Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Twee Engelssprekende vrouwen staken hun neus om de hoek van de plaskrul

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Waar de Lindengracht met haar kont tegen de Lijnbaansgracht aan schurkt, staat een plaskrul.

Je ziet ze niet zoveel meer in de stad, plaskrullen, er zijn er als ik het goed heb nog ruim dertig. Vooral in de buurt van grachten. Om te voorkomen dat wildplassers, al dan niet met een slok op, in het water donderen en verdrinken.

Ik zat op het terras van Moods Coffee Corner. En ik zag dat deze plaskrul goed werd gebruikt. In de tijd tussen bestelling en de mij buiten aan een tafeltje geserveerde cappuccino, leegden twee mannen er hun blaas. Een paar meter van de plaskrul stond een grote peperbus. Helemaal blauw, zonder ook maar één aanplakbiljet. Tegen de reclamezuil stond een man met een zonnebril. Hij had zijn schoenen uitgedaan en het leek alsof hij continu in mijn richting keek.

Tegenover Moods: het Linden Hotel. Dat vroeger Hotel Acacia heette. Tenminste, in de dertiende en laatste film van Heimat 2. Chronik einer Jugend, het schitterende middendeel van de Heimat-trilogie van Edgar Reitz die ik de laatste weken eindelijk, eindelijk tot mij nam. (Traag, veel in zwart-wit, eindeloze scènes. Kortom: fantastisch. Heimat 2: dertien films met een lengte van in totaal 1532 minuten.)

Hermann Simon is zijn grote liefde, zangeres Clarissa Lichtblau, naar Amsterdam achterna gereisd om eindelijk, eindelijk uit te spreken dat hij haar niet weer wil laten gaan. Hij ziet haar optreden in de Melkweg, en ze brengen een lange nacht door in Hotel Acacia.

De volgende dag wacht hij op het terras van het café tegenover het hotel op Clarissa, die bij zijn ontwaken al naar een belangrijke afspraak blijkt te zijn vertrokken. Maar het duurt hem te lang, en hij smeert hem (het komt allemaal goed).

Ik wilde zien wat er was overgebleven van de ‘set’. Ik vond nog een klein bord met de naam Hotel Acacia aan een zijmuur van het Linden Hotel. Aan de gevel hing nog steeds het ronde verkeersbord met de rode rand en het zwarte autootje. En de gevelsteen boven de deur van Moods, in 1970 heette het Café de Gijs, was nog dezelfde: een tros druiven.

De man met de zonnebril keek nog steeds in mijn richting. Hij had zijn schoenen weer aangetrokken. Twee Engelssprekende vrouwen staken hun neus om de hoek van de plaskrul, en begonnen heel hard te lachen.

Ik zat op de plek waar Hermann Simon zat te wachten op zijn geliefde. Ik keek naar het raam op de eerste verdieping, pal boven de ingang, waarachter ze hadden geslapen. Ik voelde niets bijzonders. Het bleek maar weer eens dat het geen goed idee is om terug te gaan naar plekken waar je goede herinneringen aan hebt, ook al kende ik de plek alleen uit die film (Kunst oder Leben). Wat had ik verwacht?

Nu kwam de man met de zonnebril op me af. En verscheen er naast me een met tasjes behangen dame. Die verrukt in een vreemde taal begon te schetteren. De man nam zijn zonnebril af en kuste de vrouw op beide wangen terwijl zij nog sneller begon te praten. Ze hield haar armen recht voor zich uit en de man pelde de tasjes van de roze jasmouwen en hing ze aan zijn eigen armen. Daarna verdwenen ze in de Tichelstraat.

Ik ging Moods in om te betalen. Thuis wachtte Heimat 3, slechts zes films met een lengte van maar 658 minuten.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over