PlusDanstheaterrecensie

A Divine Comedy van choreograaf Florentina Holzinger – Dit inferno zou Dante laten blozen

De voorliefdes van Florentina Holzinger zijn bekend: uitdagend fysiek theater, feministisch vrouwelijk naakt en kwistig gespetter met lichaamssappen. Zo intens en indringend als A Divine Comedy zagen we het echter nog niet.

Fritz de Jong
'A Divine Comedy' van dansmaker Florentina Holzinger. De kijker komt ogen, oren en kippenvel tekort. Beeld Nicole Marianna Wytyczak
'A Divine Comedy' van dansmaker Florentina Holzinger. De kijker komt ogen, oren en kippenvel tekort.Beeld Nicole Marianna Wytyczak

Elementen uit circus en freakshow gaan hand in hand met verwijzingen naar de kunstgeschiedenis. In dit geval levert De goddelijke komedie van Dante Alighieri het raamwerk voor een verpletterende verbeelding van hel, hemel en vagevuur. Dit inferno is heftig en scabreus genoeg om Dante te laten blozen.

Bij de kassa van het theater in Kassel (Duitsland) hangt een waarschuwing: de voorstellling A Divine Comedy bevat schokkende beelden en wordt niet aangeraden voor kijkers onder de achttien. Als na de introductie door de strenge hypnotiseur Miranda van Kuilenburg het doek opengaat en het toneel vol blijkt te staan met naakte performers – zeer gevarieerd in leeftijd en lichaamsbouw – blijkt alleen al dit gegeven te schokkend voor een stuk of vijftien toeschouwers die prompt de zaal verlaten.

Opengesperde mond

De rest van het Duitse publiek blijkt beter voorbereid op de aaneenschakeling van provocaties die Holzinger heeft voorbereid en ondergaat het bombardement aan indrukken gretig. Bij sommige gedeelten zag ik om mij heen zelfs mensen zitten die de van verbazing opengesperde mond niet meer dicht kregen.

Het is dan ook niet niks, wat Holzinger allemaal uit de kast trekt, nadat de door Annina Machaz gespeelde Dante het inferno is binnengegaan door de deur van een rokende en stomende Dixie – het welbekende mobiele toilet. Rechts voor het podium ontleedt een taxidermist een rat – een operatie die ook in close-up geprojecteerd wordt op een scherm. Die projectie moet om aandacht vechten met uitspattingen op alle hoeken van het podium. En ook daarboven: behalve danseressen wordt er een piano in de lucht gehesen. Er is een recht op het publiek afstormende hordenloop, er wordt een live-kunstwerk gecreëerd met een verfmitrailleur. De kijker komt ogen, oren en kippenvel tekort.

Hallucinant schouwspel

Als de belichaming van de duivel rijdt een stuntende motorrijdster luidruchtige rondjes. Die herrie wordt overstemd door Renée Copray – voormalig danseres bij Jan Fabre – die gehuld in een zwaar leren schort een boomstronk bewerkt met een kettingzaag. Ook bij het meest spectaculaire onderdeel van de voorstelling mogen vijf vrouwen beschermende kleding dragen: terwijl ze met grote bijlen het houtblok bewerken waarop ze staan behoeden stalen schoenen hen voor bloederige ongelukken. Dat gaat minuten lang zo door, terwijl het zweet en de houtspaanders alle kanten opvliegen: een hallucinant schouwspel.

In La Divina Commedia liet Dante zich rondleiden door zijn muze Beatrice. Bij Holzinger is die rol weggelegd voor Beatrice Cordua. In 1972 veroorzaakte Cordua een heus theaterschandaal als een van de eerste danseressen die naakt danste, in John Neumeiers spraakmakende versie van Le Sacre du Printemps. In A Divine Comedy is de 79-jarige, aan de ziekte van Parkinson lijdende balletlegende wederom naakt. Rondkarrend in een rolstoel belichaamt zij de broosheid van het leven. Dat de Dante van Annina Machaz’ deze Beatrice een zoet levenseinde bezorgt door haar te bevredigen met een voorrbinddildo zou de Florentijnse dichter waarschijnlijk serieus aan het blozen brengen.

Rollende vrouwen

Holzinger weet een emotionele lading te geven aan het pornografische. Net zoals ze de kijker weet te raken met een fysieke circusact waarbij vrouwen zich tot uitputting toe van de op het achtertoneel geplaatste trappen laten rollen. Terwijl Holzinger met dit soort elementen uit ‘lagere’ cultuur een diepere laag aanboort, hebben de vele verwijzingen naar de dans- en kunstgeschiedenis juist iets plezierig gratuits en oppervlakkigs. Bij Holzinger hoef je niet bang te zijn dat ze je het bos zal insturen met een reeks gewichtigdoenerige citaten en voetnoten, waar je dan zelf maar chocola van moet maken.

In een interview met Het Parool vertelde de Oostenrijkse in Amsterdam opgeleide theatermaker al eens over haar fascinatie met de aangeleerde scheiding tussen kunst en entertainment, tussen hoge cultuur en lage cultuur. “Volgens mij werkt kunst alleen als die ook onderhoudend is.” Dat motto brengt ze overtuigender dan ooit in de praktijk met A Divine Comedy. Onderhoudend is de voorstelling zonder meer. Of het nou die zenuwslopende houthakkersscène is of een cartooneske act met twee reusachtige geraamtes: er valt genoeg te griezelen en te lachen.

Maar de geheel uit vrouwen bestaande cast werkt zich niet alleen maar uit de naad om de kijker te behagen. Onder aanvoering van Beatrice Cordua slepen zij het publiek mee op een reis door de duistere krochten van het menselijk bestaan. Dat die reis zo’n diepe en blijvende indruk achterlaat, dat is wat A Divine Comedy tot kunst maakt. Hele goede kunst zelfs – jaarlijstjeskunst.

A Divine Comedy is te zien op Julidans, ITA 3-4/7.

Meer over