genadeslag voor mij. Het had toch andersom gekund?”

Geen medelijden met de geboren Leuvenaar. Zijn dienstverband van dertig jaar heeft een vervolg gekregen bij VTM, een andere televisieomroep, en de krant Het Laatste Nieuws, waar Wuyts al columns voor schreef. Dat blijft hij doen, en ook een wekelijkse podcast, een maandelijks krantenartikel en een enkele keer nog commentaar bij vooral de Italiaanse klassiekers als Milaan-San Remo en de Ronde van Lombardije.

Gelukzak

Wat maakt de ene commentator eigenlijk beter dan de andere? “Dat antwoord is evident: bezetenheid van de koers. Over die hartstocht moet je beschikken vanaf een leeftijd van vijf of zes jaar oud. Als je dat dan al niet hebt, wordt het zeer lastig. Ik sluit niet uit dat er een inhaalslag mogelijk is, maar die zul je dan voor een deel moeten veinzen. Hoe eerder je instapt, hoe groter de opstapeling van informatie.”

Om een heel werkend leven alleen maar bezig te zijn met wielrennen ziet Wuyts als een voorrecht. “Ik vind het bevredigend dat je altijd datgene mag doen waar je vroeger van droomde en waar je dan ook nog steeds beter in wordt. Ik ben een gelukzak, het speelt zich allemaal af in een domein dat vroeger mijn hobby was. Je verwezenlijkt een grote uitdaging. Dat is het, want je moet als commentator een grote groep mensen boeien. Bovendien school je jezelf bij in het vakgebied waar je zo van houdt.”

Met zijn vrouw op de gravelbike

De bezetenheid kreeg al vroeg vorm in het leven van Wuyts, die van zichzelf een moeilijke slaper is. In plaats van schapen te tellen, schoten de namen van wielrenners door zijn hoofd. Eerst probeerde hij alle winnaars van de Tour de France per jaargang op te noemen. Wanneer dat geslaagd was, ging hij over op de wereldkampioenen. Elke avond opnieuw. “Dat deed ik tot volwassen leeftijd. De intrede van de vrouw brengt toch veranderingen teweeg.”

Dat is Gerda Weckx – ze zijn al ruim veertig jaar een stel. De afgelopen jaren fietsten ze regelmatig samen op hun gravelbikes, de comfortabelere variant van een racefiets. “Ik moet me soms vastbijten in haar wiel, ze is snediger dan ik.”

Bij thuiskomst doet Wuyts wat hij altijd doet: grasduinen door uitslagenlijsten, interviews lezen en rennersbiografieën bijwerken in zijn steekkaarten. Een systeem uit vervlogen tijden, van voor het internet, waarmee andere wielervolgers hem inmiddels vereenzelvigen.

Romans lezen

Een ander vakgeheim is het voortdurend lezen van romans, zeker dertig per jaar, beweert Wuyts. “Ik lees de literatuur om de taal, daarmee verrijk ik mijn eigen woordenschat voor het commentaar. Mooie zinnen en passages schrijf ik soms op, zo probeer ik ze tijdens uitzendingen weer eenvoudiger naar boven te halen in het hoofd. Dat werkt.”

Favoriet zijn onder anderen Nederlander Tim Krabbé en de Brit Julian Barnes. “Het komt en gaat met golven. Een schrijver kan mij zo inspireren dat ik alles bijzet om alles van die persoon te lezen. Het grootste talent van de voorbije jaren is Marieke Lucas Rijneveld. Die blaast mij letterlijk weg.”

Het zijn de volmaakte zinnen van Krabbé en Rijneveld die Wuyts zo graag had mee willen geven aan de huidige generatie wielrenners, Wout van Aert en Mathieu van der Poel voorop. “What a time to be alive,” riep Wuyts al eens, uit waardering voor van hun manier van rijden. De twee staan zondag samen aan de start bij kasseiklassieker Parijs-Roubaix.

Geheime middelen

“Zij maken het wielrennen zoveel aantrekkelijker dan het de voorbije decennia was. Ze gooien het over een andere boeg en alle andere volgen. Ik zou dat heel graag wekelijks van commentaar voorzien. Het is een geweldige periode. Het krioelt in het peloton van de jongeren. Wat hebben ze gedaan? Waar komen ze vandaan? Elke revolutie is razend interessant, maar deze wielerrevolutie al helemaal.”

“Ik acht het wielrennen geloofwaardiger dan het in de jaren negentig en het begin van deze eeuw was. Dat stel ik met zekerheid vast, maar het zou van een geweldige naïviteit getuigen om te stellen dat de farmaceutica bij de ontwikkeling van medicijnen geen inspanningen verrichten om nieuwe middelen te vinden die sporters voordeel opleveren. Het zou mij niet verbazen dat er middelen bestaan die door wielrenners al zijn getest zonder dat wij het weten.”

De hoop op een definitieve breuk met het besmeurde dopingverleden van de sport put Wuyts uit de gesprekken die hij onder anderen met Van Aert en Van der Poel voerde. “Ze presenteren zich anders dan hun voorgangers. De jongeren zijn het negatieve imago van de sport spuugzat. Deze nieuwe generatie doet deze gepensioneerde man deugd. What a time to be alive.”

Meer over