PlusInterview

Astrid Kersseboom gaat naar de radio: ‘Ik had niets meer op mijn lijstje’

Astrid Kersseboom, thuis in Bilthoven:
Astrid Kersseboom, thuis in Bilthoven: "Je hoeft niet altijd een harde toon aan te slaan voor een scherp interview, is mijn overtuiging."Beeld Ivo van der Bent

Presentatrice Astrid Kersseboom (55) verruilt het NOS Journaal op tv voor het journaal op Radio 1. ‘Ik verheug me erop mijn eigen stempel op een uitzending te kunnen drukken.’

Stefan Raatgever

Astrid Kersseboom excuseert zich voor haar late aankomst. Haar werk liep uit omdat er – verrassing! - plots enkele collega’s, met het koningshuis als specialisatie, verschenen met een toespraakje, cadeautjes en warme succeswensen. De presentatrice: “Mooi. Ik heb met hen toch tientallen Koningsdagen, staatsbezoeken of Veteranendagen meegemaakt.”

Aan die reeks komt een einde nu Kersseboom met ingang van het nieuwe jaar stopt als koningshuisverslaggever en als tv-presentatrice van het NOS Journaal. Ze stapt over naar de radio en begint maandag als presentatrice van het Radio 1 Journaal, waar ze opvolger wordt van de naar Omroep Max vertrokken Jurgen van den Berg.

Van de televisie naar de radio. Terwijl werken voor de televisiecamera’s volgens velen toch het summum in de media is.

“Tja, dat moeten zij weten. Ik heb het televisiewerk nooit gedaan voor de aandacht of de bekendheid. Ik vond het presenteren heel erg leuk: het nieuws op de best mogelijke manier bij de mensen thuis brengen. Als ik dat had kunnen doen zonder met mijn kop op de buis te komen, had ik meteen getekend.’’

Was het de afgelopen jaren lastig om herkend te worden als NOS-gezicht?

“Bij mij is het eigenlijk altijd positief geweest. Mensen op straat waren aardig. Zelfs online heb ik weinig last gehad. Voor onze verslaggevers is dat tegenwoordig helaas heel anders. De bestickering is van de auto’s, omdat een aantal keer is geprobeerd ze van de weg te rijden. Het is zelfs zo erg geweest dat een vrouwelijke collega bij een boerenprotest niet meer veilig live kon. Een mannelijke collega is toen als een soort lokvogel voor een nep-livegesprek tussen de woedende mensen gaan staan. Over dat soort incidenten mogen we niet lichtvaardig doen.’’

Hoe is uw overstap tot stand gekomen?

“Het begon toen we hoorden dat Jurgen van den Berg zou vertrekken. Wij van de televisiekant leveren meestal de vervangers bij ziekte of vakantie. Omdat ik bij ons een rol heb, die ik zelf altijd klassenoudste noem, sprak ik erover met onze hoofdredacteur Marcel Gelauff. Ineens zei hij: ‘Zou jij het niet willen?’ Ineens klikte er wat in mijn hoofd. ‘Ja, misschien wel,’ hoorde ik mezelf zeggen. Dat was op vrijdag. Ik heb er een weekend over nagedacht en op maandag antwoordde ik: ‘Ja. Heel graag.’’

Waarom?

“Omdat het er een mooi moment in mijn loopbaan voor is. Ik had bij de televisie niets meer op het lijstje in de categorie: ‘Dat wil ik nog een keer doen.’ En ik verheug me erop mijn eigen stempel op een uitzending te kunnen drukken. Het is 3,5 uur live. Dan bepaalt de presentator voor een groot deel de sfeer.”

“En ik ga weer interviewen. Niet alleen correspondenten, maar ook mensen van buiten. Dat was bij het Journaal heel anders. Daar spreek je een kruisinterviewtje met een collega vooraf helemaal door. Er mag geen informatie missen. Niet makkelijk, hoor. Maar spontaan is het niet natuurlijk.’’

Had u last van dat keurslijf?

“Nee, dat weet je als je dit werk doet. En het is heus niet zo dat er in het Journaal helemaal niets kon, maar het is een stuk zakelijker.’’

Hoe drukte u uw stempel op een uitzending?

“Het zit hem in details: je toon, je gezichtsuitdrukking, waar je een pauze legt. Een ernstig onderwerp verschilt echt wel van een vrolijk item.’’

‘Als Astrid Kersseboom het vertelt, is het slechte nieuws net iets minder slecht,’ dacht ik als kijker weleens.

“Dat heb ik vaker gehoord! Leuk. Waar ik niet van houd, is meegaan in de emotie van een zwaar onderwerp. Juist zo’n tekst moet je vrij afstandelijk brengen. De emotie die erbij kan horen, kan de kijker zelf wel bepalen. Dat hoef ik niet voor hem te doen.”

Dione de Graaff van Studio Sport sprak zich twee jaar geleden in deze krant uit over de onderwaardering van de NOS-presentatoren. Ze zei: ‘Als ik de nominaties voor de Televizierprijzen zie, gaat er weleens een wenkbrauw omhoog. Het voelt soms ondankbaar dat daar nooit iemand van ons tussen staat.’

“Ik voel me niet ondergewaardeerd. Maar we zijn blijkbaar een beetje als water uit de kraan. Het is er altijd. En je merkt het pas als er iets mis is met dat water. Misschien moeten we dat dan maar als compliment zien. Ik heb nooit gedacht: waarom krijgen wij nou geen prijs? Wel denk ik soms: ‘De publieke omroep mag best eens trotser zijn op de NOS.’ Het is elk jaar hetzelfde: de seizoenspresentatie gaat altijd over alles, behalve over ons. Ook voor de NPO zijn we water uit de kraan.’’

De anchor van het Achtuurjournaal springt doorgaans het meest in het oog. U solliciteerde in 2013 naar die positie. Annechien Steenhuizen kreeg de baan. U hoopte niet op een tweede kans?

“Nee, hoor. Dat is een gepasseerd station. Het leek me toen hartstikke leuk. En toen ik het niet werd, dacht ik: alle energie die ik er nu nog in steek, is negatief. En wie heb je daarmee je te pakken? Jezelf én de mensen om je heen die met een chagrijnig type zitten opgezadeld.”

“En als ik nu een heel vervelende baan had gehad... Er zit altijd een andere kant aan dit soort dingen: als ik vast het Achtuurjournaal was gaan doen, had ik de koningshuisportefeuille moeten neerleggen. En al die mooie reizen met staatsbezoeken had ik niet graag willen missen.’’

Is het volgen van het koningshuis nu eigenlijk een erebaan of juist een journalistiek tandartsbezoek?

“De kijk erop is veranderd, volgens mij. Toen ik in 2007 begon, hoorde ik soms meewarige geluiden. Maar ik heb altijd gezegd: wat je ook van de Oranjes denkt, ze zijn een belangrijke factor in onze maatschappij. Dat maakt hen journalistiek interessant.”

“De glamourkant met de baljurken en de persoonlijke relaties behandelt de NOS gelukkig veel minder. In die zin vond ik Koningsdag ook altijd de moeilijkste uitzending van het jaar. Bij Prinsjesdag is de staatsrechtelijke component heel duidelijk, maar Koningsdag is eigenlijk een familiefeestje. De kijkers willen graag de Oranjes zien. Daar voldoen we aan. Maar het lastige van het commentaar die dag is dat je snel als een muts gaat klinken als je wat vertelt over een spelletje waar de prinsen aan meedoen.’’

2021 was met de nieuwe overtreding van de coronaregels, deze keer bij de verjaardag van Amalia, niet het beste jaar voor de Oranjes. Hebt u na bijna 15 jaar koningshuisverslaggeving een idee waarom dat soort dingen zo vaak fout gaat in het gezin van Willem-Alexander?

“Dat blijft lastig te zeggen. Dan zou je in hun hoofden moeten kunnen kruipen. Maar ik snap niet dat wat je achteraf constateert, je niet van tevoren kunt bedenken. Vorig jaar ging het hetzelfde na de vakantie naar Griekenland. Niets aan de hand, want binnen de regels, was hun eerste reactie. Maar de familie moest uiteindelijk diep door het stof. Dat je dat één keer overkomt, is tot daaraan toe. Maar daarna denk je toch na over elke stap? Je moet als koning simpelweg elke keer afwegen: we zijn dit van plan, kan ik dat verantwoorden als er rumoer ontstaat?”

Hij mist een antenne?

“En de mensen om hem heen dus ook. Ik denk namelijk niet dat Willem-Alexander Amalia’s partytent zelf is gaan opzetten in de tuin.’’

U gaat nu de verantwoordelijke politici interviewen. Bij andere nieuwsonderwerpen krijgt u wellicht met persvoorlichters te maken. Vaak hebben die als missie: niets loslaten. Hoe gaat u dat aanpakken?

“Dan zeg ik op een gegeven moment op vriendelijke toon: ‘U wilt dus niets zegen?’ Je hoeft niet altijd een harde toon aan te slaan voor een scherp interview, is mijn overtuiging. Neem Jeroen Pauw. Heb je die ooit venijnig gehoord? Sterker: zijn scherpste vragen stelt hij heel rustig en zacht. Toch hoort hij bij de beste interviewers van Nederland.”

Uw radiovoorganger Jurgen van den Berg bracht een zekere lichtheid in toon en stemgeluid mee. Dat trekt u door?

“Zeker. Mensen staan met je op. Dat betekent dat je aan een paar voorwaarden moet voldoen: je moet informeren, zorgen dat er momenten zijn dat het even spannend wordt, maar het moet ook prettig zijn om naar te luisteren.”

En gaat u inhoudelijk iets veranderen?

“Dat is niet nodig. Het format staat. En het werkt. If it ain’t broken, don’t fix it. Ik denk dat het grootste verschil wordt dat er straks twee andere mensen zitten. Want ik heb ook een co-host, Wouter Walgemoed. Onze interactie wordt ook een onderdeel van het programma.”

Er luisteren nu minder mensen naar Radio 1 dan voor corona. Terwijl je bij zo’n grote nieuwsgebeurtenis het tegenovergestelde verwacht.

“De NOS is online ook enorm gegroeid het afgelopen jaar. En het Radio 1 Journaal gaat heel goed, heb ik begrepen. Maar zenderbreed was er helaas niet overal groei, nee. Er worden na 1 januari wat dingen in de programmering veranderd. Dat zal niet voor niets zijn.’’

Tot slot: het Radio 1 Journaal begint om 6 uur. Bent u een ochtendmens?

“Ik heb ervaring met de ochtenddiensten van de tv-journaals. Daar kon ik goed tegen. Straks gaat om 4 uur de wekker en ben ik om 5 uur op de redactie. Dat is zo vroeg, dat heeft niets meer te maken met ochtend- of avondmens zijn. Toch wil ik ’s avonds niet voor half elf naar bed. Dan is mijn leven echt voorbij, dat wil ik niet. Ik ben straks aan het einde van de ochtend weer thuis. Dan slaap ik nog een paar uurtjes en ga dan lekker het bos in met de hond.”

Meer over