null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Wat zich wreekt: Rutte is domweg niet in staat zo’n verhaal te houden

PlusJohan Fretz

Ze zijn pas net de Europese Unie uit, maar hebben nu al hun eigen coronavariant: kan het nóg ­Britser? Toch blijven er, ondanks de verlengde lockdown, dagelijks heel wat vliegtuigen vanuit apocalyptisch Londen landen in Amsterdam. Over een paar weken komt er misschien een avondklok. Het uitlaten van je hond wordt mogelijk serieuzer aan banden gelegd dan het massaal importeren van een besmettelijkere virus­mutatie. Premier Rutte zei dinsdagavond dat hij zelf voor een algeheel vliegverbod is, maar dat zoiets te verregaande gevolgen heeft. Zijn spagaat is begrijpelijk, maar er beginnen wel zaken te wringen.

Zo las ik een paar uur voor Ruttes persconferentie dat Angela Merkel zei dat de lockdown in Duitsland wel eens tot april kan gaan duren. Vreemd eigenlijk, dacht ik, dat wij vervolgens braaf naar een eigen persconferentie moeten gaan luisteren waarop misschien wel een heel andere keuze wordt aangekondigd. Je kunt letterlijk met één voet in Nederland staan en met de andere in Duitsland: het onderscheid in beleid is dan toch niet uit te leggen? De onderling conflicterende corona-aanpakken van Europese lidstaten wekken de suggestie dat we los van elkaar staan, terwijl dat overduidelijk niet het geval is. Het ondermijnt de geloofwaardigheid van elk nationaal beleid, dat daardoor wille­keurig lijkt, en voedt zo groeiende onvrede onder grote groepen mensen.

Het is ook op een andere manier schadelijk. Jarenlang werden nationalisten die een vol­ledige terugtrekking uit de EU bepleitten van repliek gediend met betogen over het belang van Europese samenwerking. Maar nu we voor ‘de grootste crisis in vredestijd sinds de Tweede Wereldoorlog’ staan, blijkt een gezamenlijke en eenduidige aanpak binnen Europa te veel ge­vraagd. De bestrijders van nationalisme en isolationisme omarmen de magische kracht van de natiestaat nu met haast religieuze overtuiging.

Maar bovenal wreekt zich momenteel iets heel anders: het onvermogen van onze regering om een overtuigend, breed resonerend verhaal te formuleren, waaruit een intrinsiek begrip spreekt voor de geleden schade. Niet alleen ­economisch, maar vooral ook wat betreft de geknakte, persoonlijke ontwikkeling van jonge mensen en het wankele (mentale) welzijn van de samenleving.

Meer nog dan welk steunpakket, dan welke Europese samenwerking of welke overheidscampagne over vaccinaties dan ook, zou zo’n verhaal de angel kunnen halen uit het giftige en valse narratief van Corona­wappies & Kritische Denkers versus Gezags­getrouwen & Makke Schapen.

Het is niet dat onze premier geen poging doet zo’n verhaal te houden, het is dat hij er domweg niet toe in staat is. Zijn toespraken en die van Hugo de Jonge moeten saamhorigheid en solidariteit creëren, maar blijven steken in wat ik noem: de ziekte van jip-en-janneketaal, naar de in 2002 door oud-VVD-partijvoorzitter Bas Eenhoorn gemunte term. Die was bedoeld als aansporing tot eenvoudiger taalgebruik in de politiek, maar heeft samen met de opkomst van de manager als dominant leiderstype vooral geleid tot een zielloze, infantiele taal. Er spreekt een voortdurende onderschatting uit van ons denkvermogen. Een leegte die niet kan worden opgevuld met het invoeren van een avondklok.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft op woensdag en zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over