PlusRecensie

Bachs Wohltemperierte Klavier hoort bij de basisopvoeding van alle componisten en alle musici

null Beeld
Erik Voermans

De populaire gedachte dat de muziek van Bach na zijn dood in 1750 in de vergetelheid raakte, om pas in 1829 weer op te duiken toen Felix Mendelssohn de Matthäus-Passion uit de mottenballen haalde, is zo’n goed verhaal dat het zonde zou zijn het te checken. Toch is dat allang gedaan, en wat blijkt? Bach is helemaal nooit verdwenen of vergeten. Met name zijn klaviermuziek is generatie na generatie op de lessenaars gezet, tot op de dag van vandaag eigenlijk.

Wel is het correct dat Bach een tijdje uit de mode was, omdat hij werd ingehaald door de muzikale ontwikkelingen die in de tweede helft van de 18de eeuw meer gewicht gaven aan harmonisch en melodisch eenvoudiger uitingen van emotie boven knappe constructies in de vorm van polyfone technieken als de fuga. Maar via zijn leerlingen werden die complexe stukken doorgegeven, al was het maar omdat er weinig muziek beter geschikt is om de speeltechniek op peil te houden.

Eeuwige bron van kennis

Dat geldt dan vooral voor de beide boeken met de titel Das wohltemperierte Klavier, waarin Bach in tweemaal 24 preludes en fuga’s alle 24 majeur- en mineurtoonsoorten aandoet en er los van de droge didactische component ook nog magistrale muziek van weet te maken.

Geen wonder dat componisten groot en klein bleven grijpen naar dat WTK, zoals de verzameling met een liefdevolle afkorting wordt genoemd, want de boeken blijven even raadselachtige als eeuwige bronnen van kennis.

Als het WTK een rode draad is in de muziekgeschiedenis, loopt er een rechtstreekse lijn naar Béla Bartók en Louis Andriessen, om twee componisten te noemen van wie bekend is dat ze zich op dagelijkse basis laafden aan Bachs werk. Het WTK was uitstekend geschikt om ’s ochtends de hersenen in staat van paraatheid te brengen voor later op de dag te verrichten compositorische arbeid.

Die lijn begint bij Bach en gaat vervolgens verder naar zijn leerling Johann Kirnberger, die weer de leraar was van baron Gottfried van Swieten, met wiens omvangrijke Bachcollectie Haydn, Mozart en Beethoven zeer vertrouwd waren. Ook Fanny en Felix Mendelssohn kenden het WTK, net als Chopin, Liszt en Wagner en weer later Debussy. Je hoeft niet eens erg goed te luisteren om de invloeden van Bach in hun muziek terug te kunnen horen.

Achttiende-eeuws klavecimbel

Kortom, het WTK hoort bij de basisopvoeding van alle componisten en alle musici. En ook van alle luisteraars, die het klavecimbel of de piano inmiddels goeddeels hebben ingewisseld voor andere apparaten (platen- en cd-spelers, laptops of smartphones).

Op die apparaten kunnen ze dan luisteren naar iemand die het harde werk voor ze doet, bijvoorbeeld Trevor Pinnock, die zich op indrukwekkende wijze buigt over het WTK, boek twee.

Hij speelt op een wonderschoon klinkende kopie van een achttiende-eeuws klavecimbel, uitgaande van een stemtoon op 415 Hz, een halve toon lager dan de tegenwoordig gebruikelijke A op 440 Hz. En hij doet dat buitengewoon overtuigend en op een verinnerlijkte manier die verraadt dat hij al een leven lang als instrumentalist en dirigent met de muziek van Bach leeft.

Klassiek

Johann Sebastian Bach
The Well-Tempered Clavier II
Trevor Pinnock
(Deutsche Grammophon)

Meer over