PlusInterview

Actrice Petra Laseur: 'Psychologiseren, wat schiet je daarmee op?'

Als dochter van Mary Dresselhuys en Cees Laseur, verenigt Petra Laseur (76) in hoogsteigen persoon een groot deel van onze toneelgeschiedenis. 'Mijn moeder werd op handen gedragen, maar ik hield niet zo van dat soort stukken.'

Gijs Groenteman
Petra Laseur: 'Mijn hele leven heb ik gezegd dat ik niet ouder dan 75 wil worden. En ik ben nu al 76, bijna 77!' Beeld Cindy Baar
Petra Laseur: 'Mijn hele leven heb ik gezegd dat ik niet ouder dan 75 wil worden. En ik ben nu al 76, bijna 77!'Beeld Cindy Baar

Morgen speelt Petra Laseur in DeLaMar in de laatste voorstelling van We Want More, een muzikale komedie over een dameskoor dat een comeback voorbereidt. Laseur brengt in hoogsteigen persoon een aanzienlijk deel van de Nederlandse toneelgeschiedenis bijeen. Haar vader, Cees Laseur, was eminent acteur en regisseur. Haar moeder, Mary Dresselhuys, was de vorstin van het Nederlandse ­toneel, wier divastatus alsmaar grotere proporties aannam.

Zelf speelde Petra Laseur talloze toneel- en filmrollen en won - onder meer - tweemaal de Theo d'Or. Als het interview twee zinnen op weg is, wil ze aan een anekdote over Ko van Dijk beginnen. Waarna ze zichzelf streng corrigeert en zegt: "O nee, grootmoeder vertelt sprookjes."

Wanneer begon het u te dagen dat u ­actrice wilde worden?
"Ik zat op de mms, mijn moeder zei: 'Als je overgaat naar de vijfde mag je van school af, mits je meteen doorgaat naar de Toneelschool'."

Want daar zat u alsmaar over te mijmeren?
"Ik heb geen fantasie, ook niet in mijn beroepskeuze, het leek me gewoon wel leuk om te doen. Vooral omdat ik op school geen toneel mocht spelen. Ik zat op het Montessori Lyceum, daar mocht niemand voorgetrokken worden. Dus omdat mijn beide ouders aan het toneel waren, mocht ik niet meedoen. Sterker, toen de hoofdrolspeelster ziek werd, mocht ik nóg niet meedoen! Zou Maria Montessori het dan zo bedoeld hebben? Maar op mijn zestiende zat ik op de Toneelschool, op mijn negentiende was ik klaar, het duurde toen maar drie jaar. Lekker, joh."

Had u daar niet het idee dat u de reputatie van uw ouders met u meetorste?
"Ach nee, dat was in die tijd ook allemaal heel anders. Dat opgehemel, dat bestond nog helemaal niet. Het woord 'beroemd' kwam amper voor. Het woord 'acteren' - ook zoiets van tegenwoordig. Vroeger heette dat gewoon spelen. Actéren!"

Wat heeft u geleerd van uw moeder?
"Flink zijn. Zij was een flinke vrouw. Ze heeft keihard gewerkt. Mijn moeder vond ook dat ze altijd gelijk had, een groot verschil met mij. Daar word je ook enorm oud mee, als je denkt dat je altijd gelijk hebt. Want dan tornt de twijfel niet aan je."

Lijkt mij ook ontzettend irritant om zo ­iemand als moeder te hebben.
"Soms was dat wel eens lastig, ja. Maar dan is het goed om flink te zijn."

Lijkt u op haar of op uw vader?
"Op haar lijk ik niet, of ik op mijn vader lijk weet ik niet, want die heb ik nauwelijks gekend. Van mijn eerste tot mijn vijfde waren mijn ouders getrouwd, toen is hij naar Den Haag verhuisd, waar hij directeur van de Haagsche Comedie werd. We hebben het over 1945. En als kind van vijf ga je niet alleen naar Den Haag."

Hij kwam ook niet naar Amsterdam om iets leuks met jullie te doen? Petra Laseur krijgt een onbedaarlijke lachbui.
"Iets leuks? Met ons? Hahaha!"

Ze blijft er bijna in.
"Naar de Efteling? Hahaha, nee hoor, wat moet ik daar om ­lachen, het idee! Hij kwam wel eens naar Amsterdam, als hij een voorstelling had geregisseerd die hier in de schouwburg speelde. Dan kwam hij bij ons eten en speelde hij piano. Op de zwarte toetsen. Ik was helemaal niet geschokt door die scheiding. Jaren later, ik was een jaar of twaalf, kwam ik tussen de middag thuis en vertelde ik over een Engels jongetje dat we in de klas hadden gekregen. Dat hij in Nederland was komen wonen omdat zijn ouders gescheiden waren. Op het moment dat ik dat vertelde dacht ik ineens: gescheiden? Dat zijn ze bij ons ook!"

"Zeven jaar nadat hij verhuisd was, viel bij mij pas het kwartje en snapte ik wat er ­eigenlijk gebeurd was. Leuk hè? Er was gewoon nooit over gesproken! Er is in elk geval nooit zo'n moment geweest van: 'Lieverd, ik moet je iets vertellen.' Zijn verhuizing herinner ik me als een feestelijk evenement, er kwamen paard en wagen voor de deur waar zijn spullen op werden geladen. Sensatie. Is toch geweldig? Geestig hè?"

Heeft u uw moeder ooit gevraagd waarom ze zijn gescheiden?
"Nee. Daar werd niet over gesproken, punt uit. Zo ging dat. Ik durfde dat ook helemaal niet aan te snijden, dat is zelfs nooit in mijn hoofd opgekomen."

Heeft u nog heldere herinneringen aan hem?
"Vroeger kreeg je na de Toneelschool standaard een contract aangeboden bij een van de toneelgezelschappen. Ik mocht naar de Haagsche Comedie, het gezelschap waar mijn vader directeur van was. Dat leek me wel een aardig idee. Maar ja, ik ging trouwen en het leek me ineens reuze onpraktisch om alsmaar naar Den Haag te moeten. Dus schreef ik mijn vader een briefje dat ik toch maar naar een ander gezelschap ging. Woedend was hij. Woedend!"

"Hij had al bedacht dat we samen Pygmalion zouden spelen, vond ie wel leuk, met zijn dochter. Godgodgod, wat was hij kwaad. Uit woede wilde hij niet op mijn huwelijk komen. Later hoorde ik mijn moeder met hem telefoneren om hem over te halen: 'Ja maar Cees, het is toch geen nózem?!' Geestig! Maar gekomen is hij niet. Daarna hebben we nooit meer gesproken, een halfjaar later is hij overleden."

Jeugdfoto Beeld Cindy Baar
JeugdfotoBeeld Cindy Baar

Praatte u met uw moeder over toneelspelen?
"Mwah, spaarzaam."

Kwam ze kijken naar wat u deed?
"Ja hoor. En dan zei ze: 'Nou, was goed hoor schat.' Qua toneelspelen groeiden we uit elkaar. Als ik naar haar was wezen kijken werd het steeds moeilijker wat ik na afloop moest zeggen, het was het soort toneel waar ik niet erg van hield. Maar luister, mijn moeder werd op handen gedragen door het ­publiek. En niet in het minst door Joop van den Ende, die haar op een fantastische manier opgepakt heeft en haar een geweldige herfst van haar carrière heeft bezorgd. Je zal maar zo iemand op je pad krijgen. Maar ik hield niet zo van dat soort stukken."

En zij niet van de uwe?
"Ik zal je een verhaal vertellen. Soms heb je bij het repeteren van een voorstelling het gevoel dat je écht iets goed te pakken hebt. Ergens in de jaren zeventig repeteerden we De Kaukasische Krijtkring en al die weken voelden we dat die voorstelling van de grond kwam, dat het goed werd, iets bijzonders - een zeldzaam gevoel. Ik vertelde het mijn moeder, die onmiddellijk vroeg: 'Ach, mag ik niet eens op een repetitie komen kijken?' Dat wilde ik absoluut niet. Maar als zij iets in haar kop had, had ze het niet in haar kont en dus belde ze de regisseur, Hans Croiset, met de mededeling dat ze wilde komen kijken."

"Dus bij de allerlaatste doorloop, de allerlaatste dag in het repetitielokaal - dat is een buitengewoon spannend en enigszins sentimenteel moment - zat mijn moeder er ook. Ik kom thuis, ze belt me op: 'Zeg schat, dat was vréselijk zeg! Die Hans Croiset heeft echt niets begrepen van dat stuk! Maar jullie hebben nog een week, dus er kan nog van alles gebeuren.' Nou, de steen was gegooid, het euforische gevoel was in één klap weg."

"Later, bij de première, voelde ik me ronduit onaangenaam, alsof mijn bloed tintelde, en ik was kortademig. Toen we na afloop eenmaal een dokter uit de zaal hadden gehaald bleek het hyperventilatie. Was nieuw in die tijd, hadden we allemaal nog nooit van gehoord. Hoe kwam ik dáár nou aan? Mijn moeder. Dat kon ze dus met mijn geest doen. Kostelijk verhaal."

Ook wel puur gemeen van haar.
"Gemeen? Ach nee, dat was niet gemeen, dat is het verkeerde woord. Zij vond dat ze gelijk had, dat het niet goed was."

Maar zij wist ook dat u heel gelukkig was met het stuk, en dat u met veel plezier aan het repeteren was. Repetities waar ze vervolgens per se heen wilde.
"Ach, jij moet niet gaan psychologiseren. Natuurlijk heb ik haar dit wel kwalijk genomen, maar toen ik het haar ooit voor de voeten wierp. zei ze: 'Ach schat, wat een onzin!' Ze wist nog wel dat ze dat gezegd had, maar het leek haar volstrekt belachelijk dat ik daar van slag van zou zijn geweest."

Maar ze werkt zich dus naar binnen bij die repetities...
"...ik vind het zo leuk hoe jij dat interpreteert, zo enig! Dat is heel erg van nu. Maar toen? Psychologiseren, dat deden we niet."

U heeft haar nooit op boze toon geconfronteerd met wat er was gebeurd?
"Dat soort conversaties vond er helemaal niet plaats. Nooit. Is wonderlijk, weet ik wel."

Bent u weleens in therapie geweest?
"O ja, wat heet!"

Werd dit soort knopen daar niet ontward?
"Wat schiet je daarmee op? Dan is die knoop ontward, en dan? Fluitend door het leven? Ik ben in therapie gegaan na mijn scheiding van mijn eerste man, Joes Oerlemans. Als een dweil was ik, ik kon de ene voet niet meer voor de andere zetten, een ­afgrijselijke tijd. Jaloers! Poppelepee zeg, ik wist niet dat ik dat in die mate in mij had. Twee jaar heeft het me gekost om er weer een beetje bovenop te komen. Ik hield veel van hem. Op mijn negentiende ben ik al met hem getrouwd - misschien wat jong, al ben ik heel blij dat ik zo vroeg kinderen heb gekregen."

Wat besprak u dan tijdens die therapie?
"Nou, dat weet ik niet meer hoor, dat is zo ontzettend lang geleden. Maar in elk geval hoefde ik niet allerlei moedercomplexen te ontrafelen."

Houdt u niet van psychologiseren?
"Inmiddels ben ik er ook wel bedreven in hoor, maar misschien is het ook wel mijn bescherming geweest om het al die jaren níet te doen. Om er gewoon niet te veel over na te denken. Gedane zaken nemen geen keer, even doorbijten en flink zijn - daar ben ik meer van."

'Als je denkt dat je altijd gelijk hebt, word je enorm oud' Beeld Cindy Baar
'Als je denkt dat je altijd gelijk hebt, word je enorm oud'Beeld Cindy Baar

Martin Veltman, uw tweede man, een beroemd reclamemaker en dichter, overleed in 1995. Jullie waren 25 jaar samen. Bent u na hem nog weleens verliefd geweest?
"Ja hoor. Maar een nieuw nestje bouwen heb ik nooit meer gewild, daar moet ik niet aan dénken. Leuk en vrijblijvend vind ik allemaal prima, maar die hele klus opnieuw ­beginnen, daar voelde ik niks voor."

Verlangt u niet naar het gezelschap van een man?
"Het probleem is dat ik niet val op heren van mijn leeftijd. En voor jongere mannen ben ik nu echt te oud. Ik vind het trouwens niet erg om alleen te zijn. Reizen doe ik ook graag alleen. Laatst ben ik nog naar India geweest, op bezoek bij mijn kleinzoon die daar stage loopt. Een week zijn we samen opgetrokken, een week was ik ­alleen."

Wat voor moeder was u?
"Dat moet je aan mijn kinderen vragen. Ik heb mijn best gedaan, en natuurlijk heb ik fouten gemaakt. Altijd maar zeuren over dat toneel hè? Vervelend voor ze. Ik weet nog wel dat ik hier aan tafel zat en weer eens van een repetitie kwam. Nou, dan begon ik weer, dan was het van: en-toen-zei-hij-dit-en-toen-zei-zij-dat... Ineens riep mijn jongste uit: 'God mam, hou nou eens op!' Hij had gelijk, ­natuurlijk."

Geniet u van de voorstelling waarin u speelt?
"Het is een leuke, vrolijke voorstelling, maar als het afgelopen is vind ik het ook niet erg. Het is geen stuk waarvan je denkt: dat zou ik nou nog honderd keer willen spelen."

Wat beschouwt u als uw beste rol?
"Een van mijn liefste rollen was in Groot en klein van Botho Strauss. Dat was zo'n rol die maar één keer in je leven langskomt - als je geluk hebt. Ik weet nog dat ik door het park liep met de hond en dacht: als er nou nooit meer iets komt kan ik toch tevreden zijn met wat ik nu heb bereikt. Was natuurlijk niet zo, maar zo denk je dan."

Hoezo is het geluk hebben om zo'n rol te spelen?
"In dit vak moet je het geluk hebben dat er regisseurs zijn die iets in je zien. Bij mij waren er drie die iets in mij zagen. Allereerst Ton Lutz, totdat hij kwam had ik altijd maar het jonge meisje gespeeld - prinsesjes noemde ik dat. Hij wilde mij hebben in Oom Wanja. Met Hans Croiset heb ik veel goede dingen gedaan, onder andere Groot en klein. Willem van de Sande Bakhuyzen, god hebbe zijn ziel, heeft mij onder andere geregisseerd in Familie, het toneelstuk van Maria Goos dat we later nog verfilmd hebben. Een mooie voorstelling."

U heeft een tijdje geleden een nier afgestaan, dat idee kreeg u nadat u de donorshow op BNN had gezien. Waarom deed u dat?
"Het leek me iets zinnigs om over na te denken en toen ben ik gaan kijken of ik ervoor in aanmerking kwam. Tot mijn grote vreugde was dat zo."

Was het een zware beslissing om in uw gezonde lijf te laten snijden en een vitaal orgaan af te staan?
"Nee, zo heb ik er ook helemaal nooit over nagedacht. Ik vind het alleen maar fantastisch dat het gelukt is en dat mijn nier goed terechtgekomen is, bij iemand met een jong gezin die nu stralend door het leven gaat. Ik denk er met ontzettend veel vreugde aan terug. Het enige waar ik nog altijd woedend over ben, is dat ik een deel van de nazorg zelf heb moeten betalen. Niet om het geld, maar om het principe. Ik ben voor commissies verschenen, ik heb brieven geschreven - het heeft niet mogen baten. Daar kan ik nog steeds gillend van drift om worden."

Had u op dit op uw veertigste ook willen doen?
"Nee, natuurlijk niet! Daarom zijn wij, van die frisse dames op leeftijd die nog golfen, uitgaan of op een koor zitten, en - niet onbelangrijk - weduwe zijn, zo'n goede doelgroep voor deze ingreep."

Heeft u talent voor zwaarmoedigheid?
"Ja hoor, ernstig, in deze periode van mijn leven! Ik hou niet van ouder worden. Al vinden mijn kinderen het vervelend als ik dat zeg, ze willen liever dat ik vrolijk door het leven ga. En dat gá ik ook. Maar er zijn periodes dat ik denk: nou, moet je luisteren - doei! Mijn hele leven heb ik gezegd dat ik niet ouder dan 75 wil worden. En ik ben nu al 76, bijna 77! Ik vind dat eigenlijk een heel nette leeftijd. 75 jaar, dat is lang hoor. Ik word erg treurig bij het idee dat kinderen die nu geboren worden misschien wel 120 moeten worden."

U ziet er nog fantastisch uit, dus u heeft vast het gestel van uw moeder.
"Ongetwijfeld, ja. God hoort me brommen."

Vond u het erg toen uw moeder overleed?
"Het is volstrekt onredelijk van mij - dat weet ik, dat wéét ik - maar ik heb het haar bijna kwalijk genomen dat ze zo lang geleefd heeft. Toen Martin overleed was hij 66, mijn moeder heeft na zijn overlijden nog jaren ­geleefd. Het is volstrekt irreëel, dat wéét ik. Maar ik vond het oneerlijk."

Gaat u nog toneelspelen?
"Ik heb een stuk dat ik graag zou willen doen, met zes goede rollen, maar ik wil nou écht niet meer de bus in, het land door. Moet je niet opschrijven hoor, dat vind ik zo naar tegenover de anderen met wie ik nu speel. Zij moeten nog 56 jaar!"

undefined

'Gedane zaken nemen geen keer, even doorbijten en flink zijn - daar ben ik meer van' Beeld Cindy Baar
'Gedane zaken nemen geen keer, even doorbijten en flink zijn - daar ben ik meer van'Beeld Cindy Baar

CV

Petra Laseur
26 november 1939, Amsterdam

1956-1959 Toneelschool Amsterdam

1959-heden
Speelde zo'n 120 toneelrollen, achtereenvolgens voor Nederlandse Comedie, Globe, Publiekstheater, Toneelgroep ­Amsterdam en daarna freelance

1960-heden Tv-en filmrollen in o.a. De Stille Kracht, Dossier Verhulst, Unit 13, Leef!

1973 Theo d'Or voor Hedda Gabler

1981 Theo d'Or voor Groot en Klein

2002 Gouden Beeld voor rol in de verfilming van Familie

2011 Koningin Wilhelmina in Soldaat van Oranje

2016 We Want More

Laseur woont in Amsterdam.

Meer over