PlusMuziekrecensie

Bij elke luisterbeurt klinkt Arca weer anders

Alejandro Ghersi was de naam. Inmiddels luistert Arca liever naar de voornaam Alejandra, prefereert ze het vrouwelijke persoonlijk voornaamwoord, poseert ze als een sexy bedoelde cyborg en identificeert ze zich als non-binair. Zo heet het openingsnummer van KiCk i dan ook meteen, Nonbinary, en het was nog de eerste single ook. Geen heel gebruikelijke keuze, met zijn gesproken tekst op een abstracte beat, maar Arca is ook geen heel gebruikelijke hitmaker.

We kennen Arca als producer van Björks tweeluik Vulnicura en Utopia en van FKA Twigs, Kelela en een stuk of wat nummers op Yeezus van rapgigant Kanye West. Arca’s eigen platen laten een interessante ontwikkeling horen. Het begon als ietwat barokke, instrumentale sfeerbouwerij op verknoopte beats, maar op voorganger Arca dook ineens haar eigen stem op, in een beetje opera-achtige stijl.

Verschillende identiteiten

Op KiCk i loopt de boel over van de stemmen. Soms van gasten – Björk uiteraard, het nieuwe flamencofenomeen Rosalía, collega-transgenderproducer Sophie, Shygirl. En de stemmen van Arca zelf: omhooggepitcht of juist omlaag, in elk geval niet direct herleidbaar tot de allerindividueelste expressie van de kunstenaar – doorgaans toch iets wat we op de een of andere manier verwachten als er gezongen wordt.

Als we Arca’s eigen stem dan toch dreigen te herkennen, bijvoorbeeld in Calor of in de prachtige ijle slotnummers die weer enigszins teruggrijpen op de sfeer van Arca, doemt de associatie op met de castraatzangers van weleer. Ja, noem dat maar pikant, gezien Arca’s geslachtelijke dynamiek.

Al die stemmen lijken te reflecteren op de verschillende identiteiten die de mens, ieder mens, in zich draagt. Niet vast te pinnen, niemand. Zeker deze plaat niet, die zich kaleidoskopisch ontvouwt aan de luisteraar en zich bij elke luisterbeurt weer anders voordoet.

Stotterende beats

Greep krijgen op zo’n plaat, valt niet mee. Je valt van de ene verbazing in de andere, van stilistische bochten in opruiende beats. Daarover gesproken: de futuristische, reggaetónachtige beats die de meest exuberante nummers voortstuwen, grijpen weer terug op Arca’s vroegste werk, als tiener onder de naam Nuuro, nog in Venezuela.

Het uitzinnigst gebeurt dat in KLK: een woeste stapeling van stotterende beats, een verslavende Bollywoodachtige vocale hook van neoflamencoster Rosalía, opruiende ritmische taal en toegepaste moderne psychedelica. Als iets radiovriendelijker remix wordt dit zo een hit, nu is het al een moderne klassieker.

Dat al die stemmen steeds schitterend in beats en elektronica zijn geïntegreerd, zegt genoeg over het vakmanschap van Arca – je komt immers niet zomaar bij Björk en Kanye West in de studio terecht. KiCk i gaat, tot en met die rare titel, op een haast onontcijferbare manier heel erg over nu. Paradoxaal? Luister dan.

Meer over