Tinkebell. Beeld Artur Krynicki
Tinkebell.Beeld Artur Krynicki

Zwijgzaamheid en de behoefte alles bij het oude te houden, zijn een recept voor groeiende ellende

PlusTinkebell

Tinkebell

Voor het eerst weer op een podium. Tijdens De Salon in Groningen werd ik dit weekend geïnterviewd met bijna driehonderd man publiek in een als sfeervolle huiskamer ingerichte zaal. Walhalla.

Deel van het concept was dat mij vooraf niets werd verteld over de vragen die me gesteld zouden worden. Interviewer Coen Verbraak en ik hadden elkaar ook niet eerder ontmoet.

“Kan je ons iets vertellen over je jeugd en de omgeving waarin je bent opgegroeid?” vroeg hij me, naar ik meen zonder te vermoeden wat het antwoord was.

Het was zeer onveilig, antwoordde ik. Het geweld van mijn vader kwam altijd onverwacht dus ik was steeds op mijn hoede.

Ik zag hem schrikken. “Maar was er dan niemand die wat deed?”

Nee, zei ik, niemand deed wat. Niemand durfde zich er mee te bemoeien. En daar komt waarschijnlijk mijn diepstgewortelde motivatie vandaan om altijd in te grijpen wanneer ik onrechtvaardigheid zie.

De gevaarlijkste eigenschap van de meeste individuen op deze aardkloot is stilte. De spreekwoordelijke kop in het zand. Met daarbovenop de menselijke behoefte om altijd alles bij het oude te houden. Het recept voor groeiende ellende.

Lang heb ik gedacht dat er misschien iets mis was met mij omdat ik het anders doe. Tot ik een jaar of twaalf geleden bij een psychiater kwam. Mijn relatie was net beëindigd. Ik was tot in het extreme bedrogen en de aarde was onder mijn voeten verdwenen. “Om een goede diagnose te stellen, zal ik ook met je ex moeten spreken,” zei de psychiater.

Ik belde de ex, ook kunstenaar, (een bekende), en die stemde tot mijn verbazing toe.

Vanuit een hoekje in de spreekkamer observeerde ik hoe de man die me zo gekleineerd had, uitgebreid verslag deed van ‘alles wat aan mij mankeerde’. Tot de psychiater hem de gang op stuurde om zijn analyse met mij te delen.

“Ik begrijp dat je op hem valt” zei hij. “Het is een charmeur en hij windt iedereen om zijn vingers. Maar als één van jullie mij nodig heeft, dan ben jíj het zeker niet”.

Dat hielp. Mijn verdriet maakte plaats voor minachting.

Toch heb ik er weinig over gesproken. Bang dat het op míj af zou stralen. Bijna niemand weet over wie dit gaat.

Wie is opgegroeid met gevaarlijke mannen en gewend is die mannen ondanks dat gevaar te blijven beschermen, belandt vaak in een patroon. Ook ik. Onlangs weer: precíes zo’n man.

Het was voor mij altijd heel logisch me uit te spreken over grote ver van mij afstaande misstanden. Vanaf nu geldt dat ook voor wat dichtbij is. Dat heb ik besloten. Zijn naam hoeft niet in de krant. Maar de mensen die het aangaat, die zullen van me horen.

Tinkebell schrijft elke week een column in Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over