PlusTen slotte

Ack van Rooyen (1930-2021): meest bescheiden jazzmuzikant van Nederland

Jazzmuzikant Ack van Rooyen werd geroemd om zijn lyrische stijl en speelde met grootheden als Miles Davis en Dizzy Gillespie. Hij werd benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau en ontving de Boy Edgar Prijs. De bugelspeler en trompettist is 91 jaar geworden.

Peter van Brummelen
Ack van Rooyen in 2017 (de jongetjes op de foto achter hem zijn hijzelf en broer Jerry in de jaren dertig). Beeld Joke Schot
Ack van Rooyen in 2017 (de jongetjes op de foto achter hem zijn hijzelf en broer Jerry in de jaren dertig).Beeld Joke Schot

Eind vorig jaar zat hij nog in het televisieprogramma Matthijs Gaat Door. Begeleid door alleen de piano speelde hij Smile, het stuk dat lang geleden werd geschreven door Charlie Chaplin. Ack van Rooyen, toen nog net 90 jaar oud, klonk breekbaar, maar blies op zijn bugel een prachtig weemoedig en ontroerend geluid de huiskamers in.

Donderdag overleed op 91-jarige leeftijd de trompettist en vooral bugelspeler Ack van Rooyen, zo niet de aardigste dan toch zeker de meest bescheiden jazzmuzikant van Nederland. Hij trad op met grootheden als Miles Davis, Dizzy Gillespie, Gil Evans en Kenny Clarke. Maar met evenveel toewijding speelde hij, tijdens een lange Duitse periode, ook in het orkest van Bert Kaempfert, die je met een slag om de arm een voorloper van James Last zou kunnen noemen.

De op nieuwjaarsdag 1930 in Den Haag geboren Ack van Rooyen begon zijn muzikale leven in de fanfare waarvan zijn vader secretaris was. Midden in de oorlog kwam voor hem een bugel vrij, ook wel flügelhorn genoemd. Hij bleek zeer getalenteerd te zijn, net als zijn twee jaar oudere broer Jerry, die later bekend zou worden als orkestleider en arrangeur.

Bebop

In Nederlands-Indië ontdekten Ack en Jerry (die eigenlijk Arie en Gerard heetten) in 1946 de bebop. De broers, tieners nog, maakten deel uit van het dansorkest Tom van der Stap en de Witte Raven, dat optrad voor Nederlandse soldaten. Mannen die op het Amerikaanse consulaat in Batavia werkten lieten de broers platen van onder meer Dizzy Gillespie horen. Ack en Jerry waren diep onder de indruk en legden zich toe op de nieuwe Amerikaanse jazzstijl. In 1949 reisden ze er zelfs voor naar New York.

Maar zo druk en wild als bebop was, zo ingetogen, vaak zelfs spaarzaam was de lyrische spelstijl waarmee Ack van Rooyen bekend zou worden. Hij studeerde klassiek trompet aan het conservatorium, maar gaf als jazzmuzikant de voorkeur aan de bugel, een instrument met een warme, zachte toon. Een band leiden, zoals zijn broer vaak deed, was niets voor hem. ‘Daar komt veel bij kijken, hoor,’ zei hij vorig jaar in Het Parool, ‘dan moet je mensen gaan bellen en zo.’

De carrière van Van Rooyen speelde zich voor een groot deel in het buitenland af, waardoor hij in eigen land enigszins uit het zicht raakte. Maar zeker in de laatste jaren van zijn leven kreeg hij ook hier de erkenning die hem toekwam. Hij werd benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau en ontving zowel de Blijvend Applaus Prijs als de Boy Edgar Prijs.

Die laatste, de belangrijkste jazzprijs van Nederland, droeg Ack van Rooyen op aan zijn in 2009 overleden broer Jerry. Die was veel muzikaler dan hijzelf, vond hij.

Meer over