PlusInterview

Adjunct-hoofdredacteur van Het Laatste Nieuws schrapt net zolang met zwarte stift tot er een gedicht overblijft: ‘Voor mij is het ook telkens een verrassing’

null Beeld

Dimitri Antonissen (47), adjunct-hoofdredacteur van Het Laatste Nieuws, maakt in de avonduren gedichten. Met andermans woorden en een dikke, zwarte stift. Onlangs verscheen zijn tweede dichtbundel, Stiftgedichten. ‘Het Parool is zeer geschikt voor stiftgedichten.’

Jan Pieter Ekker

Overdag is de poëzie ver weg, zegt Dimitri Antonissen, adjunct-hoofdredacteur van de Vlaamse krant Het Laatste Nieuws per telefoon; dan is hij op de redactie en krijgt hij van wel dertig nieuwsapps pushberichten binnen. “Dan zit ik dus heel erg in het digitale; ’s avonds laat of ’s nachts ga ik op een heel andere manier door de papieren krant. Dan ga ik op zoek naar de poëzie die tussen de regels verscholen zit. Ik schrap net zolang met mijn zwarte stift totdat er een gedicht overblijft.”

Naast zijn werk als journalist is Antonissen altijd geïnteresseerd geweest in literatuur. Hij schreef korte verhalen, die op den duur steeds korter werden. “Op een gegeven moment legde ik mezelf de grens op van vijfhonderd tekens, zo’n honderd woorden. Toen ik op zoek was naar een nieuwe uitdaging, stuitte ik op het internet op de ‘newspaper blackout poems’ – zoals het in het Engels zo mooi heet – van Austin Kleon, een creatieveling uit Austin, Texas. Dat wilde ik ook proberen; het past goed bij mij, ook omdat ik voor een krant werk.”

In ieder krantenbericht zit een gedicht verstopt, meent Antonissen. Wat je moet doen om het te vinden? “Woorden wegstrepen met een dikke zwarte stift, en voilà: met wat geluk blijft er een verrassend, prikkelend of ontroerend stukje poëzie over.”

Magische marker

Als hij een stiftgedicht zoekt, leest hij nauwelijks wat er staat. “Dan ben ik echt aan het scannen; ik laat mijn blik over de pagina’s gaan tot ik blijf hangen bij een woord of een zin die me om de een of andere reden bevalt – omdat de klankkleur mooi is, bijvoorbeeld. Vervolgens ga ik in de omgeving op zoek of er nog meer staat waarmee ik aan de slag kan. Dat is dan het begin van een stiftgedicht.”

Van tevoren weet hij niet waar het gedicht over zal gaan. “Dat is voor mij als maker ook telkens een verrassing. Ik vergelijk het met zo’n magische marker die ik als kind had. Als je daarmee over de lege bladen van het bijbehorende tekenblok ging, kwamen er prachtige beelden tevoorschijn. Dat gevoel heb ik als stiftdichter ook: je weet van tevoren niet waar je naar op zoek bent.”

Die teksten en associaties komen dan wel uit zijn bewustzijn, het blijven de woorden van iemand anders. “In de bundel staat letterlijk geen enkel woord van mezelf. Dat vind ik juist zo mooi: dat je iets creëert wat uitdrukking geeft aan wat je wilt zeggen, maar waar je nooit op was gekomen als je voor een blanco blad was gaan zitten. Dan was ik nooit op die exacte combinatie van woorden gekomen.”

Naast Belgische kranten, waaronder De Morgen en De Standaard, gebruikt hij ook graag Het Parool. “Omwille van zijn mooie dikke zwarte letter en de goeie interlinie. Sinds de restyling is Het Parool zeer geschikt voor stiftgedichten.” Antonissen schrijft geregeld opiniestukken voor zijn krant, maar die dienen slechts een hoogst enkele keer als basismateriaal voor een stiftgedicht. “Ik hoop dat mijn stukken af en toe kleurrijk zijn, maar ik ga er op voorhand geen woorden of zinsnedes in moffelen voor een stiftgedicht – dat zou maar afleiden.”

Stiftgedichten van Dimitri Antonissen is verschenen bij Uitgeverij PoëzieCentrum, €20,99, 112 blz.

Meer over