PlusInterview

‘Audiojournalist’ Vincent Bijlo: ‘Alle creativiteit van de radio dreigt te verdwijnen richting de podcasts’

Vincent Bijlo: ‘Als luisteraar word je zelden of nooit meer verrast, terwijl daar nou juist de kracht van radio in schuilt.'
 Beeld Nosh Neneh
Vincent Bijlo: ‘Als luisteraar word je zelden of nooit meer verrast, terwijl daar nou juist de kracht van radio in schuilt.'Beeld Nosh Neneh

Als ‘audiojournalist’ luistert Vincent Bijlo (56), behalve naar podcasts, veel en graag naar de radio. Al mag het aanbod van de Nederlandse zenders wel wat verrassender, vindt hij. ‘Bij de BBC doen presentatoren wat ze leuk vinden, ze krijgen veel meer ruimte.’

Vincent Bijlo gaat op vakantie en neemt mee: zijn wereldontvanger. Op zoek naar obscure zenders op de middengolf, genieten van Italiaanse reclames of een Frans station dat na een plaat van de Sex Pistols doodleuk een symfonie van Schubert draait, voor Bijlo is het een vast onderdeel van de reispret. Natuurlijk, je kunt alles ook via een app beluisteren, maar zo’n wereldontvanger heeft iets toch iets magisch. En de AM klinkt er zo lekker op, vindt ­Bijlo. “Echt verrast worden, dat overkomt je op de Nederlandse radio nauwelijks nog.”

Bijlo weet waarover hij praat. Hij is, naast cabaretier en schrijver, een van de weinige radio­recensenten van Nederland, al spreekt hij liever over audio. “De scheidslijn tussen radio en ­audio die op andere manieren wordt aange­boden, zoals podcasts, wordt steeds smaller. ­Radio is slechts een onderdeel van het steeds verder uitdijende audiolandschap.”

Een plaatje minder

Bijlo schreef er jarenlang over in het AD, en sinds vorig jaar voor het NRC, en wekelijks bespreekt hij in het programma Vink op Radio1 podcasts die de moeite waard zijn. Ook is Bijlo juryvoorzitter van de Zilveren Reissmicrofoon 2021, de prijs die sinds 1966 wordt uitgereikt aan de beste audio­productie. Aanstaande vrijdag gebeurt dit in Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum, tijdens een symposium over het veranderende audiolandschap, waar ook Bijlo zijn visie op het radio- en podcastland uiteen zet. Op de veranda van zijn huis in ­Bunnik geeft hij een schot voor de boeg.

“De publieke omroep – maar voor de commerciële zenders geldt hetzelfde – is in de ban van ‘profielen’, waardoor het radiolandschap volledig verkaveld is. Zenders zijn ‘brands’ geworden en worden ook als zodanig ingericht. 3FM richt zich op luisteraars onder de 35 jaar, oudere luisteraars kunnen bij Radio 2 terecht, en als je ouder dan 50 bent, word je geacht naar Radio 5 te switchen.”

“Dat profieldenken leidt tot vervlakking. Als luisteraar word je zelden of nooit meer verrast, terwijl daarin juist de kracht van radio schuilt: dat je tegen nieuwe dingen aanloopt. Muziek die je niet kent, een reportage uit een land waar je weinig van wist, een verhaal waarvan je misschien iets opsteekt. Ik heb het idee dat de intelligentie van het publiek structureel wordt onderschat. Op Radio 2 mag een gesprek overdag hooguit drie minuten duren, uit angst dat de luisteraar anders afhaakt. Maar als het een boeiend gesprek is, kun je toch een plaatje minder draaien? Het format is niet heilig, je kunt programmamakers best meer vrijheid geven.”

Willen luisteraars ook niet juist een zender die ze volgens een vast stramien door de dag heen praat?

“Ja, dat noemen ze een ‘full service zender’: een station dat je op de hoogte houdt van het nieuws, een beetje sport, af en toe wat muziek, de files, een leuk spelletje tussendoor, en zo ben je de hele dag onder de pannen. Het is een beetje hoe vroeger naar radio werd gekeken: als kameraad, als metgezel. En nog steeds staat op een hoop werkplaatsen de hele dag een radiostation op dat daarin voorziet: in kantoren, de bouw, garages.”

“Maar dat betekent niet dat je de lat laag hoeft te leggen. Vergelijk Radio 2 met BBC Radio 2 in Engeland: hun muziekkeuze is zo veel breder dan bij ons. Daar hoor je platen uit de jaren vijftig, of actuele muziek die niet zo mainstream is. Natuurlijk werken ze bij de BBC ook met formats, maar presentatoren krijgen, of nemen, veel meer ruimte. Ze doen wat ze leuk vinden, en dat hoor je. En als een gesprek een keer een kwartier duurt, kan dat gewoon. Jamie Cullum maakt vanuit zijn eigen huis een jazzshow, daar zit zo’n vaart in, zo veel lol. Het is een heel vanzelfsprekende manier van radio maken.”

Heeft dat ooit wel bestaan in Nederland?

“Vroeger had je het zuilensysteem, waarbij de rol van de omroepen veel belangrijker was. Elke omroep had zijn eigen dag; op dagen dat jouw gezindte niet aan de beurt was, had je weinig te zoeken op de radio. Daar verlang ik absoluut niet naar terug, het was soms tamelijk bizar. Dan kreeg je eerst het algemene nieuws, en dan een verhaal met zo’n stichtelijk NCRV-sausje eroverheen. Ik ben blij dat de rado zich grotendeels horizontaal is gaan programmeren.”

“Maar er is de laatste jaren ook veel ruimte voor experiment verloren gegaan. Hoorspelen, absurdisme, grote verhalen uit het buitenland. Vroeger hoorde je nog wel eens een lange reportage uit Karachi of Lagos, of een andere uithoek van de wereld. Dat kostte natuurlijk enorm veel geld, en men had geen idee of luisteraars daar wel op zaten te wachten. Maar het was tenminste verrassend. Je hebt wel nog steeds elke avond Bureau Buitenland op Radio 1, en de NPO is van plan meer te investeren in onderzoeksjournalistiek. Dat vind ik goed, maar dan moet er wel serieus worden geïnvesteerd.”

In het uitgelekte mediaplan 2022 staat dat er minder ‘verstrooiing’ op Radio 1 komt.

“Ik vermoed dat ze daarmee bedoelen dat het minder licht en luchtig moet. Prima, maar op zich is er niets mis met verstrooiing. Je kunt ook op een inhoudelijke manier aan verstrooiing doen. Voor het online radiostation 40Up heb ik eens een uur lang plaatjes uit de jaren twintig van de vorige eeuw gedraaid: allemaal compacte nummertjes van hooguit 2,5 minuut. Was ontzettend leuk. En verstrooiend.”

“De revolutie in audioland is de populariteit van podcasts. Daar is oneindig veel plek voor experiment, inhoud en verstrooiing, waarbij iedere doelgroep en niche bediend worden. Heel interessant wat daar nu gebeurt, er worden fantastische podcasts gemaakt. Zo veel zelfs, dat het nauwelijks nog valt bij te benen. In dat opzicht zijn het op audiogebied gouden tijden. Maar het risico is dat alle creativiteit van de radio richting de podcasts verdwijnt en radio eenheidsworst wordt. Zo is Radio Doc van de VPRO en NTR, dat elke zondagavond op Radio 1 werd uitgezonden, geschrapt voor een programma dat ruimte biedt voor nog meer voetbal.”

“Idealiter zorg je voor een wisselwerking tussen radio en podcasts. Analoge radio zou een onderdeel moeten zijn van je audioplatform, net als podcasts. BNR doet dat goed, Kink en Q-Music ook: de dj’s die je op de radio hoort zijn ook de mensen in de podcast, en op de radio wordt verwezen naar de podcasts.”

Wat is de rol van de NPO op de podcastmarkt?

“Het is momenteel een soort wildwestsituatie in podcastland. Dat zie je altijd bij nieuwe media, die moeten zich nog voegen naar het geheel. Je ziet allerlei podcastbedrijven ontstaan. Traditionele media, zoals het NRC en de DPG-uitgeverij, storten zich op podcasts, en er ontstaan allemaal hybride vormen: steeds meer geschreven journalistieke verhalen kun je ook beluisteren. En dan is het nog zoeken naar een verdienmodel: Spotify en Apple gaan betaalfuncties introduceren. Het is de vraag of podcasts altijd gratis te beluisteren blijven.”

“De NPO is een belangrijke speler op de Nederlandse podcastmarkt. Net als bij televisie moet de publieke omroep bedenken wat zijn kerntaak is op het gebied van audio. Wat mij betreft zou dat zijn: alles wat commerciële partijen niet kunnen of willen maken, maar inhoudelijk wel interessant is. Zoals dingen die eigenlijk te duur zijn om te maken, of te experimenteel. Het betekent ook dat je als NPO sommige dingen moet laten vallen. Ik doe maar een voorzet: is het nou echt nodig dat Derk Bolt voor Spoorloos afreist naar de binnenlanden van Nicaragua, waar twee zussen elkaar omarmen?”

U bent een van de weinige ‘audiojournalisten’ van Nederland, is dat niet vreemd?

“Ik vermoed dat dat te maken heeft met de vanzelfsprekendheid waarmee radio aanwezig is in ons leven. Voor een televisieprogramma ga je echt zitten, de radio wordt vaak beschouwd als een constante stroom, die altijd aanwezig is. Terwijl er zo veel leuks te vinden is, zeker als je online luistert. Ik vind het leuk mensen daarop attent te maken. Wist je dat er een radiostation is dat alle tennistoernooien ter wereld live verslaat? En dat er zoiets bestaat als Grand Prix Radio? Bij het EK voetbal heb ik tijdens bij een wedstrijd van Denemarken afgestemd op de Deense radio, gewoon om te horen hoe dat klinkt.”

Meer over