PlusDe Klapstoel

Acteur, regisseur en hiphopper Maarten van Hinte: ‘De culturele wereld mist de boot, je voelt de paniek’

Maarten van Hinte: '‘Ik besloot precies dezelfde kleding aan te doen, zo liep in twee soaps een identieke man rond. Dat was mijn eigen kleine grapje.’ Beeld Harmen de Jong
Maarten van Hinte: '‘Ik besloot precies dezelfde kleding aan te doen, zo liep in twee soaps een identieke man rond. Dat was mijn eigen kleine grapje.’Beeld Harmen de Jong

Maarten van Hinte (1962) is acteur, regisseur, hiphopper en schrijver. Met productiehuis Rightaboutnow Inc. brengt hij, met zijn vrouw Marjorie Boston, in theater DeLaMar West de muziekvoorstelling Queen of Disco op de planken, over de flamboyante lhbtq-activist en disco-icoon Sylvester. Een interview aan de hand van steekwoorden. Over wonen in een kasteel, allochtonentheater en een rolletje in GTST.

Marcel Wiegman

Utrecht

“Mijn ouders studeerden daar. Ze kenden elkaar via een blind date. Best bijzonder in die tijd: een witte Nederlandse man en een zwarte Surinaamse vrouw. Toen ik anderhalf jaar oud was kreeg mijn vader een baan aan de universiteit van Ibadan in Nigeria. Hij was paleontoloog en deed onderzoek naar microfossielen. Heel handig als je op zoek bent naar olie, dus daarna zijn we voor de Esso de hele wereld overgegaan: van Bordeaux naar Calgary en Houston, Texas. Ondertussen gingen we ook nog vaak naar Suriname. Pas op mijn zeventiende kwam ik terug in Nederland. Met al dat gereis kun je verloren raken, maar ik had het geluk dat mijn ouders heel hecht waren met elkaar.”

George Rustwijk

“Mijn overgrootvader, geboren in 1862 in Paramaribo, een jaar voor de afschaffing van de slavernij. Zijn moeder was in slavernij geboren, zijn vader was waarschijnlijk een slavenhouder. Hij was schrijver, schilder, dichter, theatermaker en fotograaf, wat je nu een Renaissance man zou noemen. Later werd hij steeds activistischer. Hij was een van de eersten in Suriname die opriep om Keti Koti te vieren. Mijn moeder was socioloog en deed onderzoek naar hem. Zo is hij een beetje uit de vergetelheid gehaald. Vorig jaar is nog werk van hem opgenomen in de tentoonstelling Surinaamse School in het Stedelijk Museum. Het is opvallend hoeveel van zijn nazaten in de kunsten terecht zijn gekomen, van schilders tot operazangers.”

Vissen

“Daar ging mijn eindscriptie op de universiteit over. Dat wil zeggen: over soortvorming bij vissen in het Amazonegebied. Ik bestudeerde dat aan de hand van de collectie van de UvA: allemaal vissen in weckpotten. Mijn vader was een bevlogen wetenschapper, dus ik besloot biologie te gaan studeren, of beter: taxonomie, het indelen van soorten. Een leuke studie voor mensen die graag namen op dingen willen zetten, maar ik was zelf vooral geïnteresseerd in evolutie. Na mijn afstuderen hebben ze me een promotieplek aangeboden. Ik zou naar het Amazonegebied gaan om daar in het veld mijn ideeën uit te werken. Maar het werd het theater.”

Rufus Collins

“Mijn grote voorbeeld en leermeester, de man die mij naar het theater heeft gehaald. Hij was een Amerikaan, die eind jaren zestig met het experimentele The Living Theatre naar Europa is gekomen. In Engeland is hij op The West End gaan werken bij grote producties als Hair en Jesus Christ Superstar. Hij verkeerde echt tussen de elite van swinging Londen. In 1971 werd hij artistiek directeur van het Keskidee Centre, het eerste zwarte theater van Engeland. Tien jaar later kwam hij naar Amsterdam, omdat hij hier mogelijkheden zag voor iets wat hij in Londen niet vond: multicultureel theater. Dat was breder dan zwart of wit theater. Hij heeft het toneelgezelschap DNA opgericht, De Nieuw Amsterdam.”

.NuClarity

“Let op de punt: wij gingen door waar anderen stopten. Begin jaren negentig waren wij de eerste live hiphopband van Nederland. Wij probeerden met instrumenten de sound te pakken van de Amerikaanse hiphop, die werd gemaakt met samples. Op een gegeven moment verdiende ik mijn brood in het theater, maar mijn passie was de hiphopscene. Het waren volledig gescheiden werelden die ook niets met elkaar te maken wilden hebben. In de hiphop brandde het vuur, in het theater spiegelde de Nederlandse cultuur vooral zichzelf, terwijl de realiteit op straat al heel anders was. Rufus zei altijd: ‘Ik wil theater maken dat eruitziet als de Kalverstraat, met alle kleuren van de regenboog’.”

MC Mad 10

“Tja, hoe kom je aan een rapnaam? In de begintijd van de rap heette iedereen Spoonie G of Eric B, dus ik was Marty V. Dat werd al gauw een beetje oubollig. Ik heet Maar-ten, dus ik bedacht Mar-ten, Mar-10 in het Engels. Op een dag was ik met MC Sranang, een bekende Surinaamse rapper, back in the day. Hij versprak zich en noemde me Mad 10. Was ik gek? Ik denk het. Ik kom wel uit een keurige familie, maar die was toch ook onaangepast. Mijn moeder liep in Houston met een enorme afropruik rond. Dat was in de olie-industrie niet heel gebruikelijk. Mijn vader had dashiki’s uit Nigeria aan.”

Château de Blagnac

“Mijn moeder zei altijd: het is een kasteel met middeleeuws comfort. Er is stroom, water en wifi, maar in de winter moet je een dikke trui aan en hout slepen voor de open haard. Toen we in Bordeaux woonden, ontmoetten mijn ouders een vrouw die koste wat kost haar chateau aan mijn moeder wilde verkopen. We hebben nooit begrepen waarom, maar twintig jaar later gingen ze in Bordeaux onderzoek doen naar het slavernijverleden. Toen bleek een eerdere eigenaar in de achttiende eeuw met slavenschepen te hebben gevaren tussen Afrika en de Wilde Kust, zoals Suriname heette. Het is een bijzondere plek. Na het overlijden van mijn ouders in 2019 hebben mijn zus en ik een stichting opgericht om het kasteel te behouden als ontmoetingsplek en residentie voor schrijvers en kunstenaars.”

Made in da Shade

“Mijn eerste eigen theatergezelschap, in 1992 opgericht met Marjorie Boston, nu mijn vrouw, en Lucien Kembel. Alles wat we bij DNA deden, werd afgedaan als multiculti: leuk dat het er is, maar serieus hoef je het niet te nemen. Het werd gesubsidieerd als allochtonentheater. Je was gast aan tafel. Maar die tafel hebben we zelf gebouwd. Alles wat er na de Eerste Wereldoorlog in Europa gebeurde, is beïnvloed door de Afro-Caraïbische cultuur: de jazz, de improvisatie, het toelaten van gevoel en ritme. Met Made in da Shade wilden wij theater maken vanuit een hiphopmindset: geen grenzen in wat je bij elkaar brengt en hoe je dat doet. In de gevestigde cultuur is alles netjes onderverdeeld in vakjes. In straatcultuur lopen de dingen door elkaar: dansen, muziek, theater, video, graffiti.”

Bradaz

“De eerste zwarte sitcom op de Nederlandse tv over twee broers in een platenzaak in de Bijlmer. Nogal laat ja: in 2001. Ik schreef mee aan het scenario. Het was entertainment, zoals The Fresh Prince of Bel-Air entertainment was. Ik vond het teleurstellend hoe we werden aangestuurd. De betutteling. Achter de schermen bepaalden witte mensen wat wel en niet kon. Die gingen jou uitleggen hoe het toegaat in een Surinaams gezin en wat voor taal daar wordt gebruikt. Het werd er allemaal niet geloofwaardiger op. Bij de tv gingen ze er steeds vanuit dat zwarte mensen iets in te halen hadden, terwijl Marjorie en ik juist werkten met het idee dat we voorop liepen.”

Touria Meliani

“Tien jaar geleden, toen wij het MC theater hadden op het Westergasterrein, was ze kind aan huis. Ik mag haar graag, maar als je me vraagt of haar beleid als cultuurwethouder is gelukt? Nee. Misschien dat de culturele instellingen nu een beetje aan het verkleuren zijn, maar als je relevant wil blijven is dat niet genoeg. Er moeten ook eigen plekken zijn. De culturele wereld mist de boot, je voelt de paniek. Creatieve jonge mensen vind je tegenwoordig op het internet, of in succesvolle Amsterdamse bedrijven als Daily Paper of Patta, haarden van hiphopcultuur. Vroeger, als scholen hun kinderen naar het theater brachten, sloopten ze de boel. Dan zei de theaterdirecteur: het zijn barbaren. Maar het kwam doordat die kinderen moesten kijken naar iets waar ze niks mee hadden. Het theater heeft altijd achtergelopen, zeker het gesubsidieerde toneel.

Versierder

“Wat? Ik? O, mijn rolletje in Goede Tijden Slechte Tijden. Ik versierde een meisje dat net was verkracht door een motorbende en behandelde haar als stront. Zo wisten de kijkers dat ze nog niet helemaal over haar trauma heen was. Het was in een tijd dat er werd neergekeken op GTST door het theaterestablishment. Een soap, dat deed je gewoon niet. Maar ik was acteur en het betaalde goed. Ik zat in die tijd ook even in Onderweg naar morgen, als fotograaf. Ik besloot precies dezelfde kleding aan te doen als bij GTST. Zo liep in beide soaps een identieke man rond. Dat was mijn eigen kleine grapje.”

Anansi

“De spin. Een hosselaar, die steeds wint, omdat hij iedereen te slim af is. Anansi was in Afrika de schakel tussen de goden en de mensen. Die verhalen zijn meegenomen door de tot slaaf gemaakten. In Suriname werd Anansi de tussenpersoon tussen de tijger en de andere dieren in het bos. De tijger stond voor de machthebber, voor de witte man. Zo ging Anansi staan voor opstand en verzet. De verteller speelde een belangrijke rol. Die gaf zijn eigen draai aan het verhaal. Daar zit een mooie link met hiphop. Tegen mensen van Afrikaanse afkomst is honderden jaren gezegd: je hebt geen verhaal. Maar dat was er dus wel. Mijn moeder wilde een boek maken met Anansi-Tori’s. Daar kwam ik na haar dood pas achter, net toen ik voor de Nationale Opera en het Nationale Ballet het libretto aan het schrijven was voor de voorstelling Hoe Anansi the stories of the world bevrijdde.”

Queen of Disco

“We associëren disco met oppervlakkige, commerciële glittermuziek, maar als je naar de geschiedenis kijkt, is er niets oppervlakkigs aan. Disco komt uit een gemarginaliseerde cultuur: de lhbtq-wereld en de latinowereld in de grote Amerikaanse steden. Toen disco mainstream werd, kwam er een felle tegenbeweging op gang: ‘disco sucks’. In 1979 ontaardde het in Chicago in een grootscheepse plaatverbranding die eindigde met een enorm rel. Daarna liet de platenindustrie disco als een baksteen vallen.”

“Dat disco zo’n gewelddadige reactie oproept, betekent dat het een zenuw raakt. Daar gaat onze voorstelling over. Sylvester, de queen of disco, belichaamde die ontwikkeling: hij was zwart, maakte dansmuziek en was openlijk uit de kast. Hij was non-binair en gender fluid in een tijd dat die woorden niet eens bestonden. Hij was zijn tijd ver vooruit. Je merkt het ook: nu jongeren op allerlei manieren opkomen voor hun eigen identiteit, is disco weer helemaal terug.”

Queen of Disco, a mighty real story gaat zaterdag 2 april in première in theater DeLaMar West.

Meer over