PlusRecensie

Breekbaar, maar niet gebroken: het slotakkoord van Rob de Nijs

Zanger Rob de Nijs (79) nam woensdagavond afscheid van zijn publiek. Zijn laatste concert in een uitverkochte Ziggo Dome was wankel, maar diep ontroerend.

Stefan Raatgever
Afscheidsconcert van Rob de Nijs in Ziggo Dome.  Beeld Marcel Krijgsman
Afscheidsconcert van Rob de Nijs in Ziggo Dome.Beeld Marcel Krijgsman

Afscheid nemen. Het is een van de moeilijkste dingen in het leven. Beginnen doen we vaak zonder erbij na te denken, maar wanneer houden we op met iets waarmee we diep in ons hart eigenlijk helemaal niet willen ophouden? En, nog zo’n duivels dilemma, hoe moet dat dan eigenlijk? Stilletjes het feest verlaten of groots en ruimhartig zwaaien?

Voor Rob de Nijs kwam het afscheid sneller dan hem lief was. De ziekte van Parkinson besloop hem en haalde hem stiekem in, terwijl hij zijn blik nog had gericht op de horizon. En toen – nadat het besef was ingedaald dat stoppen onvermijdelijk was – ook nog eens corona uitbrak en de beoogde concertdatum steeds verder opschoof, werd het grootse afscheid dat hij in gedachten had zelfs een race tegen de klok.

Of Rob de Nijs het binnen de tijd haalde, is uiteindelijk geen kwestie van het bekijken van een finishfoto, maar van de inschatting die hij alleen zelf kan maken. De zanger toonde zichzelf in elk geval in al zijn kwetsbaarheid aan zijn publiek. Breekbaar, maar niet gebroken zong hij vanuit een rolstoel, liefdevol voortgeduwd door zijn Henriëtte, nog een laatste keer de liedjes van zijn leven.

Verstrikt in de tekst

Ontroerend, dat was het woord dat bij de avond paste. Daarbij ging het er niet om dat hij tijdens de song Tegen beter weten in zozeer verstrikt raakte in de tekst, zijn eigen emotie en een niesbui, dat hij het lied moest stilleggen en opnieuw begon. Het ging er ook niet om dat hij van de 25 liedjes er 11 door collega’s moest laten zingen. En het ging er al helemaal niet om dat hij geen daverende afscheidsspeech meer paraat had.

Het ging om de emotie die bij het afscheid en bij zijn muziek hoorde. En die was zelden zo tastbaar als woensdagavond in de Ziggo Dome. Bij elk noot die De Nijs – zijn stem blijft manmoedig weerstand bieden tegen de slopende ziekte – zong was het voelbaar: dit is de laatste keer.

De Nijs zelf leek juist tijdens het lied dat hij hartstochtelijk haatte en tegelijkertijd liefhad, het diepst bevangen door het besef van het onvermijdelijke. Toen het refrein van kroegenlied Malle Babbe aanzwol, biggelden de tranen hem over de wangen. De song, die soms groter leek dan de zanger zelf, maakte het hem lang onmogelijk zich te ontpoppen als de serieuze chansonnier die hij ook was. Geen concert was compleet zónder het relaas over dat ‘lekker stuk, malle meid, lekker dier van plezier’.

Maar het lied was ook een pijler onder een carrière van meer dan 60 jaar. Het bevestigde zijn status als de eerste echte popster van Nederland. De Nijs, geboren aan de Amsterdamse Linnaeusstraat, voltooide een carrière waarvan aan het begin (1960!) niet voor mogelijk werd gehouden dat die zo lang zou duren.

Hoewel critici hem lang niet altijd omarmden, bleef het publiek De Nijs trouw. Onderweg, zoekend naar erkenning en naar hits om de boekingen gaande te houden, leverde hij een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse popmuziek. Door te tonen hoe je ook na tegenslag kon opveren, effende hij het pad voor populaire artiesten als Marco Borsato en Guus Meeuwis. Zelf reikte hij nooit tot de grote arena’s. Zijn slotconcert in de Ziggo Dome was zijn debuut in een zaal van dat formaat.

Opgetild en meegevoerd

Zijn publiek hielp hem uiteindelijk door de avond heen. Met ovationeel applaus en gejuich ter bemoediging en met gezang als de woorden even moeilijk kwamen. Ondertussen wist De Nijs een paar keer diep te ontroeren. Met Foto van vroeger bijvoorbeeld. Een tekst die met de tijd alleen maar aan betekenis bleek te hebben gewonnen. ‘Als me het leven tegenzit, denk ik aan die tijd. Al werd ik nooit die brandweerman, raakte het kind niet kwijt.’

Hij moet het in zijn monumentale carrière honderden, zelfs duizenden keren hebben gezongen. Maar toch werd De Nijs er even door opgetild en meegevoerd. Begon hij het trillen van zijn handen met zijn vingers verstrengeld om zijn microfoonstandaard enigszins te dempen, in het slot sloeg zijn arm de maat alsof hij er nog altijd het ritme van de hitparade mee bepaalde.

Ook sommige gastartiesten raakten. Claudia de Breij met een smachtend Zet een kaars voor je raam bijvoorbeeld. En ook prachtig: de hoffelijkheid waarmee Paskal Jakobsen het tedere Zonder jou naar De Nijs toezong, zijn duetpartners alle comfort biedend om te excelleren.

Het slotakkoord was uiteraard voor De Nijs zelf. Met zijn laatste adem van de avond zong hij het op het lijf geschreven Niet voor het laatst. Voor het laatst.