PlusLofzang

Annelies Verbeke over dichter Michael Tedja: ‘Hij kiest voor het leven’

Kunstenaar, schrijver en dichter Michael Tedja in zijn atelier in Amsterdam, voor zijn eigen werk Mother.
 Beeld Tom Haartsen
Kunstenaar, schrijver en dichter Michael Tedja in zijn atelier in Amsterdam, voor zijn eigen werk Mother.Beeld Tom Haartsen

Schrijver en kunstenaar Michael Tedja heeft donderdag de Sybren Poletprijs 2021 ontvangen, bekroning voor het oeuvre van een Nederlandstalige auteur die schrijft en werkt in de geest van de experimentele dichter, prozaschrijver en essayist Sybren Polet (1924-2015). Schrijver Annelies Verbeke houdt een lofzang.

Annelies Verbeke

Het vergt moed en lef om tegen de stroom in te roeien, zich keer op keer van de stropers met hun vallen en kooien te bevrijden, en van de gewelddadige onverschilligheid buiten het woud. Het eist een levenslange wisselwerking tussen manische energie en uitputting, vastberaden non-conformisme en de bereidheid te mislukken in andermans dominerende blik.

Als je niet wit bent, of geen man, of geen van beiden, dan zijn vernieuwing en authenticiteit in die ogen vaak slechts vergissingen. Bij uitbreiding wordt ieder die niet bereid is zich aan de commercie over te leveren verlaten, zo voelt het vaak, is het vaak.

Worsteling en meesterschap

Maar niet vandaag. Dit is een adempauze, een dag waarop we de worsteling en het meesterschap vieren, waarop we vieren dat de avant-garde leeft, dat er uitgevers en musea voor bestaan, en prijzen. Vandaag is voor Michael Tedja.

Vorig jaar won Tedja al de Jana Beranováprijs, een oeuvreprijs waarmee werk wordt bekroond dat blijk geeft van een zoektocht naar vrijheid en integriteit. Ook de Sybren Poletprijs – in het leven geroepen door de experimentele dichter en schrijver, en zijn vrouw Cora Polet – brengt hulde aan werk dat weigert zich aan genres en conventies te onderwerpen. Deze prijs is eveneens een oeuvreprijs, en het is heel juist dat Michael Tedja oeuvreprijzen krijgt, want zijn oeuvre vormt in alle veelzijdigheid en meerstemmigheid onmiskenbaar een geheel.

‘Alsof zijn boeken elkaar voeden,’ schrijft hij in Meta is haar naam. Ook zijn plastische werk hoort daarbij, het is één wereld: in zijn literaire werk heeft hij oog voor ruimtelijkheid en materiaal, hij schrijft over zijn ‘fascinatie voor taal alsof het kleurige tekeningen en brutale schilderijen zijn’.

Doorheen de romans en dichtbundels ontmoeten we personages opnieuw, wordt een kunst- en maatschappijbeschouwing zowel als een familiegeschiedenis uitgediept, keren cijfers en taalspel terug, laat hij twijfel toe over zijn eerdere beweringen en speelt hij met de blikken van anderen. Ook citeert hij zichzelf wel eens letterlijk. Zo laat de zin, het credo, ‘Ik laat me niet opsluiten, niet achter de tralies van vooroordelen, noch in de dwangbuis van etnische solidariteit’ zich lezen in zowel de roman Briljante man als in de dichtbundel Exclusief.

Sybren Polet duikt op in Tedja’s gedicht Regen in zijn gelijknamige bundel uit 2015, en wel in deze strofe:

‘Geen materialist die Polet.
Hij zei: “Aanschouwer zie deez’ Moor.
Hij gaat Geloof, en Hoop, en Liefde
aan Mooren leeren, opdat zij, witgemaakt,
met hem het lam steeds eren.”’

Het was pas met dit gedicht, Regen, dat ik – beschamend traag – inzag dat regen, een beeld en een woord dat ook in Tedja’s bundel Tot hier en verder veelvuldig opduikt, natuurlijk een anagram is. ‘Ik ben een neger’, herhaalt hij opnieuw en opnieuw in Briljante man, en over zijn hele oeuvre komt hij daarop terug. Maar Michael Tedja laat zich niet witmaken. En ook niet zwart.

De Surinaamse afkomst en de blikken daarop in regenachtig Nederland vragen om een positionering van de schrijver, die hij weigert rechtlijnig in te vullen. Want er zijn altijd meerdere dimensies. Een persoon die de invullingen wenst te overstijgen, manifesteert zich.

Wegwissen

Hij analyseert zichzelf doorheen zijn weerbarstige oeuvre, verbindt zich met persoonlijke en grotere geschiedenissen en komt ertegen in verzet, geeft lucht aan zijn weerzin te worden ingedeeld, bekampt zichzelf en redt zichzelf. Ook rijzen er vragen bij de betrachte vrije wil: is de zoon gedoemd het wedervaren van de vader te herhalen? Is het lot van de zus dat van de verteller?

Noopt het – voor mij heel herkenbare – gevoel dat wat een kunstenaar maakt, wat een auteur schrijft, al ergens bestaat, ons tot het inzicht dat we slechts geleiders zijn en dus gedetermineerder, onvrijer dan we willen? Ligt ons lot vast? Moeten we het alsnog omarmen?

Bij het lezen van zijn dichtbundel Exclusief uit 2019, meende ik te lezen dat hij zichzelf wilde wegwissen, er is de hele tijd iets ‘niet’ of ‘geen’ iets. Hij is boos en triest, dacht ik, hij is tot een einde gekomen, hij zoekt naar een catharsis, hij tracht een lege ruimte van zichzelf te maken om opnieuw te kunnen beginnen. In het bijzonder trof me in deze bundel zijn gedicht Beer.

Depressieve beer

‘Trof’ is eigenlijk zacht uitgedrukt. Het hart, het achtste verhaal, van mijn eigen verhalenbundel Halleluja is het verhaal De beer, waarin mijn alter ego ‘de auteur’ ’s ochtends wakker wordt als depressieve beer, een transformatie die anderen ontgaat.

Verwijst Michael Tedja hier naar mijn werk, vroeg ik me verbluft af, of zijn we, min of meer simultaan, naar de onderwereld afgedaald om daar beiden – tijdelijk – in deze verpletterde beer te transformeren, hem in de ogen te kijken? Beide mogelijkheden zouden me verblijden, en ik jubelde mee met de mantra die hij door dit gedicht vlecht: ‘Weg met de zwaarte!’

Want er is niet enkel worsteling bij Michael Tedja, hij heeft kracht en humor en kiest voor het leven. Hij is druk én kalm. In Tot hier en verder schrijft hij: ‘de blouse is gesteven. / Als het niet de was is, de zon.’ Een zin die een opvallend ontspannende werking op mij had.

Gevecht met zichzelf

Ik leerde het werk van Michael Tedja pas drie jaar geleden kennen. Hij stuurde me een bericht met de wens dat ik zijn roman Briljante man zou lezen, stuurde me het boek. Wanneer een collega vermoedt dat ik aansluiting zal vinden bij zijn of haar binnenwereld, spits ik de oren. Ik heb namelijk ook weleens behoefte aan aansluiting, gedeeld begrip. En dat vond ik dus.

Het is gek dat we elkaar nu pas voor het eerst lijfelijk ontmoeten, want zijn werk gaf me het gevoel hem al lang te kennen. Hij benadrukt in interviews dat hij fictie schrijft. In het werk zelf is alles echt.

Dat is niet anders in zijn dit jaar verschenen roman Meta is haar naam. Nog meer dan anders speelt hij hier met de blikken op zijn werk, het zalven en slaan, maar vooral slaan van de buitenwereld, dat bij momenten overgaat op een gevecht met zichzelf. Bijzonder is ook dat de zus die hij in dit boek doet herleven, die hij tracht te bewaren, soms de plaats van het hoofdpersonage inneemt onder het juk van die buitenwereldblik: de hij wordt zij, de zij weer hij.

Catharsis

Er zijn momenten tijdens het lezen van Tedja’s romans waarbij ik innerlijk schreeuw: al die kanttekeningen bij voetnoten, heen en weer bladeren om de doorbroken draad op te pikken, doorbroken passages, weggelaten woorden die weggelaten geschiedenissen en afgebroken levens spiegelen, die de meerstemmigheid toelaten, het tegelijk bestaan.

Tedja vraagt iets van de lezer. Gelukkig, ik heb graag iets te doen tijdens het lezen, ik wil dat een auteur een appèl doet op mijn inzet, mij betrekt. Bij Tedja word je beloond, elk werk is een beleving.

En aan het eind van Meta is haar naam voelde ik me bovendien diep ontroerd. Hij lijkt zijn catharsis hier te hebben bereikt. De zoon nam geen deel aan de seances die zijn moeder en zus organiseerden, maar gebruikt nu zijn werk om geesten op te roepen, de geesten uit het verleden en hun geesten.

Op de laatste bladzijden brengt hij het gezin weer samen, de oma duikt ook op, er wordt Surinaams gesproken dat niet voor de lezer is bestemd. Het einde van Meta is haar naam is intens intiem, hoogst gevoelig, rond, het is van dit gezin, van hem, en het kan niet bestaan zonder al wat eraan voorafgaat, het hele oeuvre, de hele geschiedenis, het mysterie, de onderwereld, de achterkant, de aquaholist in het Holarium.

Michael Tedja omarmt de tegenstrijdigheden. Hij toont literair, artistiek werk dat zowel ijzersterk als gevaarlijk broos is, bouwend en vernietigend, hermetisch en wijds, monomaan en verbindend, onvermoeibaar speels en vervuld van helder verdriet. Wat een geschenk.