Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Waar zijn die onhandige zitjes aan het raam van café De Jaren gebleven?

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Weer een stuk geschiedenis verdwenen.

De nauwe zitjes aan het raam van café De Jaren.

Ontzettend onhandige plekken waar je nauwelijks een glas op de piepkleine tafeltjes kwijt kon. Laat staan een schrijfblok, want ik heb me met regelmaat in de enge ruimte tussen stoel en tafeltje gewurmd om mensen voor de krant te kunnen interviewen. Een schrijfster stootte door de ingeperkte bewegingsvrijheid haar kopje om en morste koffie op haar rok. Ze wilde bijna weglopen.

Maar je kon wel mooi dicht tegen je liefje aanzitten, en naar buiten kijken als je elkaar even niets meer te zeggen had.

Wat gebleven is, is de beroerde akoestiek, die je helemaal goed ervaart als je een gesprek dat je op band (telefoon) hebt opgenomen, zoals ik uiteindelijk ook ben gaan doen, later rustig terugluistert.

Wat een herrie. Gerinkel van glazen, geschreeuw, geschraap van stoelpoten.

Zo ook vorige week toen Herman Pleij aan een tafeltje achterin ging zitten. Wie Pleij kent van televisie, waar hij geregeld zijn licht laat schijnen over allerlei zaken, weet dat je daar niet tegenop kunt schrijven. Enthousiast en niet uit te zetten liet hij de ene na de andere volzin over zijn lippen komen als een op hol geslagen tennisballenkanon.

Heel leuke vent, maar nooit meer afspreken in De Jaren, dacht ik toen ik met moeite de stem van Pleij tussen het luide geroezemoes – ik begrijp geloof ik nu mensen die continu suizen of zoemen horen – uitfilterde.

En die verdwenen zitjes zinden me ook niet. Nu staan er eenpersoonstafeltjes waar jongelieden met hun laptops aan zitten. Met hun rug naar de ruimte.

Met Jeffrey Babcock zat ik een paar jaar geleden wel aan het raam aan zo’n minitafel. De vreemdste man die ik sprak, genomineerd voor de Amsterdam Prijs. Een filmfreak, al bestreed hij dat. Babcock noemde zichzelf cultureel activist. Hij had in Amsterdam een alternatief filmcircuit opgezet waar hij Bulgaarse horror en realistische DDR-films liet zien. Hij hoefde niets te drinken, maar later wilde hij wel dat ik zijn woorden niet in de krant zou afdrukken. Hij won de Amsterdam Prijs, maar daarna heb ik nooit meer iets van hem gehoord.

Ook ben ik Menno Wigman een keertje tegengekomen in de wc-ruimte. Hij verdween in een toilethokje, en ik in het hokje naast hem. Door de muren heen meende ik hem een gedicht te horen opdreunen. Volgens mij testte hij of zijn zinnen wel lekker liepen. (Ach, op 1 februari was het alweer vier jaar geleden dat hij stierf.)

In zo’n toilethokje vond ik ooit een exemplaar van Oek de Jongs Cirkel in het gras. Er stak een stukje papier uit, nog niet eens op een kwart van het boek. Ik dacht: wie laat nu een nog niet uitgelezen meesterwerk achter in de toiletten van café De Jaren?

Maar het is zo’n plek waar je toch telkens naar terugkeert, al kan ik er geen verklaring voor geven. Vast iets met haat en liefde die met elkaar verenigd zijn.

Snel die zitjes weer terug, alstublieft.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over