PlusBoekrecensie

Arnon Grunberg is terug: De dood in Taormina is Grunberg op zijn best

null Beeld -
Beeld -

Hij is natuurlijk nooit weggeweest, Arnon Grunberg. De dood in Taormina, zijn zestiende roman, verschijnt nog geen twee jaar na Bezette gebieden. In de tussentijd kwamen er drie bundelingen uit (essays, columns en reportages), nog los van een bijna dagelijkse publicatie in krant of tijdschrift. Toch is zijn nieuwste roman een terugkeer.

Dries Muus

Qua toon, personages en anarchistische levenslust gaat Grunberg terug naar de eerste periode van zijn schrijverschap, toen hij schreef over losgeslagen artistieke types, geboren non-comformisten en dwangmatige vluchters; over gekmakende affaires en relaties, champagne in hotelbars, oplichters en hoeren, over zelfdestructie en leven als een spel waarin de inzet elke ronde weer werd opgevoerd, totdat er geen enkele controle meer mogelijk was en alle deelnemers zich er wel aan móesten overgeven. In moesten verliezen.

Werk en conformisme

Na die eerste periode volgde een reeks romans over mannen die hun angsten trachtten te bezweren met werk en conformisme. Licht wereldvreemde vakidioten, voor wie plichtsbesef zwaarder woog dan levenslust, en voor wie er geen groter genot leek te bestaan dan een geslaagde werkdag en een respectabele maatschappelijke status.

Ook die hoofdpersonen raakten vroeg of laat in de ban van gevaarlijke verlangens. Hun gevechten waren vaak aangrijpend. Maar de heimwee naar de vroege Grunberg, naar die aanstekelijke mengeling van romantiek en nihilisme, verdween nooit helemaal.

Slaperig stadje

De dood in Taormina heft die heimwee al vanaf de eerste pagina op. Aan het woord is een jonge vrouw, Zelda, van midden twintig. Ze blikt terug op, nou ja, op wat eigenlijk? Dat lijkt ze zelf ook nauwelijks te weten. Haar verhaal, ‘dit gebed dat geen gebed is’, deze ‘poging om een graf te graven’, gaat in elk geval ‘over Jona en mij, over een lokeend met een mes, en Rasmus en Aleppo en een cowboy zonder cowboyhoed die flirtte met de gevangenis.’

Het is onmogelijk om na die raadselachtige opening niet geprikkeld te zijn. In de driehonderd pagina’s die daarop volgen lost Grunberg alle raadsels op. Zelda’s monoloog lijkt aanvankelijk een terugblik op een ontheemde maar niet per se ongelukkige jeugd, doorgebracht in een slaperig stadje aan zee, afgewisseld met episoden in China en Toronto. In het tweede van de vijf delen verandert de licht absurdistische coming-of-ageschets langzaam in een verslag van een krankzinnige relatie.

Zelda raakt gefascineerd door Jona, een veel oudere, succesvolle acteur. Veel is onduidelijk over Jona, of totaal bizar: hij verklaart dat hij zijn moeders ex-minnaar is, dat hij uit zijn eigen huis is verdreven en sindsdien leeft als een ‘dakloze van het welgestelde soort’; hij reist bij voorkeur per taxi en zegt al sinds zijn vijftiende aan slapeloosheid te lijden ‘die ik alleen met bepaalde rode wijn heb weten te bestrijden, ik zal je de druivensoort besparen, mensen praten hoe dan ook te veel over druiven met die quasi-expertise die je elke levenslust ontneemt.’

Rösti of tandenpoetsen

Jona wisselt scherpe inzichten over het menselijk tekort af met krachtige ideeën over banaliteiten. Een van zijn charmantere eigenschappen is dat hij met evenveel principiële overtuiging spreekt over vergiffenis of liefde als over rösti of tandenpoetsen.

Zelda en Jona zijn allebei volstrekt onweerstaanbaar. Hun verwantschap is invoelbaar van begin tot eind, zowel het wederzijdse begrip als het chronische restje onbegrip, zowel de nabijheid als de pijnlijke afstand en zowel de krachtige bevestiging als de knagende twijfel.

Ook de bijfiguren, van Zelda’s vader tot de even ongrijpbare als aantrekkelijke Per, overtuigen stuk voor stuk. Sommige schrijvers weten hun personages in één of twee zinnen tot leven te brengen. Grunberg gaat een stap verder: hij laat je in één of twee zinnen van ze houden, hoe onmogelijk ze vaak ook zijn.

Hij combineert die onvergetelijke personages met een schijnbaar onnadrukkelijke plot, waarvan je pas in het verbluffende slot beseft hoe slim hij in elkaar zit, verrassend en totaal vanzelfsprekend tegelijk, speels en sterk doordacht. De dood in Taormina is een vleugje Jules et Jim, een beetje Sunset Boulevard met een knipoog naar Thomas Mann.

Maar toch vooral, in elke alinea, Arnon Grunberg op zijn best.

Fictie

De dood in Taormina
Arnon Grunberg
Nijgh en van Ditmar, €23,50, 320 blz.

In De dood in Taormina blikt Zelda terug op een ontheemde maar niet ongelukkige jeugd in een slaperig stadje aan zee.  Beeld Getty Images
In De dood in Taormina blikt Zelda terug op een ontheemde maar niet ongelukkige jeugd in een slaperig stadje aan zee.Beeld Getty Images
Meer over