Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Ze ergert zich licht aan mij, hoor ik

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

“Misschien is het generatiedingetje,” zegt een mij onbekende moeder op de kinderspeelplaats.

We spraken over deze tijd. Ze kende mijn columns. Nou ja, niet allemaal. Zij vindt het allemaal heel erg wat er gebeurt in de wereld en in ons land, maar beweert ook dat ik ‘optimistisch’ moet bijven.

Ik blijf hangen op het woord ‘generatiedingetje.’ Mijn generatie verworden tot een prop papier, of een vuilniszak, of beter: de inhoud daarvan. Uiteraard zeg ik er niets over. Het is een lelijk woord, maar misschien toch wel gebruikt om mij nog enigszins te ontzien.

“Ze zeggen dat mensen van mijn leeftijd wijs zijn,” antwoord ik. Mensen van mijn leeftijd. Ik zeg niet ‘oude mensen’, om mezelf nog enige waarde te geven, maar ik breng de zin wel als een grap – ik zing bijna van ironie. Vooral bij het woord ‘wijs’. Ik weet dat ‘ouderenwijsheid’ natte watten is in de oren van jongeren.

“Ik maak me heus wel zorgen hoor,” zegt de moeder. “Maar ik vind het toch erger als ik aan het eind van de maand geen geld meer heb dan dat er een oorlog is in Oekraïne.”

Daar heeft ze gelijk in.

“En daarom begrijp ik jou niet,” vervolgt ze. “Je schrijft maar over Oekraïne, maar mijn moeder en ik moeten naar de voedselbank.”

“Maar ik schrijf juíst over die oorlog omdat ik bang ben dat het allemaal veel erger wordt. Dat we afdonderen op een catastrofe omdat alle crises bij elkaar komen en het dan is of je een lucifer in een doos met vuurwerk gooit.”

“Ik heb geen tijd om me daar druk over te maken! En ik denk ook niet dat ze in Den Haag of in Rusland of Oekraïne naar jou luisteren.”

Ook daarin heeft ze gelijk. Ze ergert zich licht aan mij, hoor ik. Haar huilende kinderen komen naar haar toe. Er zijn gaten in knieën gevallen en ze geven elkaar de schuld. “Kom maar terug als je been gebroken is. Een beetje bloed droogt wel op,” zegt ze.

“Maar hij duwt me steeds,” zegt het huilende meisje.

“Terugduwen.”

“Maar hij is sterker.”

“Ga je ergens anders spelen.”

De moeder is noodzakelijk zakelijk. Hoe zou zij het doen als minister van Financiën? We hebben daar nu geen vrouw die ooit naar de voedselbank moest.

Mijn kleinkinderen willen naar huis.

Ik neem afscheid van de moeder.

“Sterkte,” zegt ze tegen mij.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over