Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Vang het licht van november, vang het dagduister van Amsterdam

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Wanneer is Amsterdam op z’n mooist?

Iedereen zal daar een antwoord op hebben, maar nu ik dit schrijf miezert het en houdt de stad haar wonderen verborgen.

Kees Fens heeft heel mooi over de stad geschreven. Kees Fens, hij stierf in 2008, kennen we hem nog? Criticus, essayist en nog wat meer. Bovenal schrijver van prachtige ‘kleine stukjes’, zoals verzameld in In het voorbijgaan. Kleine essays (2007), en Het volmaakte kleine stukje (2009).

Over Amsterdam alleen gaan de verhalen in Het geluk van de brug. Het Amsterdam van Kees Fens (2008). Daarin ook een stuk over de schoonheid van de stad.

Dat stuk is getiteld Het licht van 19 november.

Vandaag is het 19 november.

‘Het is een paradox: het donker dat alles in het licht zet,’ zo begint dat stuk. ‘In mijn ervaring en herinnering gebeurt dat altijd in november.’

Fens schrijft dat hij ooit in november op het Damrak stond en naar het Centraal Station keek: ‘Er hing, dreigend, een heel donkere lucht boven en daaronder stond, adembenemend scherp afgetekend, haast onwerkelijk het Station. Een gebouw als een mysterie (…) en langzaam veranderde het Damrak in een schilderij van De Chirico.’

Dan volgt een zware regenbui. ‘Alles was onttoverd.’

Hij vervolgt met: ‘Op 19 november van dit jaar voltrok zich de betovering haast voor mijn ogen.’ Dat gebeurt als hij ’s ochtends de gordijnen opent en een donkere lucht ontwaart. En weer die verwondering over het licht. ‘Daar stonden gevels ineens alsof ze uit de lucht uitgezaagd waren. (…) overal was het magisch donker bezig de huizen in het licht te zetten.’

Hij raakt er niet op uitgekeken, maar na een uur is het voorbij. ‘Toen verloste de hemel zichzelf van het zwarte onderkleed.’

Die middag krijgt hij bezoek van een kunsthistoricus, ‘een beroepskijker dus’. ‘Hij kwam zojuist uit Utrecht. Toen hij de Berlagebrug overreed zag hij Amsterdam onder een allerbetoverendste lucht als een nieuwe stad liggen. Hij was nog steeds onder de indruk en verklaarde november met dit soort weer tot voor de stad de mooiste tijd van het jaar.’

Op 20 november opent Fens op hetzelfde tijdstip de gordijnen, klaar voor eenzelfde schoonheidservaring als de dag ervoor.

Hij ziet een helderblauwe lucht.

‘Een nieuwe paradox: het licht maakte de huizen grotendeels onzichtbaar.’

Hij wacht.

‘Om half elf had de lucht weer dezelfde zwartheid van de vorige dag bereikt. Daar begonnen de huizen zichtbaar te worden.’

Hij gaat de straat op. ‘Ik raakte verbijsterd: zo indrukwekkend had ik de Westerkerk- en toren nog nooit gezien. Of ze er zojuist waren neergezet.’

Dan is het weer voorbij. ‘Ik ken geen afbeeldingen van Amsterdam onder dat dagduister.’

Hij heeft het zelf niet vastgelegd, maar vindt wel dat dat moet gebeuren. Foto’s moeten er gemaakt worden. ‘Maak Amsterdam zichtbaar. In dat ene uur dat het licht niets meer verbergt.’

De voorspelling voor morgen zijn gunstig: het bewolkte weer houdt aan.

Naar buiten dus. Met camera.

Vang het licht van november, vang het dagduister van Amsterdam.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl