Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

U-boot Neelie: je moet VVD’ers nooit confronteren met hun ­beloftes, dan gaat het van au

PlusJohan Fretz

Johan Fretz

Uw columnist zit weliswaar in de kraamtijd, maar ondanks de ­gebroken nachten werkt mijn geheugen nog altijd prima.

Dat bleek toen bekend werd dat VVD-prominent (het zal eens een keer een Partij voor de Dierenprominent zijn die in opspraak raakt) Neelie Kroes zich ­jarenlang helemaal suf heeft lopen lobbyen voor Uber. Stiekem, als een Duitse onderzeeër, zij het een niet zo geraffineerde, want deze U-boot kon iedereen van mijlenver zien aan ­komen tuffen, half boven het wateroppervlakte, gewoon met het blote oog.

Neelie Kroes, de voormalig Eurocommissaris die na haar afzwaaien was gaan werken bij Bank of America Merrill Lynch, bleek achter gesloten deurtjes aan de slag te zijn gegaan voor een van ’s werelds grootste uitknijpers van de arbeidersklasse: wie had dat gedacht?

GeenStijl duikelde een aardig oud filmpje op, waarin een Vlaamse verslaggever Kroes in 2016 confronteert met haar eigen belofte uit 2004 om na haar Eurocommissariaat geen ‘verantwoordelijkheid meer te nemen in het bedrijfsleven’. Kroes woedend, interview ten einde. Tja, je moet VVD’ers nooit confronteren met hun ­beloftes, dan gaat het van au.

Enfin: mijn geheugen dus. Bij het nieuws over U-boot Neelie gingen mijn gedachten meteen terug naar een column die ik schreef in 2016. Daarin wond ik me op over parlementariërs die, alsof het Kamerlidmaatschap een soort snuffelstage is, vroegtijdig overstappen naar een ­andere baan. Ik citeer: ‘Op het moment dat ik dit schrijf – het is amper te geloven – zie ik op mijn scherm dat VVD-Kamerlid Bart de Liefde ­vertrekt omdat hij Public Policy Manager wordt bij Uber.’

Dat was toen al frappant, dat je als woordvoerder Mededinging heel lovend bent over een ­bedrijf waar je vervolgens gaat werken, maar nu blijkt het nog problematischer. In hetzelfde jaar waarin Kroes stiekem lobbyde voor Uber, en De Liefde het bedrijf vanuit de Kamer de hemel in prees, ging laatstgenoemde opeens voor de taxigigant werken, precies rond de tijd dat ­premier Rutte samen met Kroes een bezoekje bracht aan datzelfde Uber in Silicon Valley.

Zelfs de Belastingdienst, doorgaans niet te beroerd om mensen na een klein foutje te vermorzelen, bleek voor Uber de rode loper uit te rollen. Misschien goed als iemand daar nog even induikt, vriendelijk bedankt. Deze heisa zal hoe dan ook het topje van de ijsberg blijken.

Wat ik in dit gesprek overigens vaak mis is dit: de ontvankelijkheid voor lobbyisten komt regelmatig, maar lang niet altijd voort uit kwaad­aardigheid. Kamerfracties zijn chronisch ­onderbemand, er zijn te veel dossiers. De werkdruk is immens en het is onmogelijk, vooral voor kleinere partijen, om op elk dossier goed ingelezen te blijven. Lobbyisten profiteren daarvan: in ruil voor hun kennis en input krijgen ze een luisterend oor.

De innige verstrengeling tussen politiek en lobby vormt een enorme bedreiging voor de onafhankelijkheid van ons politieke bestel. Samen met co-regisseur Juul op den Kamp, met wie ik het afgelopen jaar werkte aan de documentaire What’s Left: de Puinhopen van Links, broed ik daarom alvast op een volgend project. Werk­titel, vrij naar Typhoons prachtalbum: Lobby Da Basi.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft elke zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over