PlusDansrecensie

Anatomy of Light kan zich uitstekend meten met de muziekballetten van Hans van Manen

Het kort maar krachtige programma Made in Amsterdam maakt indruk met onder andere een ode aan het licht die nog niet af is, maar dat absoluut wel oogt.

Fritz De Jong
Anatomy of Light,  chor. Wubkje Kuindersma

Anatomy of Light voelt op geen enkele manier onaf.

Kosteloos bij gebruik bij tekst over de voorstelling Beeld Hans Gerritsen
Anatomy of Light, chor. Wubkje KuindersmaAnatomy of Light voelt op geen enkele manier onaf.Kosteloos bij gebruik bij tekst over de voorstellingBeeld Hans Gerritsen

Anatomy of Light is nog niet af. Dat vertelt Wubkje Kuindersma in het programmaboek van Made in Amsterdam. Oorspronkelijk zou de choreografe haar ode aan het licht in april presenteren. Maar door coronagedoe moest Het Nationale Ballet programma’s omwisselen, zodat Kuindersma net genoeg tijd had om het eerste deel van Jacob ter Veldhuis’ Rainbow Concerto tot ballet te verwerken. Een tweede deel houden we te goed. Desalniettemin voelt deze ‘halve’ versie van Anatomy of Light op geen enkele manier onaf.

Samen met lichtontwerper Tom Visser en decor-/kostuumontwerpster Tatyana van Walsum heeft Kuindersma een prachtig totaalkunstwerk gecreëerd. Tegen een achtergrond van semitransparante panelen die op en neer bewegen boven de driehoekige plattegrond van een prisma maken de tien dansers gedoseerd hun entree. Eerst in aftastende solo’s, dan in gedubbelde duetten.

En dan ineens, prachtig getimed op een drietal ferme ritmische accenten, komen er nog drie koppels binnenzweven, eveneens gehuld in doorzichtige tenues die in het licht fonkelen als libellevleugels.

Af of niet af: in zijn huidige vorm kan Anatomy of Light zich meten met de muziekballetten van Hans van Manen. Door een vergelijkbaar gebruik van heldere ruimtelijke lijnen. En vooral door de precieze aansluiting van Kuindersma’s dans op Ter Veldhuis’ lyrisch-melancholische compositie.

Gekantelde spiegels

Sedrig Verwoert had misschien ook wat meer tijd kunnen gebruiken voor zijn premièrestuk Do All Dogs Go to Heaven? Weliswaar is de dramaturgische lijn van geboorte tot dood duidelijk uitgewerkt. Maar op sommige details kan het aanscherping gebruiken. Zo leveren de zes gekantelde spiegels die neerdalen boven de scène spectaculaire effecten op. Met name aan het slot, als de op de vloer liggende dansers door die spiegels lijken op te gaan in de ether.

Maar er zijn ook lange stukken waarin die spiegels er een beetje doelloos bijhangen: lukraak voorbijgaande ledematen reflecterend.

Daarnaast is het bijzonder jammer dat de compositie Femenine van de minimal musicpionier Julius Eastman (1940-1990) niet live wordt uitgevoerd door Het Balletorkest, dat eerder zo dynamisch uitpakte met Rainbow Concerto. Verwoert wil aandacht vragen voor de eigenzinnige Eastman: zwart en queer en zijn tijdgenoten regelmatig tegen de haren in strijkend met provocerende titels als Nigger Faggot en Gay Guerilla.

De voorstelling opent wel live, met een door danser Daniel Montero Real fraai gezongen lied. Een levende vertolking van Eastmans fascinerende compositie uit 1974 zou niet alleen bijdragen aan de vernieuwde belangstelling voor dit miskende genie. Vooral zou het Verwoerts choreografie, die de grenzen van de klassieke ballettechniek aftast, nog steviger op de grond zetten.

Dans

Wat: Made in Amsterdam

Door: Het Nationale Ballet en Het Balletorkest

Gezien: 21/2, Opera & Ballet

Te zien: t/m 4/3, aldaar

Meer over