Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Yola Hopmans is de aardige mevrouw op de plantage, die lekkere limonade maakt voor de slaven

PlusJohan Fretz

Johan Fretz

De rechtbank besloot deze week dat Fatima Aboulouafa, de klokkenluider die racisme bij de politie had aangekaart, ­terecht was ontslagen. De vertrouwensbreuk was haar eigen schuld. Ze had tenslotte kunnen weten dat haar ontboezemingen zouden leiden tot onrust. Een redenering in de trant van: als je een kort rokje aantrekt, dan vraag je erom verkracht te worden. Eigenlijk waren vooral Aboulouafa’s arme collega’s het slachtoffer. Zeg maar de agenten die zichzelf in appgroepjes ‘Marokkanenverdelgers’ noemden of degenen die dat oogluikend goedkeurden en doodzwegen.

Aboulouafa had volgens de rechtbank, gezien de waarschijnlijke impact van haar openbaringen, de boel van tevoren moeten afstemmen met de corpsleiding. Klokkenluiders die het ­onrecht dat ze aankaarten van tevoren even moeten afstemmen met de mensen over wie ze de klok juist luiden: Hollandser wordt het niet.

Tja, we kunnen nu eenmaal niet allemaal zijn zoals Ahmed Aboutaleb, de man die zichzelf nog liever door zijn eigen politiecorps het ziekenhuis in zou laten schoppen dan hun racisme te veroordelen.

Dit vonnis verbaast niemand. Zoals het ook niemand verbaast dat bepaalde politici gewelddadige terreur van een zekere beroepsgroep vrolijk toejuichen, terwijl ze over Nederlanders van kleur die vreedzaam demonstreren tegen racisme zeiden: ‘Het zou ze sieren als ze wat dankbaarder zouden zijn, als ze in onze landen willen wonen.’

Welkom in Nederland. Racisme bestaat niet en als jij vindt van wel, dan ben je zelf een racist. Maar zelfs een vrolijke oproep om van 1 juli, Keti Koti (de officiële afschaffing van de slavernij), een nationale feestdag te maken, zorgt bij veel mensen al voor hevige hartkloppingen.

Zo las ik in de Volkskrant dat ook in het Gelderse Rheden Keti Koti werd gevierd. Een mooi initiatief, waarbij door zo’n tachtig (veelal witte) inwoners werd stilgestaan bij de misdaden van de slavernij en de uiteindelijke bevrijding. ­Kortom: bij de gedeelde geschiedenis met de voormalige koloniën, en de blijvende verbondenheid.

Bewustwording, saamhorigheid, lekker eten: wat valt daar nu over te zeiken? Nou, lokale VVD-leider Yola Hopmans wist nog wel wat:

“In mijn omgeving vraagt iedereen zich af of er geen belangrijkere dingen zijn waar we onze tijd aan moeten besteden.” Goh: een VVD’er die denkt dat haar eigen bevoorrechte omgeving de norm is. “Je moet de dingen in hun tijd zien.”

Ja, vroeger was slavernij vast een gezellig uitje voor het hele gezin. “Daarmee wil ik de slavernij niet goedpraten, maar we moeten ook door.” Hopmans is de aardige mevrouw op de plan­tage, die altijd van die lekkere limonade maakt voor de slaven. “Bovendien moeten we niet vergeten dat de slavernij ons ook veel welvaart heeft gebracht.”

Het stond er allemaal echt. De slavernij heeft ‘ons’ ook veel welvaart gebracht.

Hier kwam Hopmans tot de kern: wie ‘ons’ is, blijft volgens haar en velen stevig afgebakend. Val je daarbuiten, hou dan je bek. Laat je tractor en spandoek thuis. Luid nooit de klok. Blijf ­onzichtbaar. Doe gezellig mee en wees vooral dankbaar. Ahmed Aboutaleb heeft dat heel goed begrepen. Hij gehoorzaamt.

Maar goddank zegt een nieuwe generatie luid en duidelijk: ik dacht het niet.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft elke zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over