PlusInterview

Bud Wichers reist opnieuw af naar het front: ‘Oorlog woedt nog in alle hevigheid, maar buitenland raakt Oekraïne-moe’

Oorlogsverslaggever Bud Wichers is voor een tweede maal naar Oekraïne afgereisd om de impact van de 100 dagen oorlog te beschrijven. Met zijn reportages wil hij het getraumatiseerde Kiev en de strijd en het leven in de loopgraven schetsen.

Hanneloes Pen
Bud Wichers doet onder meer verslag voor CNN Indonesia. Beeld -
Bud Wichers doet onder meer verslag voor CNN Indonesia.Beeld -

Een doorgewinterde oorlogsverslaggever is Bud Wichers (44) gerust te noemen. Hij versloeg het nieuws in Afghanistan, Irak, Syrië, Libië, Libanon, Koerdistan, Jordanië, Gaza, Egypte, Indonesië en Colombia en kort na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, op 24 februari van dit jaar, reisde hij af naar Kiev. In zowel fotografie als tekst beschreef de in Indonesië geboren en door een Nederlands echtpaar geadopteerde Wichers de ‘menselijke verhalen’ voor CNN Indonesia en het Indonesische magazine Harian Disway, en bereikte daarmee een miljoenenpubliek.

Voor zijn werk had hij jaren terug een cursus gevolgd bij de veiligheidscoördinator van de NOS, Peter ter Velde, voormalig oorlogsverslaggever, en kreeg adviezen over het werken in crisis- en oorlogsgebieden en het maken van vluchtroutes en risicoanalyses. In het Iraakse Kirkuk in 2016 was Wichers ternauwernood aan de dood ontsnapt toen hij werd beschoten door een sluipschutter van IS en een mortiergranaat naast zijn auto viel, maar niet ontplofte.

Een enge artillerieoorlog

Maar aan het maken van een vluchtroute heeft hij niet veel in Oekraïne, zegt hij. “Dit is een artillerieoorlog. Op Kiev werden afgelopen zondag kruisraketten afgevuurd vanuit de Kaspische Zee. Als er straks een Iskanderraket valt, heb je geen schijn van kans. Aan mijn gebruikelijke outfit, een gasmasker, helm, kogelwerend vest en jodiumpillen, heb ik dan niets. Dat is het enge van deze oorlog.”

Het is de tweede keer dat Wichers in Kiev verslag doet van de oorlog. In maart berichtte hij er al de ontwikkelingen in en rond de stad. Na een adempauze is hij eind mei teruggekeerd naar de hoofdstad en de buitenwijken waar hevige bombardementen plaatsvonden. Hij wil de impact van honderd dagen oorlog laten zien. “Het is een belangrijk verhaal. De oorlog gaat door en het leed ook.”

Hij nam vanuit Arnhem – zijn ouders wonen in het oosten van Nederland – de Flixbus en belandde via Hannover, Berlijn en Lviv in Kiev. “Ik zat in een bus vol met vrouwen, kinderen en bejaarde mannen die bepakt waren met boodschappentassen, slaapzakken en etenswaren. Ze wilden terug naar hun man en hun land en zien wat er is overgebleven van hun leven. Er heerste een gelaten sfeer. Wat zouden ze aantreffen in hun stad of dorp?”

Kogelgaten in elke auto

Hoe Kiev er aan toe is? “De straten, vooral buiten het centrum, zijn leeg, de scholen zijn nog steeds dicht en het luchtalarm gaat elke avond af. Langs de weg tussen de voorsteden Irpin en Boetsja, ten noordwesten van Kiev, staan honderden auto’s langs de weg die door vluchtende bewoners zijn achtergelaten. In bijna elke auto zitten kogelgaten.”

De bewoners van Kiev, aldus Wichers, vinden een getraumatiseerde stad terug waar de mensen nog steeds angstig en schichtig zijn. “De acute stress is wel weg. Als het luchtalarm klinkt, gaan ze nog steeds de schuilkelder in, maar ze lopen er wel op hun dooie gemak naartoe. De mensen daar hebben hoop omdat het geen walk-over van de Russen is geweest. Ze laten het hoofd niet hangen, het is een trots volk,” zegt Wichers die ter plekke heeft bijgepraat met verslaggever Hans Jaap Melissen en andere journalisten.

“Kiev is op dit moment relatief veilig. De eerste keer dat ik hier kwam, waren de mensen in paniek en vluchtten weg. De bewoners die hier nu zijn, proberen hun leven weer op te pakken door de puinhopen op te ruimen, sociale activiteiten te doen en met vrienden af te spreken. Ik wil dat verhaal vertellen.”

Vermeende martelfabriek

Zijn Oekraïense contacten lieten hem de afgelopen dagen de massagraven in Irpin en Boetsja zien en namen hem mee naar een vermeende martelfabriek ver buiten Kiev waar Oekraïners zouden zijn mishandeld door de Russen. “Ik sprak een Oekraïense man, een oud-medewerker van de fabriek, die de gevangenen van voedsel moest voorzien. In die fabriek, in een soort cellen, was marteltuig te zien, kettingen met haken aan het plafond.”

Ook maakte Wichers reportages over het onschadelijk maken van mijnen en bommen door de politie en het leger en over de bewoners uit Boetsja die hun huis zijn kwijtgeraakt en in bouwketen worden opgevangen. “In de buitenwijken van Kiev hebben de Russen flink huisgehouden. Er liggen nog steeds lijken langs de weg, sommige zijn door honden half weggevreten. Mensen zijn bang om de lichamen op te ruimen omdat er overal mijnen kunnen liggen.”

De Oekraïners, zegt Wichers, waren aanvankelijk terughoudend tegenover de buitenlandse media. “Ze waren achterdochtig. Ik merk dat ze nu meer hun verhalen aan journalisten willen vertellen. Ze begrijpen het belang van de media. De overheid organiseert inmiddels ook persconferenties.”

‘Interesse in Oekraïne neemt af’

Aan de andere kant merkt Wichers ook dat de interesse in Oekraïne in het buitenland afneemt. “Men wordt Oekraïne-moe. De grote vluchtelingenstromen zijn er niet meer. Andere headlines halen het nieuws, terwijl de oorlog hier in alle hevigheid woedt.”

Dinsdag is Wichers met een mini-konvooi naar het oosten van het land vertrokken. Op vijf uur rijden van Charkov wordt de strijd om de Donbas uitgevochten. Vanuit de loopgraven wil Wichers het verhaal vertellen.

“Dinsdag zijn in Charkov nog mensen omgekomen door raketaanvallen. De meeste inwoners hebben de stad verlaten. Er zijn evacuaties gaande. Mensen zijn hier straks ook alles kwijt. Dat is gebeurd in Donetsk en Marioepol waar alles in puin ligt en het gaat hier ook gebeuren. Rusland wil Charkov graag hebben.”

Meer over