PlusBoekrecensie

Biografie toont Magritte als een ironicus die overal lak aan had

René Magritte (1898-1967) is zo beroemd dat zijn biografie verschijnt met alleen een afbeelding van zijn werk op het omslag. Zelfs zonder titel of enige andere belettering weten we wel dat het over de kunstenaar Magritte gaat.

Hans Renders
Les Amants, door René Magritte (België, 1928)
 Beeld National Gallery of Australia
Les Amants, door René Magritte (België, 1928)Beeld National Gallery of Australia

Magritte wordt vaak beschreven in termen van modernist, surrealist en andere kunsthistorisch stromingen. Dat klopt allemaal, maar de Britse biograaf Alex Danchev tapt uit een heel ander vaatje. Op aanstekelijke wijze weet hij duidelijk te maken dat de Vlaamse schilder de inspiratie voor zijn vervreemdende schilderijen dichtbij huis vond, in Schaerbeek.

Bij zijn rare familie vol vage nonkels bijvoorbeeld, maar ook echte en gefantaseerde seksuele ervaringen van de jonge Magritte, en zijn gretigheid om de wereld te leren kennen via goedkope pulpromannetjes en dito films.

Danchev schetst een prachtig beeld van Magritte als scholier, dienstplichtige en student. Hij beschouwt hem in de eerste plaats als surrealist, maar in Parijs zagen André Breton en andere surrealisten weliswaar dat Magritte een groot talent had, maar wisten ze tegelijkertijd geen raad met hem.

Was hij toch een abstract kunstenaar? Die vraag werd natuurlijk vaak gesteld omdat hij op de kunstacademie had gezeten met Victor Servranckx, die Magritte binnenhaalde bij Les Usines Peters-Lacroix, een fabriek waar behangpapier werd ontworpen en geproduceerd. Servranckx groeide uit tot de beroemdste abstracte kunstenaar die België ooit heeft gekend.

Reclamedrukwerk

Magritte was nergens recht in de leer en maakte naast surrealistische kunst ook reclamedrukwerk, zoals de posters voor Norine van Heckes modehuis. Het kon hem niets schelen, zolang hij maar het gevoel had een schilder van het moderne leven te zijn. In feite was er slechts één voorbeeld voor hem, en dat was de Italiaanse schilder Giorgio De Chirico.

Magritte passeerde het surrealisme met zijn absurdisme, zijn eenzaamheid werd omgezet in symbolische geheimzinnigheid, in optische illusies. De kijker raakt verstrikt in zijn eigen vragen als je bijvoorbeeld La reproduction interdite (1937) bestudeert, een man kijkt in de spiegel en ziet zijn eigen achterhoofd weerspiegeld, een trompe-l’œil.

Hij bleef zijn leven lang een gretig lezer van de avonturen van Maigret, van de Waalse schrijver Georges Simenon die de inspecteur in Parijs zoveel misdaden, meestal crimes passionnels, liet oplossen. Een nog groter fan was hij van de films over Zigomar, een creatie van de schrijver Léon Sazie, ook een romanserie. Zigomar was de koning van de misdaad, gehuld in een rode cape die ook zijn gezicht bedekte. De jonge Magritte was werkelijk niet uit de bioscoop te sláán.

Luguber tafereeltje

Danchev verweeft dit soort kennis over Magritte met getuigenissen van vrienden en klasgenoten, zoals die keer dat er een lijk uit een graf was gehaald op het plaatselijke kerkhof. Was Magritte daarvoor verantwoordelijk of was hij slechts toeschouwer van dit lugubere tafereeltje?

Uit deze mooie biografie wordt duidelijk dat Magritte uiteindelijk een ironicus was die overal lak aan had. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij lid van de communistische partij maar liet zich tegelijkertijd fêteren door rijke verzamelaars. Een daarvan gaf hem de opdracht een wandschildering in het Casino van Knokke te maken. Die is nog steeds te bewonderen in dezelfde zaal waar een zes ton wegende kroonluchter van Venetiaans glas hangt, zo groot dat het Guinness Book of Records er melding van maakt.

De allerbelangrijkste inspiratiebron, zeg maar rustig het drama of zelfs trauma in zijn leven, was de zelfmoord van zijn moeder. Het huwelijk van Magrittes ouders was ronduit slecht. Vader hield er vrij openlijk een minnares op na, René wilde zijn vrienden graag laten geloven dat deze ook zijn minnares was.

Op een dag werd zijn moeder dood uit het riviertje de Samber gehaald. Alsof ze haar lot niet onder ogen wilde zien, had ze zich met een doek over haar hoofd in het water gestort.

We kennen twee doeken met de titel Les Amants, geschilderd in 1928. Twee geliefden staan met hun gezichten tegen elkaar, ze zien elkaar niet ,want ze hebben ieder een eigen doek over het hoofd. Op het andere schilderij met dezelfde titel staan dezelfde geliefden naast elkaar, nog steeds met de doek over hun hoofd. Ze staan met hun afgedekte gezicht naar de kijker gewend, alsof ze exhibitionist zijn in eenzaamheid.

null Beeld

BIOGRAFIE

Magritte, een leven

Alex Danchev (met Sarah Whitfield)
Vertaald door Cornelis van Ginneken
Spectrum, €44,99
558 blz.

Meer over