Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Weer schrok ze van haar woordgebruik; het was alsof ze de woorden uit haar mond verloor

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Ze zaten in het café en durfden niet goed naar elkaar te kijken. Ze ontdekten groeven – hij zag ze van haar en zij zag ze van hem – en begrepen dat die iets verborgen hielden; huidplooien zijn zakken met zorgen die niet meer verdwijnen.

Hun zwijgen had een grijze kleur.

Beiden legden in hun geest een puzzel met woorden; het paste steeds net niet.

“Hoe oud is ze geworden?”

Ze had meteen spijt. Had die vraag begerig geklonken? Misschien vatte hij het zo op.

“72.”

Ze woog zijn antwoord.

Haar vraag en zijn antwoord – en misschien ook haar aanwezigheid – maakten hem droevig. Dat verdriet was anders dan hij had gehad. Soms wist hij oprecht niet waarover hij verdrietig was. Verraad en schuld tegenover zijn overleden vrouw sloten misschien niet aan op haar woorden en zijn antwoord.

“Maar…” Hij begon expres met maar, alsof hij een tegenstelling ging poneren. “Maar hoe gaat het na al die tijd met jou?”

Ze dacht: Waarom zeg je nu ‘na al die tijd’? Doe je dat expres of…

Ze zei: “Het gaat goed, dank je. Er zijn natuurlijk… nou ja, kwaaltjes… Niks… Leeftijd.”

Weer had ze van elk woord spijt.

Hij knikte.

Het was alsof hem opeens iets te binnen schoot. “Ik zag, vorig jaar, bij die overlijdensadvertentie van Tom dat Jenny en John je nog een kleinkind hadden bezorgd. Ik ben zijn naam vergeten…”

“Jimmy. Ja, Jimmy. Die is alweer tien.”

“Tien? Goh…”

“Ja. Een doerak,” zei ze.

Weer schrok ze van haar woordgebruik. Alsof ze de woorden uit haar mond verloor. Die overlijdensadvertenties had hij dus gezien. Hij had dus al eerder kunnen reageren. Moed vermindert misschien ook met het ouder worden.

“Wij hebben ze wel gemist… Kinderen en kleinkinderen,” zei hij.

Weer voelde hij een golf van verdriet. Waarom onthulde hij dat van die kinderen en kleinkinderen tegen haar?

Ze zweeg. Ze meende te merken dat hij oprecht pijn had. Vaak had ze gedacht aan wraak, maar die was eigenlijk al lang weg.

“Je hebt het zeker druk met je kinderen en kleinkinderen?”

“Ze wonen in Engeland en Frankrijk. Dus vaak zie ik ze niet.”

Blijkbaar had hij de overlijdensadvertentie niet echt goed gelezen. Hij voelde de fout.

Al twee dagen had hij zich op dit gesprek voorbereid, maar het liep niet. Daarom besloot hij het toch maar gewoon te zeggen.

“Ik heb dertig jaar elke dag aan je gedacht.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over