Opinie

'Wat Venetië ons niét kan leren'

Het opiniestuk 'Wat Venetië ons kan leren over de drukte in de stad' van afgelopen woensdag leverde de nodige lezersreacties op. Een selectie van drie ingezonden brieven.

In Venetië wonen zo'n 60.000 mensen, tegen jaarlijks een dikke 25 miljoen toeristen. Beeld ANP
In Venetië wonen zo'n 60.000 mensen, tegen jaarlijks een dikke 25 miljoen toeristen.Beeld ANP

Internationale hotellerie
Wat Venetië ons kan leren is inderdaad de vraag. De auteur van het stuk meent dat het centrum van Amsterdam een diverse en gezonde economie heeft. Hoe rijmt zich dat met de onstuimige groei van ijssalons in de binnenstad? Dat zijn kennelijk plekken waar de normale detailhandel geen kansen meer heeft. Het aantal bedrijven dat is verhuisd wegens de slechte bereikbaarheid is overigens legio.

Daarnaast stelt de auteur: 'Wiens belangen zijn we eigenlijk aan het dienen?' In Amsterdam gaat het om de internationale hotellerie. Alle andere initiatieven worden onderdrukt. Ook die van Amsterdammers die nog slechts in de stad kunnen blijven door een deel van hun woonruimte te verhuren aan derden. Zouden dit de toeristen zijn die de meeste overlast veroorzaken? Uitbaters van de door de schrijver gewraakte bed & breakfasts kunnen sociale controle uitoefenen op het gedrag van hun gasten, dat geldt niet voor de rest.

Joop Klinkhamer, Edam

Drukte valt mee
Al drie keer ben ik naar de Biënnale in Venetië geweest. Alleen bij de Rialtobrug en bij het San Marcoplein is het heel druk, net als in Amsterdam bij het Centraal Station, het Damrak en de Nieuwendijk. Als alternatief loop ik altijd via de Zeedijk, daar loopt verder bijna niemand.

Dat er geen kleine zelfstandige meer is in Venetië, is ook niet waar. Er zijn nog zeker melkboeren, bakkers en slagers. Ik geef toe, niet veel. Iedere dag is er een versmarkt vlak bij de Rialtobrug. Daar zie je geen toeristen, die worden vetgemest in de hotels. In de binnenstad van Amsterdam zijn ook maar enkele melkboeren, bakkers en slagers. Dat hypertoerisme is nodig om steden als Venetië en Amsterdam in stand te houden.

Stijn Seip

Geef toerisme de ruimte

Arthur Claassen slaat in zijn stuk de plank volledig mis. In Venetië is buiten het toerisme en het vastgoed geen cent te verdienen en bestaat de bevolking behalve uit toeristen enkel uit de allerrijksten en de allerarmsten.

In Amsterdam is dat verre van de situatie. Naast toerisme is er een levendige commerciële/zakelijke sector van grote en kleine bedrijven, lokaal en internationaal, die hier handelen en kantoren hebben. We hebben een zeehaven die langzaam maar zeker doorgroeit en inmiddels een van de vijf belangrijkste pijlers onder de regionale economie vormt. Dankzij een goede en grote onderwijsindustrie stikt Amsterdam van de kennis die alsmaar meer bedrijven aantrekt, in de ict, technologie en media. Na de oorlog ontbrak zo'n impuls in Venetië, waardoor de economie maar één kant op kon, terwijl onze economie veel breder georiënteerd is.

Er is veel aan te merken op de gemeente, maar ze ziet in dat je toerisme de ruimte moet geven, want er zit groei in en die kan in een stad met een groeiende bevolking en flinke dosis werkeloosheid en armoede, bijdragen aan de kwaliteit en duurzame groei. In Venetië wonen zo'n 60.000 mensen, tegen jaarlijks een dikke 25 miljoen toeristen, in Amsterdam wonen ruim 820.000 mensen tegen jaarlijks zo'n vijf miljoen toeristen. Totaal verschillende omstandigheden én verhoudingen.

Albam Schellekens

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan. Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over