PlusInterview

Bodil de la Parra maakte een voorstelling over haar jeugd in Osdorp: ‘Opgroeien hier was geweldig’

Op 4 en 5 december is de première van Dagen van Rijst in De Meervaart, een voorstelling van Bodil de la Parra over haar onbezorgde jeugd in Osdorp en haar voorouders. ‘Hoeveel generaties heb je nodig om je thuis te voelen?’

Hans Smit
Bodil de la Parra voor de flat in Osdorp waar ze is opgegroeid. Beeld Diederick Bulstra
Bodil de la Parra voor de flat in Osdorp waar ze is opgegroeid.Beeld Diederick Bulstra

“Als die bomen niet zo groot waren geworden, kon je haar zien liggen. Het is een blauwe flat, ik zeg in de voorstelling ook: ‘Daar rijst ze op, de flat in het blauw.”

Bodil de la Parra (1963) staat op de stoep van het Talentenhuis in Osdorp. Hier repeteerde ze de laatste tijd voor Dagen van Rijst, vlak bij de flat die het middelpunt was van haar jeugd en waar het in die voorstelling om draait. “Het theater stond er toen nog helemaal niet, ik hoorde pas van De Meervaart toen ik een jaar of elf was. Dat pleintje met de schaapjes was er al wel, ik ben heel blij dat dat er nog is.”

Klein was ze nog, toen ze hier kwam wonen. “Ik was zes, eerst woonden we in Slotermeer. We keken uit op de Sloterplas, die vond ik zó gróót!”

Ze is de dochter van de Surinaamse filmmaker Pim de la Parra en de Indo-Chinese Lies Oei. Met familie om de hoek. “Wij hadden een dubbele flat, doorgebroken, dus een enorme ruimte waar iedereen kon komen spelen. Vrijgevochten jarenzeventigouders had ik, artistiek. Op de tweede woonden oma en opa Oei en mijn oom André woonde boven op de zesde.”

Stapelsetje pannen

Dagen van Rijst gaat onder andere over haar onbezorgde jeugd hier in Osdorp, maar ook over haar voorouders. En ook letterlijk over ‘dagen van rijst’. Binnen, in de repetitieruimte, haalt ze een stapelsetje pannen tevoorschijn. “Dit zijn nieuwe, maar je kunt ze nog steeds in de toko kopen, die was er toen ook al, mijn oma kocht er haar ingrediënten. Ik ging de galerij over om bij haar en opa het eten op te halen en dan naar mijn oom, die tot zijn veertigste niet kookte, want hij had geen vrouw.”

“Waren zij hier gelukkig? Ik weet het niet. In 1850 was mijn over-over-overgrootvader een heel goeie middenstander op Sumatra. Nazaten van zijn familie komen dan in deze flat terecht in een grijze buitenwijk. Hoeveel generaties heb je nodig om er bovenop te komen en je thuis te voelen? Ze zijn altijd hier blijven wonen, dicht bij elkaar, maar voelden ze zich thuis? Ze hebben er wel hun laatste adem uitgeblazen.”

Haar achtergrond is een terugkerend element in haar werk, eerder maakte De la Parra twee voorstellingen over haar Indische tantes (Ouwe Pinda’s en Gouwe Pinda’s). “Toen het ouderlijk huis van mijn familie in Suriname afbrandde, kwam daar Het verbrande Huis nog bij. Dat was voor het eerst een solo. Het lag voor de hand ook eens iets te doen met de Chinese kant van mijn Indo-Chinese familie.’

Flat leeghalen

Dat ‘eens’ kwam toen de man van haar moeder overleed. “Ik moest die flat leeghalen, die extra verdieping ging in de verkoop. Mijn moeder had genoeg aan de 80 vierkante meter van één flat.”

“Terwijl ik daar bezig ben, ga ik op zoek naar aanknopingspunten van de Chinese kant in mezelf. Wat zit er nog van in mij?” Ze valt even stil. “Ik zal je een voorbeeld geven dat ook in de voorstelling zit: opgroeien hier was geweldig, alleen had ik op school één meester die de pik op me had. Die zei dan: ‘Er zijn allemaal beroepen die zijn ergens voor nodig. De bakker bakt het brood, de leraar staat voor de klas maar er zijn ook beroepen (ze buigt naar een denkbeeldig schooltafeltje over) zoals dat van de vader van Bodil, hè. Die maakt films, dat is helemaal nérgens voor nodig. Aan één stuk door dat soort dingen. Ik deed alsof ik het niet hoorde, maar ja, probeer dat maar eens. Ik heb dat dus nooit aan mijn ouders verteld! Waarom niet? Ik nam ze in bescherming, want ik schaamde me en schaamte is een groot ding in de Chinese cultuur.”

“Ik wilde graag normaal zijn, dat aanpassen is wat mijn familie ook heeft moeten doen. Waarom beet ik niet van me af tegen die man? Ik heb gewoon doorgeleefd met de gedachte ‘zo heeft iedereen wel wat’. Alleen nu in de voorstelling ga ik het lekker uitlichten om verbanden te leggen.”

Het is haar geschiedenis, zegt ze. “Mensen kunnen denken: wat moeten we hiermee? Dat is het risico wat ik loop. Maar in die plaatsen waar ik hopelijk ga spelen, als het weer mag – eh Zaandam, Den Haag, Utrecht – daar heb je ook allemaal flats in buitenwijken. Achter elke voordeur heb je een verhaal. Ik hoop dat anderen zich in dat van mij herkennen.”

Dagen van Rijst van Via Rudolphi Producties en Bodil de la Parra gaat op 4 en 5 december (14u30) in première in de Meervaart in Amsterdam, en trekt t/m 27 februari 2022 door het land. Speellijst: Viarudolphi.nl

Meer over