null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Wat was er gebeurd dat die boom al voor de kerstdagen op straat was beland?

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Bij de ondergrondse vuilcontainer stond een kerstboom.

Niet heel groot, niet heel klein. Een allemansvriend. Zonder piek, maar nog goed in het groen. Er hingen twee goudkleurige, piepkleine kerstballetjes in.

Mooie, blauw-witgestreepte bak eronder.

Prima boom, zeker een exemplaar van een euro of dertig, schatte ik. Ik stak mijn neus tussen de takken. Fijne geur ook. Ik trok aan de naalden. Ze lieten niet makkelijk los.

Wat was er gebeurd dat die boom al voor de kerstdagen op straat was beland?

Ik herinnerde me een prentenboek uit mijn jeugd. Over een jongetje en zijn moeder die met hun tweeën in een schamel huisje woonden. Arm. Er was alleen geld voor óf een boom, óf een kersttaart. Het jongetje mocht kiezen, en koos voor de boom. En alles kwam goed.

De neiging het ding mee naar huis te slepen was er. Maar dan had ik twee kerstbomen.

Het begon te schemeren.

Al een paar minuten stond ik bij de vuilcontainers. Ik had medelijden met de boom.

“Is dat uw boom?”

Ik keek om. Een vrouw met vier honden.

“Waarom zet u uw boom nu al op straat?”

“Dat is niet mijn boom,” zei ik wat schaapachtig. “Ik heb al een boom.”

Ze hield haar hoofd schuin, kneep een oog dicht.

“Mmmmm, dan is ie vast van die mensen,” en ze wees naar een flatgebouw. “Die maken altijd ruzie met elkaar.”

“Wilt u hem niet?” vroeg ik, “of heeft u al...”

“Nee zeg, al die naalden in huis… ik heb een hond gehad die erin is gestikt.”

We keken naar de kerstboom.

Ik tikte met een vinger tegen een kerstballetje.

Er was grote kans op nachtvorst. De gedachte aan die goede boom die de hele nacht daar alleen naast de vuilcontainer zou moeten doorbrengen.

“Laten we die boom dan gewoon staan?” zei ik.

“Wou u alle huizen langs om te vragen of er nog iemand een kerstboom wil?”

Zielig. Deze kerstboom had ergens gestaan waar het helemaal mis was gegaan.

Ik zocht naar sporen, maar ik zag nog geen geknakt takje.

“Kijk, hij staat er nog,” hoorden we.

Er kwamen twee stevige jongemannen aanlopen.

“Mogen we?” vroeg er een.

Ik knikte heel gretig.

“Onze ouders hebben zich laten oplichten. Hun kerstboom is al bijna helemaal kaal,” zei de ander. “Ik reed hier net langs en ik dacht…”

“Maar dan zonder die balletjes,” zei de een. “Ze houden niet van goudkleurige dingen.”

Hij plukte de ballen uit de boom, en keek me aan.

Ik stak een hand uit en nam de twee kerstballetjes aan. Ze waren een beetje warm.

“Mooie boom, hoor,” zeiden de twee jongemannen tegelijkertijd.

“Nou, dat is dan allemaal ook weer geregeld,” zei de vrouw. “Nog een prettige avond, heren.”

En ze liep verder. Geen van de honden had een plasje tegen de boom gedaan.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over