PlusBoekrecensie

Colson Whiteheads Zone 1 is een even bloederige als intelligente traktatie

Zijn meest uitgesproken pulp fiction-uitstapje maakte Colson Whitehead in 2011, in het nu pas vertaalde Zone 1. Een staaltje postapocalyptische zombiehorror.

Dirk Jan Arensman
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Tegenover lezers die nuffig neerkijken op genrefictie is Colson Whitehead (1969) altijd een fijne naam om in je achterzak te hebben. Zeker sinds De ondergrondse spoorweg (2016) is hij immers een van de meest bejubelde literatoren van zijn generatie. In die doorbraakroman gaf hij evengoed een betoverende fantasydraai aan het slavernijverleden, terwijl hij elders onversneden sciencefiction- en thrillerelementen in zijn oeuvre verwerkte.

Zijn meest uitgesproken pulp fiction-uitstapje maakte Whitehead in 2011, in het nu pas vertaalde Zone 1. En dat staaltje postapocalyptische zombiehorror is ruim een decennium later nog steeds een even bloederige als intelligente traktatie.

Plaats van handeling is de stad New York, waar de bevolking, net als in de rest van de wereld, na de rampzalige pandemie uit twee groepen bestaat: ‘overlevers’ en wandelende doden.

Veilige enclave

Een bloeddorstige meerderheid van die laatste, ‘skellen’ genoemd, hebben hun virus middels beetwonden lang vrijelijk kunnen verspreiden. Sinds kort zetelt er echter een nieuwe ‘voorlopige regering’ in Buffalo, die de campagne Amerikaanse Feniks startte. Mariniers hebben met grootscheepse ‘veegoperaties’ een veilige enclave in Manhattan gecreëerd. Eenheden ‘vegers’ moeten nu in de rest van de stad zich verscholen houdende ondoden verdelgen. Een lid van zo’n team, (bijnaam) Mark Spitz, is de verteller die we hier drie dagen volgen.

In die van flashbacks vergeven dagen komen veel vertrouwde elementen voorbij, van plastische actiescènes tot weemoedige herinneringen aan gesneuvelde geliefden. Maar Whitehead reikt uiteraard voorbij de (genre)clichés.

Zo schetst hij de zelfverklaarde vleesgeworden middelmatigheid Spitz en nog een handjevol andere personages in al hun ragfijne psychologische nuances. Hij laat je glimlachen om het feit dat veel overlevenden lijden aan PASS (‘postapocalyptische stressstoornis’) of om dat patriottistische strijdlied van de wederopbouw: ‘Stop! Can You Hear the Eagle Roar?’ Terwijl andere absurdistische taferelen onverwacht je hart breken.

Ontroerende tredmolenzombies

Het lot van een onderafdeling van de skellen, de ‘achterblijvers’, bijvoorbeeld, die geen agressieve moordmachines werden, maar in catatonische staat, pakweg, eindeloos de klep van een fotokopieerapparaat open en dicht doen. Ontroerende tredmolenzombies als subtiel commentaar op de moderne condition humaine.

En dan moet de slotafdeling nog komen. Vijftig zinderende pagina’s, waarin in prachtig, soms ronduit lyrisch proza wordt toegewerkt naar een klassieke horrorfinale waarop zélfs Stephen King jaloers zal zijn.

null Beeld

Zone 1

Colson Whitehead
vertaald door Harm Damsma
Atlas Contact, €22,99
363 blz.

Meer over