Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Ze zit er onbeweeglijk bij, glimlacht, ik denk om niet óók te janken

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

Het is laat, zeker voor een doordeweekse avond. Ze onderdrukt een gaapje. Niet gek. Mijn zoons liggen al in bed. En zij is net als zij. Net als al haar andere leeftijdsgenootjes.

Twaalf jaar telt ze. Ze houdt ongetwijfeld van rennen door de gymzaal. Van zachtjes haar voeten over het vliesje ijs laten glijden dat de winter op een plas deed ontstaan. Als het Koningsdag is, tekent ze vast vlaggen op haar wang. Ze houdt van snoepen, veert op als er een ­jarige uitdeelt op school. Lacht om malle TikTok-filmpjes met pratende papegaaien. Of een snoezig babyjongetje dat de slappe lach krijgt om zijn vader.

Misschien zit ze net als mijn jongste op Squla, een online leermethode, en worstelt ze zich door spelletjes heen die de mysteriën van ’t sexy fokschaap uitleggen. Ze kent de tafels van voor naar achter en van achter naar voren. Ze zegt vaak dingen waar haar ouders om moeten lachen. Net als mijn jongste, die onlangs tot de verbijsterende conclusie kwam: “Het is heel speciaal als je een boer en een wind tegelijk laat. Kijk eens! Woei, een extra windvlaag!”

Zij had er vast ook om moeten grinniken. Het meisje. Ze heet Ghena en ik tref haar bij Op1, waar ze te gast is met enkele besties. Om haar nek hangt een kettinkje, een cadeau van haar vriendin die hetzelfde sieraad om haar nek heeft. De vriendin wordt door de presentatrice gevraagd wat ze van de hele situatie vindt en barst in snikken uit. Ghena zit er onbeweeglijk bij. Ze glimlacht. Ik denk om niet ook te janken.

Mijn jongste zoon ligt al in bed nu ik haar zie. Tegelijkertijd is ze in zoveel hetzelfde. Maar over haar praten volwassenen met hun monden in een streep en een uitroepteken achter de zinnen. ‘Regels zijn regels!’ en ‘Schuld van de ouders!’ en ‘Als we daaraan beginnen is het einde zoek!’

Haar einde in Nederland lijkt gevonden. Vandaag is ze verhuisd naar haar zesde asielzoekerscentrum. Assen, Arnhem, Wageningen, Grave. Ze dacht dat Nijmegen haar laatste AZC zou zijn, misschien zouden ze hierna eindelijk een huisje ­krijgen. Nijmegen, de stad waar ze tafels stampte, Politie en Boef speelde met vriendinnen, ’t sexy fokschaap vloeiend leerde beheersen, schetengrappen maakte. Opnieuw worden haar wortels uit de grond getrokken.

De uitzending is voorbij. Het meisje draagt een kettinkje. Er is een vlugge omhelzing. Een stomp. Haar dat snel glad­gestreken wordt. Giechelgrietjes. Ze staan zoals ze elke dag op het schoolplein hebben gestaan. Maar dan een zwaai. Want het groepje vriendinnen vertrekt naar hun vertrouwde buurt. Slechts één kind gaat een andere kant op. Richting Katwijk. Haar laatste asielzoekerscentrum. Maar niet omdat er een Nederlands huisje komt. Katwijk is de poort naar Palestina.

Daar moet ze heen als het aan beleidsmakers ligt. Een meisje met een Nederlands accent, Nederlandse school, een Nederlands kettinkje. Weer een omhelzing. De laatste. Een stomp. Ghena trekt haar mondhoeken omhoog. Blijven lachen, blijven lachen. Ghena zwaait nog een keer. Dag. En verdwijnt. Het donkere parkeerterrein op..

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over