Natascha van Weezel. Beeld Artur Krynicki
Natascha van Weezel.Beeld Artur Krynicki

Zijn Syriërs, Afghanen en Irakezen net zo belangrijk als Oekraïners?

PlusNatascha van Weezel

Natascha van Weezel

Wat was ik trots toen Nederland afgelopen februari zijn deuren opende voor vluchtelingen uit Oekraïne. In verschillende steden werden humanitaire opvangpunten uit de grond gestampt, hotels zorgden binnen mum van tijd voor noodopvang en particulieren gaven zich op om Oekraïense gezinnen in huis te nemen. Bovendien gaven gemeentes hun ambtenaren de opdracht om ‘onze nieuwe landgenoten’ zo snel mogelijk in te schrijven, zodat ze direct aan het werk konden. Voor het eerst bleek de vluchtelingenopvang een geoliede machine. Zó kon het dus ook.

Maar zo trots als ik dit voorjaar was, zo diep schaam ik me nu. Want hoe groot is het contrast als je kijkt naar de huidige situatie in Ter Apel? Stel je voor. Na een barre tocht arriveer je in het meest noordelijke puntje van Nederland. Daar hoor je dat er helaas geen slaapplekken zijn: je kunt een stoel in een kantoor krijgen. Dit is geen fictie, dit gebeurt al maandenlang vrijwel elke nacht. Op sommigen nachten dreigen asielzoekers zelfs buiten in de kou te moeten slapen. Hoe is dat mogelijk in een welvarend land als Nederland?

Een logische verklaring zou zijn dat er meer asielzoekers dan ooit naar ons land komen.

Dat klopt alleen niet. De instroom ís niet hoger dan een aantal jaar geleden: het gaat gemiddeld om honderd tot tweehonderd asielzoekers per dag, met name uit Syrië en Afghanistan.

Het echte probleem komt door politieke keuzes en laffe gemeentes. Tijdens de coronapandemie meldden zich logischerwijs een stuk minder asielzoekers. Onmiddellijk werden verschillende asielzoekerscentra gesloten en reduceerde de immigratiedienst zijn personeelsbestand. Dat was weer eens een fantastische langetermijnvisie van het kabinet.

Veel pijnlijker vind ik dat sommige gemeentes gewoonweg geen ‘trek’ hebben in asielzoekers. Uit cijfers van het COA blijkt bijvoorbeeld dat drie gemeentes al twaalf jaar geen enkele asielzoeker hebben opgevangen: Delft, Westland (onder meer Naaldwijk en Monster) en Roosendaal. Delft meent dat er geen ruimte is voor een asielzoekerscentrum omdat het een ‘compacte stad is’ (met ruim 101.000 inwoners, maar goed). En Westland wil graag prioriteit geven aan ‘andere doelgroepen’. Beide steden beroepen zich op het feit dat ze wél Oekraïners opvangen.

Ik vind het geweldig dat Nederland zo openstaat voor vluchtelingen uit Oekraïne. Dat meen ik oprecht. Maar door de situatie in Ter Apel krijg ik toch een bittere smaak in mijn mond. Zeker als ik terugdenk aan de vluchtelingencrisis van 2016, toen er varkenskoppen bij verschillende azc’s werden gelegd en regelmatig verhitte discussies uitbraken bij gemeentelijke inspraakavonden over de vraag of mensen uit Syrië en Irak welkom waren. Dat leidt bij mij tot een gewetensvraag: hoe komt het dat we ons als land meer lijken te bekommeren om het welzijn van Oekraïense vluchtelingen dan om Syriërs, Afghanen en Irakezen?

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over