PlusInterview

Actrice Johanna ter Steege: ‘Hoe ouder ik word, hoe meer waardering ik voel voor mijn wortels en mijn ouders’

Actrice en theatermaker Johanna ter Steege maakte de voorstelling Hanna van Hendrik, een ode aan haar Twentse herkomst.  Beeld Shody Careman/Hollandse Hoogte/ANP
Actrice en theatermaker Johanna ter Steege maakte de voorstelling Hanna van Hendrik, een ode aan haar Twentse herkomst.Beeld Shody Careman/Hollandse Hoogte/ANP

Als filmactrice zwierf Johanna ter Steege (61) de hele wereld over. Ze werkte met grootheden als Glenn Close en Isabella Rossellini. Deze zomer keert ze terug naar haar Twentse geboortegrond voor haar theaterspektakel Hanna van Hendrik. ‘Ik wil hiermee niet alleen mijn ouders eren, maar de hele boerengemeenschap.’

Nienke Pleysier

Johanna ter Steege wist als kind in Twente niets van de wereld. Ze had zelfs nog nooit nagedacht over acteren. Pas toen ze het huis uit ging kwam ze in aanraking met theater, film en kunst. Wonderlijk bijna, dat ze iemand werd die de wereld over reisde, die schitterde in Franse en Amerikaanse films, speelde in theaters overal ter wereld en prijzen won.

In het Twents schitterde Ter Steege in De beentjes van Sint-Hildegard, de kaskraker uit 2020 waarin ze net als Herman Finkers een hoofdrol vertolkte. Een jaar eerder keerde ze al terug op het nest met het door haar ontwikkelde theaterspektakel Hanna van Hendrik, een ode aan haar Twentse roots, op Vliegveld Twenthe in Enschede. Het stuk ontving lovende recensies en was elke avond uitverkocht. Toen kwam corona en viel alles stil. Deze zomer is er een reprise. “Of zoals ze in het oosten zeggen: noe koomp ’t schoapscheern an’ oftewel: nu gaat het gebeuren.”

Hoe voelt het om met die voorstelling weer terug te zijn op uw Twentse geboortegrond?

“Alsof ik weer terug ben bij mijn familie. Van het begin af aan heeft dit stuk niet als zomaar ‘werk’ gevoeld. Bij mij niet, maar ik denk dat hetzelfde geldt voor iedereen die eraan meewerkt, en dat zijn nogal wat mensen. We hebben een crew van tachtig man, die bestaat uit een band, een vrouwenkoor, een dansgroepje van jonge meisjes, veertig leden van een amateurgezelschap, acht professionele acteurs, drie motorcrossers, plus ook nog eens zes echte koeien. En dan niet te vergeten de 120 vrijwilligers. Het is een gemeenschap in het klein.”

Hoe was het om zo lang niet te kunnen spelen?

“Ik ben zo boos geweest op de politiek, die de vrije culturele sector in de coronacrisis als een baksteen heeft laten vallen. Met een tijdje niet acteren kon ik wel leven hoor, maar hoe die hele sector aan zijn lot werd overgelaten, vond ik schandalig. Ik weet nog dat ik met mijn man (theaterimpresario Matthijs Bongertman, red.) aan het fietsen was en dat we bijna ruzie kregen omdat hij zei: je kunt er toch niets aan doen.’ Nou, ik vond van wel. Samen met heel veel vakgenoten hebben wij ‘Cultuur in actie’ opgezet, een actiegroep die de tweedeling in de culturele sector zichtbaar wilde maken. Naast de gesubsidieerde sector heb je de vrije sector, die verantwoordelijk is voor 70 procent van het culturele aanbod en zichzelf altijd heeft kunnen bedruipen. Tijdens de coronacrisis was daar geen enkele steun voor en daar hebben we aandacht voor gevraagd.”

U heeft over de hele wereld gespeeld maar keert nu terug naar Twente. Waarom wilde u dat?

“Het heeft met ouder worden te maken. Terugkijken is dan onvermijdelijk. Waar kom je vandaan, wat krijg je mee, hoe vormt dat je? En hoe ouder ik word, hoe meer waardering ik voel voor mijn wortels en mijn ouders. Heel lieve, hardwerkende mensen, die zich staande probeerden te houden in een veranderende wereld; met kinderen die van het geloof afstappen, met een boerderij die wellicht niet toekomstbestendig is. Aan de ene kant is er angst voor het nieuwe, het onbekende, maar er is ook nieuwsgierigheid. Mijn ouders zijn inmiddels overleden, daar zal het ook iets mee te maken hebben. Ik wilde ze eren, en niet alleen hen, maar de hele boerengemeenschap.”

U speelt zelf een van de hoofdrollen, terwijl u ook de hele productie op u heeft genomen. Klopt het dat u zelf de boer op bent gegaan om lokale ondernemers zover te krijgen te investeren in dit project?

Lachend: “Ja, ik heb een heel nieuw hoofdstuk aan mijn carrière toegevoegd door op mijn 56ste het ondernemerschap in te stappen. Voor vrouwen van mijn leeftijd is het niet zo dat de hele dag de telefoon roodgloeiend staat, integendeel. Het is een droevig gegeven, maar wel de realiteit. Daarom besloot ik zelf iets te gaan maken. Ik zie mezelf nog staan voor een zaal met de vijftien belangrijkste Twentse ondernemers. Met ons toen nog kleine creatieve team pitchten we ons idee. En nadat ik mijn praatje had gehouden, moest het hoge woord eruit: ‘Ik vind het doodeng, maar vraag het toch: doe je mee? Steek dan nu je vinger op.’ Mijn handen trilden, zo spannend vond ik het. Toen zag ik een voor een de vingers de lucht in gaan.”

Heeft u een verklaring voor het feit dat het u is gelukt een internationale carrière op te bouwen?

“Voor mijn rol in Spoorloos won ik op het filmfestival in Berlijn onverwacht een belangrijke prijs en toen is het balletje gaan rollen. Dat is mazzel geweest. Maar vervolgens moet je je staande weten te houden en daarin denk ik dat die Twentse wortels wel hebben geholpen; dat nuchtere en aardse. Ik heb me nooit gek laten maken. Toen ik 32 was, benaderde Stanley Kubrick mij voor een rol in een film over de Tweede Wereldoorlog. Hij noemde mij de beste actrice die hij kende. Dat bleef hij herhalen. In eerste instantie was ik gevleid, later raakte ik geïrriteerd. Ik zei: ‘Er bestaat niet zoiets als ‘de beste’. Een acteur is zo goed als zijn regisseur.’ Dat is ook echt hoe ik het ervaar: als acteur ben je onderdeel van een groter geheel. De film is uiteindelijk nooit gemaakt. Steven Spielberg kwam met Schindler’s List en Kubrick trok zijn project terug. Het was de grootste teleurstelling uit mijn carrière. Als ik die rol had gespeeld, was alles anders gegaan. Maar of dat ‘beter’ was geweest? Het is fijn te ervaren dat mijn geluk nooit afhankelijk is geweest van succes. En wat is succes of roem überhaupt? Of ik nu tegenover Glenn Close sta te acteren of tegenover Gerrit Lammers, mijn achterneef en een zeer getalenteerde amateurspeler, het is mij om het even. Het gaat mij om de kwaliteit.”

Met welk gevoel kijkt u terug op uw carrière?

“Toen Spoorloos zo’n succes werd, barstte een storm los. Ik won prijzen, kwam op het journaal, stond in de kranten. Ik vond het overweldigend en ook heel spannend. Ik had geen relatie, reisde de wereld over om te spelen: een even enerverende als eenzame tijd. Ik ben blij met mijn ervaringen, met de mensen die ik heb ontmoet, met het werk dat ik heb kunnen doen, maar een gevoel van trots, nee, dat heb ik niet. Maar als het gaat om Hanna van Hendrik is dat er wel; daar ben ik heel trots op! Het is het verschil tussen ergens voor worden gevraagd en dan meedoen en zelf iets opzetten en daarin een rol vervullen. In dat laatste geval is de voldoening echt groter.”

U bent in mei 61 geworden. Hoe ervaart u het ouder worden?

“De afgelopen tijd heb ik twee mensen verloren die mij heel dierbaar waren, waardoor ik weer eens met mijn neus op de feiten werd gedrukt: op een dag houdt het op. De dood van Heddy Honigmann en van Gijs de Lange hebben mij erg geraakt. Met Heddy was ik innig bevriend, we kenden elkaar al twintig jaar. Gijs was een begenadigd regisseur, ik speelde de afgelopen vijf jaar in vier producties van hem. En ineens zijn deze mensen er niet meer. Ze zijn 70 en 65 jaar geworden, zo jong nog. Het maakt mij heel bewust van de vraag wat ik nog wil de komende jaren. Qua werk draait het erom dat ik dingen wil maken die de wereld iets geven. Dat klinkt groots, maar het kan ook klein zijn, een inzicht, een ervaring. Dat is het mooie van ouder worden: ik hoef niet meer te scoren, ik heb het allemaal meegemaakt en er komt steeds meer rust van binnen.”

Hanna van Hendrik, t/m 4 september op Vliegveld Twenthe, Enschede.