PlusInterview

Booker Prizewinnaar Damon Galgut vindt de mens als soort een ramp: ‘Maar individueel is er veel hoop’

Damon Galgut: 'Onze regering staat onverschillig tegenover literatuur. Misschien weten ze niet eens dat ik gewonnen heb.' Beeld RODGER BOSCH/AFP
Damon Galgut: 'Onze regering staat onverschillig tegenover literatuur. Misschien weten ze niet eens dat ik gewonnen heb.'Beeld RODGER BOSCH/AFP

Drie keer stond hij op de shortlist, in 2021 mocht hij met De belofte met de hoofdprijs naar huis. Booker Prizewinnaar 2021 Damon Galgut (58) over schrijven, zijn land Zuid-Afrika en de dood. ‘Begrafenissen fascineren me.’

Joukje Akveld

Hij was de gedoodverfde winnaar dus hij zou hem wel niet krijgen. Dat dacht Damon Galgut (Pretoria, 1963) toen hij voor de derde keer op de shortlist van de Booker Prize belandde, de meest prestigieuze literatuurprijs voor in het Engels geschreven boeken. Jury’s houden er niet van om aan de verwachtingen te voldoen. Maar zijn roman De belofte, over een Afrikaner familie tegen de achtergrond van het veranderende Zuid-Afrika, won wél.

Drie weken na de bekendmaking begin november in Londen is Galgut in zijn appartement in Kaapstad nog steeds beduusd. In T-shirt en korte broek ontvangt hij in een schemerige huiskamer. Zittend in een diepe stoel tussen volle boekenkasten en stapels boeken op de grond kiest hij zijn woorden zorgvuldig.

Nee, van president Ramaphosa of het ministerie van Cultuur heeft hij geen felicitaties ontvangen. In de tijd dat zijn landgenoten Nadine Gordimer en J.M. Coetzee de Booker wonnen werden romans nog weleens in de ban gedaan wegens hun gevaarlijke inhoud. “Die invloed heeft het boek allang niet meer,” zegt hij. “Als machthebbers nu tegengeluiden willen smoren leggen ze internet plat – Twitter vormt een veel reëlere dreiging.”

Hij constateert het zonder verwijt: de roman is zijn status kwijt. “Tegenwoordig zijn series de belangrijkste cultuurdragers, de rol van het boek is gemarginaliseerd. Onze regering staat onverschillig tegenover literatuur. Misschien weten ze niet eens dat ik gewonnen heb.”

Naar 28 landen

Toch kan de Booker Prize een schrijver nog altijd een groot publiek bezorgen. Stuart Douglas’ Shuggie Bain, winnaar van vorig jaar, verkocht in Engeland 25.000 exemplaren vóór de Booker en 800.000 erna.

“Echt?” vraagt Galgut. Hij heeft Douglas wel gesproken: I hope you know what’s coming, waarschuwde die. Maar op de Booker kun je je niet voorbereiden, weet hij inmiddels. Hij dacht dat de eervolle status van auteur die nu en dan op de shortlist terechtkwam het hoogst haalbare voor hem was.

Nominaties voor De goede arts (2003) en In een vreemde kamer (2010) genereerden precies genoeg aandacht om op een bescheiden manier van het schrijven te kunnen leven. Nu, amper drie weken na de prijsuitreiking, zijn de vertaalrechten van De belofte verkocht aan 28 landen en heeft zijn Engelse uitgever een herdruk opgelegd van 153.000 exemplaren.

En dan is er de niet-aflatende stroom mensen die iets van hem willen. Hij glimlacht verontschuldigend. “Ik ben niet goed in publiciteit.”

Vier begrafenissen

Terug naar de roman. De belofte vertelt het verhaal van de familie Swart tussen 1986 en 2018. Een welgesteld wit gezin met drie kinderen op een boerderij met flink wat land. Op dat land staat ook het wrakkige huisje van de zwarte hulp Salomé.

Vlak voordat de moeder sterft laat ze haar man beloven dat Salomé dat huis zal krijgen. Hun jongste dochter Amor is getuige van het gesprek. Maar als ze haar vader later aan zijn belofte herinnert wil die er niets van weten.

Galgut componeerde zijn roman rond vier begrafenissen, zo’n tien jaar van elkaar verwijderd. Terwijl op de achtergrond de apartheid haar laatste fase inzet, Mandela’s periode van hoop aanbreekt, gevolgd door de gebroken beloftes van het ANC onder Mbeki en Zuma, brokkelt ook de familie Swart verder af.

In elk van de vier delen sterft een familielid. Ziekte, ongeluk, moord en zelfmoord. Galgut: “Als mensen niet op natuurlijke wijze op hoge leeftijd sterven, zijn dat de opties. Begrafenissen fascineren me. We gaan allemaal dood, toch hebben we het er nauwelijks over.”

De sterfgevallen drijven de achterblijvers terug naar de boerderij, waar smeulende conflicten oplaaien en steeds weer de belofte van moeder Swart opkomt. Maar behalve Amor voelt niemand zich genoodzaakt zich eraan te houden.

Ironisch commentaar

Opvallend aan het boek is het perspectief. Dat verspringt niet alleen tussen de familieleden, ook op bijfiguren en willekeurige passanten wordt ingezoomd, soms binnen een alinea of zelfs één zin. En dan is er nog de vertelstem die boven het verhaal lijkt te zweven en de gebeurtenissen van ironisch commentaar voorziet.

Het switchen van een conventionele aanpak naar deze haast filmische vertelwijze zette het boek weer op de rails toen dat dreigde te verzanden in zwaarte en somberheid, zegt Galgut. “Met vier begrafenissen als centrale gebeurtenissen lag dat gevaar op de loer. Ik ben een misantroop. Ik zie de wereld niet als een happy place en voel als schrijver niet de opdracht de lezer te behagen.”

“In veel romans worden de opgeworpen problemen aan het eind opgelost. In de echte wereld verdwijnen problemen niet op die manier. Ik zie niet in waarom er hoop zou schuilen in een gelukkig einde. Maar inktzwart moest het toch ook niet worden. Het meervoudige perspectief bood me de mogelijkheid humor toe te voegen, het werkte bevrijdend.”

In Engeland ontstond vervolgens discussie over de enige ontbrekende stem in het verhaal: die van de zwarte Salomé. Een bewuste keuze, bevestigt Galgut, de zwijgzame Salomé spreekt zich als enige niet uit over de huiskwestie. Niettemin werd hem verweten: wéér een witte man die zijn zwarte personage neerzet als flat character.

Verdediging kwam uit onverwachte hoek. De Zimbabwaanse, in Londen wonende redacteur Ellah Wakatama stelde dat Salomé in haar zwijgen een levensecht personage was, voor Afrikanen juíst herkenbaar.

De basis van fictie is dat je je verplaatst in iemand anders dan jijzelf, zegt Galgut. “Cultureel mogen er grote verschillen tussen mensen bestaan, op menselijk vlak lijken we veel op elkaar. Als een verhaal erom zou vragen zou ik schrijven vanuit een zwarte vrouw. Maar dat was hier niet het geval.”

Laaghartigheid

Nu spreken er in De belofte vooral onsympathieke, opportunistische figuren. Houdt hij wel van zijn personages?

Galgut lacht. “Behalve Amor zijn de meesten inderdaad vrij verschrikkelijk. Ik vind het interessant te kijken hoe ver je kunt gaan in het beschrijven van afstotend gedrag zonder de betrokkenheid van de lezer te verliezen. Ondanks de laaghartigheid van de personages hoop ik dat hun verhaal meeslepend is.”

In die beschrijving van het menselijk tekort is Galgut vaak vergeleken met Coetzee. Beide schrijven over het falende nieuwe Zuid-Afrika. Het verschil: de gedesillusioneerde Coetzee verliet zijn vaderland, Galgut bleef. “Wat kan ik anders,” zegt hij gelaten. “Dit is thuis. Ik kom graag in Europa, maar nooit heb ik het gevoel er thuis te horen.”

Al ziet hij voor Zuid-Afrika’s toekomst weinig hoop. “Onze leiders zijn een stel clowns. Ze hebben geen visie, hun beleid voert nergens heen.”

Geduld

Wat hem toch met zijn land verbindt? Galgut denkt lang na. “Zuid-Afrika is een woedend land. We hebben het verleden niet verwerkt, trauma is onderdeel van ons leven. Zwarte Zuid-Afrikanen hebben ongelooflijk veel geduld getoond.”

“Toen kwamen de jaren negentig, een periode van belofte en hoop. Als destijds de juiste beslissingen waren genomen, als er bijvoorbeeld vermogensbelasting was ingesteld met de zekerheid dat het geld zou terechtkomen bij de mensen die het nodig hadden, dan waren witte Zuid-Afrikanen bereid geweest in te leveren.”

“Maar vanaf het begin stapelden de fouten zich op. En nu, met alle corruptie, overheersen frustratie en teleurstelling. Ik ben somber over de mensheid. Maar soms tonen we ons van onze genereuze, zachtaardige kant. Als soort zijn we een ramp, maar individueel is er veel hoop.”

Damon Galgut (Pretoria, 1963) is al eerder genomineerd en bekroond. De goede dokter won de Commonwealth Writers Prize en stond op de shortlist van de Man Booker Prize en de International Dublin Literary Award. De bedrieger werd ook genomineerd voor de Commonwealth Writers Prize, en In een vreemde kamer voor de Man Booker Prize. Zijn werk wordt in zestien landen vertaald. Galgut woont en werkt in Kaapstad.

null Beeld

De belofte
Damon Galgut
Vertaald door Rob van der Veer
Querido, € 21,99

Meer over