PlusBoekrecensie

Charlotte Van den Broeck dicht over de relatie tussen natuur en de vrouwelijke vorm

Dieuwertje Mertens
Duinen in Zeeland. Beeld Getty Images/EyeEm
Duinen in Zeeland.Beeld Getty Images/EyeEm

Is de afbeelding van kunstenaar Jana Coorevits op de omslag een glooiend landschap of een close-up van een vrouwenlichaam? Charlotte Van den Broeck (1991) dicht: ‘In de halsaanzet van de heuvel de knik/ in de taille van de slapende zandreuzin// ze ligt in het landschap het landschap verschuilt zich/ in haar, kittelend’. In haar derde dichtbundel Aarduitwrijvingen onderzoekt de Vlaamse dichter de relatie tussen de natuur en de vrouwelijke vorm.

Van den Broeck liet zich voor deze bundel onder meer inspireren door een verblijf in de woestijn van Death Valley, gaat de dialoog aan met het werk van Coorevits, dicht over Aphrodite, een visser en terra pieta (zwarte aarde). De titel ontleende ze aan het werk van natuurkunstenaar Herman de Vries die een enorme verzameling grondmonsters van over de hele wereld heeft en de aarde over papier wrijft om ‘aarduitwrijvingen’ te maken, zoals Van den Broeck dat met taal probeert te doen.

In haar gedichten wordt het mensenlichaam teruggebracht tot een nietig detail dat zich beweegt door een landschap bestaande uit zand, stenen, rotspartijen en reliëfs. Van den Broeck dicht: ‘Wat is afstand/ anders dan een zich stapelende zandmassa – het staat al tot de kin(..) immersie// hoe ik me al die tijd bewogen heb/ stilgestaan terwijl wind het zand verlegt.’

Waarnemen en verbeelden

De gedichten in deze bundel gaan over waarnemen en verbeelden, zoals het gedicht Doen alsof een steen een vrucht is met de fantastische beginzin: ‘Een vrouw heeft treur/ in haar maag/ schraapt een nectarinepit// ze legt zich bolvormig/ in nabootsing van een vrucht/ om het binnenste (..) ze heeft heus honger// maar het fruit is hard/ en bloedt op het tandvlees’. Van den Broecks taalgebruik is sober, afgemeten en precies. Maar ze laat ruimte over voor de lezer om betekenis te geven aan het gedicht. Dat is de kracht van haar poëzie.

De mens geeft met zijn waarneming invulling aan het landschap. De tijd in deze bundel staat even stil, is teruggebracht tot de beweging van de aarde om de zon, een spel van schaduw en licht, zintuigelijk aanschouwelijk gemaakt en de lezer zoekt daarbinnen zijn plek.

Naast de wat abstractere landschapsgedichten, bevat de bundel ook anekdotische gedichten, zoals ‘sisklank’ over straatintimidatie, op zich een goed gedicht, maar misschien te luidruchtig voor deze prachtige bundel, waarin de wereld juist op afstand is, zoals in Zeezicht: ‘Zinkt het oog/ in de verte/ in het eindeloze/achteruitwijken’.

Dieuwertje Mertens

null Beeld

Fictie
Aarduitwrijvingen

Charlotte Van den Broeck
Arbeiderspers
€19,99, 67 blz.