PlusInterview

Barry Hay en JB Meijers houden de oude man in zichzelf buiten de deur: ‘Je mag nu niet opgeven’

Nu de Golden Earring voorgoed verleden tijd is, vormt zanger Barry Hay (73) een duo met multi-instrumentalist JB Meijers (49). ‘Als je nieuwe dingen uit de weg gaat, leef je niet echt meer.’

Stefan Raatgever
Barry Hay en JB Meijers namen hun tweede album op in de thuisstudio van Meijers op Bonaire. 'Ongedwongen plezier is precies de reden is dat het eerste album zo aansloeg.' Beeld Hilde Harshagen
Barry Hay en JB Meijers namen hun tweede album op in de thuisstudio van Meijers op Bonaire. 'Ongedwongen plezier is precies de reden is dat het eerste album zo aansloeg.'Beeld Hilde Harshagen

Borreltijd aan de bar van het American Hotel op het Leidseplein. Barry Hay heeft zijn bloody mary net verruild voor een koele pinot grigio. JB Meijers nipt nog aan zijn mojito. De stemming is, hoe kan het ook anders, opgetogen. Hay imiteert de originele versie van Don’t Let the Old Man in van countryzanger Toby Keith. Die schreef het voor een film van Clint Eastwood, maar voorzag zijn door Hay toegejuichte boodschap van een arrangement dat volgens de zanger meer geschikt is voor een bejaardentehuis. En zijn argumentatie mogen ook de belendende tafeltjes horen.

Als hij is uitgezongen: “Voor ons album wilden JB en ik er een frissemannensong van maken. Beetje uptempo. Jeugdig, snap je? Anders valt die oude man alsnog met de deur in huis.”

En dat kan Hay – in augustus wordt hij 74 – dus net niét gebruiken. Met de bijna 25 jaar jongere Meijers naast zich is dat gevaar deze middag echter ver weg. De twee stuwen elkaars anekdotes met hinnikend gelach tot grote hoogten op. Ze hebben net een tweede duoplaat gemaakt met covers én vier eigen nummers in vrolijk Mexicaanse stijl. Fiesta de la Vida heet die, net zoals het concert waarvan de twee op 5 november in de Ziggo Dome de gastheren zullen zijn. En dat gaan ze, hebben ze zich voorgenomen, op feestelijke én jeugdige wijze doen.

“Met de Earring waren we altijd bang voor grote zalen,” zegt Hay. “Krijgen we dat wel vol, vroegen we ons altijd af. Ook nu dacht ik eerst: ‘Oh my God! 17.000 mensen die bloed willen zien! Red ik dat nog?’ Maar ik begin me er ontzettend op te verheugen. Het is ook goed jezelf te vermannen en het gewoon te doen.”

Barry Hay weigert in zwart gat te vallen

Het zijn gedachten die Hay in – zoals hij het noemt – ‘the limelight of my years’ wel vaker overvallen. Sinds ruim een jaar is hij nu ambteloos rockzanger. Zijn levenswerk, de Golden Earring, is met de ziekte van gitarist George Kooymans, na meer dan een halve eeuw toch nog onverwacht tot een einde gekomen. Een fatsoenlijk afscheidsconcert was de band niet gegeven.

Maar om als gevolg dan in een zwart gat te vallen? Hay verslikt zich bijna in een van de bij de witte wijn geleverde bitterballen. “Je mag niet opgeven. Als je nieuwe dingen uit de weg begint te gaan, leef je niet echt meer. De motivatie is er nog, merk ik. Hoe dat kan? Ik heb geen idee. Het gaat vanzelf. Ik voel me goed en wil vooruit.”

De twee namen hun album op in de thuisstudio van Meijers op Bonaire. Hay woont een eiland verderop, op Curaçao. Het was coronatijd. De sessies waren de hoogtepunten van een naar Hays zin al te kabbelende periode. “Twee jaar lang thuis met Sandra (echtgenote, red.), de hondjes, een papegaai en een kat. Een beetje lezen, muziek luisteren en discussiëren of we die serie op Netflix nou al wel of niet hadden gezien. Een volkomen ledig bestaan. Ik kan best goed lanterfanten, hoor, maar dit duurde te lang. Dit was niet zoals ik mijn tijd na de Earring voor me zie.”

Ongedwongen plezier

Meijers knikt instemmend. Hij was de afgelopen jaren behalve platenproducer voor onder anderen Carice van Houten, Bløf en Peter Maffay ook lid van bands Common Linnets en De Dijk, maar ondervond vooral bij de laatste dat een al te geregeld bestaan hem niet ligt. “Ik vond de mannen fantastisch, beschouw ze inmiddels als familie, maar de jaren begonnen qua planning wel op elkaar te lijken. Veel optreden is lekker, maar voor je het weet vervormen al die opeenvolgende concerten in je herinnering tot eenzelfde show.”

Dan heeft hij liever een bestaan vol zijprojecten zoals dat met Hay. “Ons uitgangspunt is dat we alleen maar doen wat we zelf leuk vinden. Zodra een van beiden aarzelt, doen we het niet. En het grappige is dat dat ongedwongen plezier volgens mij precies de reden is dat het eerste album zo aansloeg.”

Ook Hay heeft sinds kort de agenda van een freelancer. Zo treedt hij de komende weken als gast op met de coverformatie The Originals. En nu hij het daar toch over heeft, kan hij meteen reageren op de berichten van fanatieke Earringfans die het hem kwalijk nemen dat hij daar de klassiekers van de Haagse groep zal zingen.

“Die mensen denken dat ik een nieuwe baan heb als zanger van The Originals. Onzin. Ik treed een halfuurtje op en zing inderdaad de nummers van de Earring. Wat zou dat? Het zijn ten slotte ook míjn liedjes en ik vind het fijn om When the Lady Smiles of Radar Love te zingen. Ik ga de boel niet begraven, hoor. En dan de toon waarop mij wordt verteld wat ik wel en niet mag. Het gaat om muziek, hè. Het is geen oorlog.”

Flink zweten

Het arriveren van een nieuwe pinot grigio voorkomt het omslaan van de uitgelaten sfeer. Is Hay, nu de jaren des onderscheids aanbreken, van plan zijn met drank natgehouden bestaan enigszins droog te leggen? Allerminst, zo blijkt. Met een vette lach: “Mijn enige regel blijft dat ik het stukje tussen badkamer en slaapkamer lopend moet kunnen afleggen.

“Een enkele keer heb ik een katertje. Een kleintje maar. Je kunt het beter een kitten noemen. Dan zorg ik altijd dat ik diezelfde ochtend nog in de sportschool sta. Na een uurtje flink zweten en een goeie douche, ben ik weer fris en kan ik opnieuw beginnen.”

“Als ik naar mijn leeftijd kijk, denk ik: hoe heb ik dat in godsnaam voor elkaar gekregen? Toen ik halverwege de 20 was, nam ik voor op mijn 30ste kostuums te gaan dragen. Dat doen volwassen mannen, dacht ik. Ik heb het geprobeerd, maar die jasjes pasten me nog niet. Tegenwoordig draag ik het liefst een korte broek en slippers en weet: die nette pakken, dat gaat nooit meer gebeuren.”