Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Vechten wil ik wel, maar voor wat?

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

“Zou jij voor je land willen vechten?”

“Voor Nederland?”

“Nee. Voor Timboektoe. Nou goed?”

“Timboektoe is geen land, maar een een stad in Mali. Maar ik weet niet of ik voor Nederland zou willen vechten.”

“Slap.”

“Ik zeg niet dat ik niet wil vechten, maar ik weet niet of ik voor Nederland wil vechten.”

“Waarvoor dan?”

“Ik vind eigenlijk dat Nederland een provincie van Duitsland moet zijn. Of dat Nederland en Vlaanderen fuseren tot Groot Vlaanderen. Wanneer moet ik dan vechten?”

“Dus als Duitsland of België wordt aangevallen wil je ook vechten?”

“Ik bedoel, wat is een land? Kijk eens hoe vaak Polen de afgelopen honderd jaar is veranderd. Eigenlijk bestaan landen maar tijdelijk. Alleen tijdens sportwedstrijden. Maar verder… Stel dat mijn kleinkinderen in Rusland zouden wonen, en ik ben de enige van de familie die niet achter Poetin zou staan, dan zou ik toch mijn familie volgen. Maar wat zou ik dertig jaar geleden hebben gedaan? Ik weet het niet. Misschien stond ik dan helemaal achter Rusland als ik in Rusland zou wonen. Of ik was dissident. Ik denk wel eens: ik heb geluk gehad dat ik denk zoals ik denk. Maar stel dat ik andere ouders had gehad, dat ik niet in Amsterdam was opgevoed, dat ik andere vrienden had gehad, hoe had ik dan gedacht?”

“Je kunt toch wel gewoon voor Nederland vechten?”

“Maar stel dat Nederland, de regering dus, achter Poetin zou staan en zou zeggen: beste Poetin, verdedig ons maar tegen de Duitsers, de Fransen en de Engelsen. En negentig procent van de Nederlanders stond achter Poetin, moet ik dan ook Nederland verdedigen?”

“Zo kun je van alles wel een probleem maken.”

“De vraag is: waar wil ik voor knokken? Vechten wil ik wel, maar voor wat?”

“Voor je principes!”

“Principes zijn geen land.”

“Maar zo wil je nooit vechten!”

“Jawel. Maar ik wil dus niet voor een fascistisch of communistisch land vechten. Maar wel voor iets waardevols.”

“Wat is dat waardevolle dan?”

“Iets tussen land en principes. Ik denk aan plekken waar ik gelukkig was. Amsterdam, de Dordogne, Zuid-Engeand, Umbrië… Moskou zelfs… Die zou ik allemaal willen verdedigen. Maar de mensen moeten ook aardig zijn. Ik heb geen zin om te vechten voor een stel klootzakken. Maar je kunt overal wel aardige mensen vinden.”

“Wat ben jij ingewikkeld!”

“Waar zou jij dan voor willen vechten en eventueel sterven?”

“Ja, nu weet ik het ook niet meer.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over