PlusInterview

Babeth Fonchie Fotchind dichtte over haar coming-out: ‘Dit gebeurt er in Kameroen met je als je gay bent’

Babeth Fonchie Fotchind: ‘Ik had gewild dat deze bundel bestond toen ik jonger was, ik had er veel steun aan kunnen ontlenen.’ Beeld Coco Olakunle
Babeth Fonchie Fotchind: ‘Ik had gewild dat deze bundel bestond toen ik jonger was, ik had er veel steun aan kunnen ontlenen.’Beeld Coco Olakunle

In haar poëziedebuut Plooi dicht Babeth Fonchie Fotchind (29) onder meer over haar coming-out. Haar ouders accepteren niet dat ze op vrouwen valt; in Kameroen is homoseksualiteit verboden. ‘Na mijn coming-out voelde ik me als een stoel waar een aantal poten aan ontbrak.’

Dieuwertje Mertens

Wanneer schreef u voor het eerst een gedicht?

“Ik denk dat ik een jaar of 11 was. Ik heb woorden en taal altijd heel leuk gevonden. Als ik niet kon slapen of als ik moest wachten speelde ik taalspelletjes in mijn hoofd. Dan ging ik het alfabet af en probeerde ik landen of dierennamen te bedenken.”

“Op een gegeven moment had ik een notitieboek gekocht met honderd pagina’s en ik dacht; ik ga op iedere pagina een gedicht schrijven. Ik hield ook een dagboek bij en ik denk dat het schrijven van gedichten een poging was om taal in een andere vorm te gieten. Ik dichtte over de liefde, maar ook over zware gedachten waar kinderen van die leeftijd niet over zouden moeten schrijven.”

Wat betekent de titel Plooi voor u?

“Plooi heeft verschillende betekenissen; iets rechttrekken, iets in vorm brengen, iets verfrommelen en lelijker maken, je schikken naar. Ik vind het ook mooi dat het zowel een werkwoord in gebiedende wijs als een zelfstandig naamwoord is. Dat is ook de spanning die je in mijn bundel ziet: een individu is wie ze is, maar haar omgeving wil haar veranderen. Ze vraagt zich af: wil ik hier wel in meegaan? Wie ben ik? Wat is mijn kern? Heb ik überhaupt wel een kern?”

In de bundel probeert u zich te verhouden tot uw ouders. Over uw moeder schrijft u: ‘ik zou je toewensen dat je was opgegroeid in een land en in een tijd/waarin geestelijke gezondheidszorg beschikbaar was/zodat je misschien langer had nagedacht over of je mij op de wereld zou zetten’.

“Het was noodzakelijk om deze bundel te schrijven. Schrijven helpt voor mij om de wereld, mijn gedachten en emoties te ordenen. Drie jaar geleden had ik deze bundel niet kunnen schrijven. Vijf jaar geleden kwam ik uit de kast bij mijn ouders. Ze accepteren niet dat ik op vrouwen val, daarom heb ik geen contact meer met ze. Dat is voor mij heel lastig.”

“De maanden na mijn coming-out voelde ik me als een stoel, waar een aantal poten aan ontbrak. Dit incident heeft veel losgemaakt, niet alleen als het gaat om die coming-out, maar ook andere dingen uit het verleden. Ik ben in therapie gegaan. Dat heeft me geholpen en ik voel me nu krachtig. Ondanks alles ben ik trots de dochter van mijn ouders te zijn, het zijn intelligente, knappe en dappere mensen.”

“Ik heb ontdekt dat als je iets deelt met mensen, je dan soms ook openheid terugkrijgt. Ik had gewild dat deze bundel bestond toen ik jonger was, ik had er veel steun aan kunnen ontlenen. Maar ik wil ook dat mensen de literaire waarde van dit werk zien: het is een kunstwerk. Op persoonlijk niveau was het belangrijk, maar ik ontstijg het persoonlijke ook. Overigens zijn niet alle gedichten in deze bundel autobiografisch.”

Terugkerend zijn de ‘verzamelde goedbedoelde adviezen’, waarin de protagonist zichzelf toespreekt: ‘(…) herinner jezelf eraan niet terughoudend te zijn/met investeren in jezelf (...)’ Zijn uw gedichten ook een poging om te troosten?

“We zijn tegenwoordig heel erg bezig met zelfreflectie. Althans, daar doet men het vaak op lijken met zogenaamde Instagramtherapie en zelfhulpboeken. Ik vond het belangrijk ook humor in mijn bundel te verwerken, door op speelse wijze het thema self care te belichten. Bovendien heb ik veel levenslust en houd ik ervan een humoristisch randje aan het leven toe te voegen.”

“Een ander gedicht dat ik graag wilde schrijven gaat over een ‘dagnachtmerrie’. Nadat ik had samengewerkt met een collega die corona had, moest ik drie dagen in quarantaine. Ik heb drie dagen online onderzoek gedaan naar wat er in Kameroen met je gebeurt als je gay bent en dit in het gedicht verwerkt.”

Fotchind verbeeldt dat ze door haar moeder naar Kameroen wordt gestuurd. Ze beschrijft een bezoek aan haar geboortedorp en een genezingsritueel door een medicijnman om haar homoseksualiteit uit te drijven: ‘(...) ze draaien me om, kleden me uit, stoppen een pikante peper in mijn achterste/ tot enkel nog het steeltje zichtbaar is (...) ik vraag me af/ welk ander lesbisch meisje/ op zoek naar haar wortels/ op dit erf is verbrand.’

Fotchind: “Dit is ook mijn fantasie hoor, maar van dat pepertje, dat gaat echt zo. Absurd. Toen ik het gedicht had geschreven, kon ik het loslaten. Ik wil overigens niet dat mensen Kameroen zien als een achtergesteld land, het is er prachtig. Het heeft lelijke en mooie kanten, net zoals Nederland. Het gedicht Dossier gaat onder meer over gebedsgenezingsdiensten in Nederland, Tim den Besten maakte daar het programma Van de andere kant over. Ook in westerse landen wordt homoseksualiteit niet altijd geaccepteerd.”

Waarom koos u ervoor om zoveel verschillende vormen (dagboek, cycli, opsommingen) en taalregisters aan te boren?

“In het dagelijks leven wissel ik ook voortdurend van taalregister. Ik houd van dat spel met taal. Dat hoort voor mij ook bij de trip die de bundel moet zijn; verschillende vormen helpen om verschillende emoties aan te boren. De vorm moet echter wel van toegevoegde waarde zijn, het mag geen trucje zijn om gebrek aan inhoud te verhullen.”

Plooi, Babeth Fonchie Fotchind, De Geus, 85 blz, € 18,99.

Babeth Fonchie Fotchind (1993) werd geboren in Yaoundé in Kameroen. Op haar vijfde kwam ze naar Nederland. Ze won de Kunstbende Limburg in 2008 en de Kunstbende Utrecht in 2012 met een ingezonden gedicht. Ze draagt haar poëzie voor op verschillende podia en festivals en haar gedichten werden gepubliceerd in onder meer Kluger Hans, De Gids en online tijdschrift Lilith Mag. Ze is jurist en werkzaam als beleidsmedewerker voor het ministerie van OCW.

Meer over