Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Wie bestaat, loopt de kans gearresteerd te worden omdat hij protesteert door te bestaan

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Het indrukwekkendste protest in Moskou vond ik die jongeren die net deden of ze een protestbord omhoog hielden. Er zat niets tussen hun handen, ze zwegen en werden desondanks gearresteerd.

Stel je het gesprek voor op het politiebureau.

“Waarom ben ik gearresteerd?”

“U protesteerde. U mag niet protesteren.”

“Waar protesteerde ik tegen?”

“U protesteerde. Mag niet.”

“Hoe weet u dat?”

“U hield uw handen omhoog.”

“Mag ik mijn handen niet omhoog houden?”

“U protesteerde.”

“Maar waartegen dan? Waartegen zou ik hebben kunnen protesteren?”

“U protesteerde. Mag niet.”

“Dus: handen omhoog houden, is protesteren?”

“Ja.”

“Misschien protesteerde ik wel voor Rusland en tegen Oekraïne…”

Kafka op het Rode Plein.

Wie bestaat, loopt de kans gearresteerd te worden omdat hij daarmee protesteert door te bestaan.

Hoe word je niet gearresteerd? Daar ben je dus nooit zeker van. Je kunt altijd worden gearresteerd met als argument dat je meedoet aan een protest. De man die namelijk dacht dat hij Napoleon was, is uit het gesticht gevlucht en loopt als Poetin door het Kremlin, terwijl hij de Hitlergroet brengt en zegt dat hij nazi’s bestrijdt, waarna hij doorgaat met het kammen van zijn niet bestaande snorretje. Zo gestoord is het daar. Zo ziek ook.

Hallucinant: men reageert op zaken die er niet zijn.

In zo’n wereld is ethiek een ballon die door een kind per ongeluk is losgelaten en aan het oog onttrokken ergens naar de hemel vliegt.

“Mijnheer de commissaris, u heeft mij gearresteerd maar op dit briefje staat dat u mij moet vrijlaten.”

“Op welk briefje?”

“Op dit briefje, ondertekend door kameraad Poetin.”

“Er ligt hier geen briefje van kameraad Poetin.”

“Dan ligt er ook geen protestbord.”

“U protesteerde.”

“Hoe weet u dat? Ik protesteerde in elk geval niet tegen de oorlog, dat kan niet, want volgens onze leider is er geen oorlog. En u denkt toch niet dat ik voor de fascisten ben?”

Hierom is Poetin zo gevaarlijk: hij probeert illusies te doden. Illusies van jonge mensen op een mooi leven. Niemand mag zich iets verbeelden. Alleen hij! Als de rijkste man van de wereld wil hij een droomrijk creëren; voorlopig bestaat het uit lijken, nachtmerries en schroot.

Op een dag ontmoet hij De Dood.

“Je moet meekomen, Vladimir.”

“Hoe weet u dat?”

“Het staat in dit boek.”

“Ik zie geen boek.”

“Kijk maar, hier staat het. Op deze bladzij.”

“Er is geen boek, en ik zie niks… Ik moet nog blijven leven.”

“Kom…”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over