Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Toen hij eruitflapte dat hij homoporno schreef, had hij mij voor zich gewonnen

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

‘Weet je dat ik in Frankrijk ben geweest? Met mijn moeder, we voeren de Loire af en …” In de verzorgingsflat waar het ruikt naar doorkookkool en de verwarming permanent op standje Breezer ananas staat, vertelt Pieter over een reisje van ooit. Ik kan de route die hij omschrijft uittekenen, hij heeft hem al dertig keer uiteengezet. Pieter houdt van herhaling. Maar soms stopt hij midden in een zin en kijkt me troebelogig aan. Ik help hem voorzichtig het padje weer op. “Gingen jullie niet ook naar Lourdes?”

Ik was voor hem gewaarschuwd toen ik me aanmeldde bij een tehuis voor mensen met hersenletsel. Pieter had wat vrijwilligers versleten. Hij kwam vaak nogal direct uit de hoek. Maar toen hij bij onze eerste kennismaking onmiddellijk met pretoogjes eruit flapte dat zijn hobby homoporno schrijven was, had hij mij voor zich gewonnen. Omzichtigheid wordt enorm overschat.

Vanuit zijn leunstoel keek hij me aan, omgeven door limonadeflessen en boeken. Van volwassenmannenverhalen tot Kruistocht in spijkerbroek (wat ondanks de titel echt geen porno is). Opeens stak hij kinderlijk zijn wijsvinger in zijn mond en schemerde een jongetje achter zijn gordijn van sigarettenrook. Hij zocht naar woorden. “Weet je dat ik in Frankrijk ben geweest?”

Inmiddels kennen we elkaar goed. Toen ik deze zomer vroeg wat hij voor zijn verjaardag wenste, zei hij: “Dat je komt is genoeg.” Ik drong aan. Wat wilde hij nou echt hebben? Heel zacht klonk het. “Een pakje viltstiften.”

En elke keer vertelt hij me nog altijd hetzelfde verhaal. Ach, misschien vertellen we allemaal wel steeds hetzelfde verhaal. De sociaal geaccepteerden doen dat echter in verschillende bewoordingen. “Kijk hoe knap ik ben!” “Zie mijn rijkdom met mijn Rollie om mijn pols.” “Heb je mijn glanzende kerstboom en daarmee mijn glanzende leven op Insta gezien?”

We glimmen en glitteren wat af. Pieter niet. Die praat over de Loire. Heel soms vindt hij opeens nieuwe bewoordingen. “Je bent de eerste deze week die ik echt spreek.” Daarmee heeft Pieter met weinig alles gezegd. Want Pieter heeft niemand. Ook deze dagen is er vooral het gezelschap van limonadeflessen, gelezen boeken, verhalen die zich herhalen. En Pieter is de enige niet.

Kerst is de tijd van erbarmen. We kopen een broodje voor de tandeloze buurtzwerver (altijd een zacht bolletje nagelkaas), vullen collectebussen of storten op Rode Kruis/Giro555/Dierenbescherming/KWF. En terecht. We doen heus ons best. Maar we vergeten degenen achter muren. Want Pieter is niet mediageniek met zijn gerook, wijsvinger en eeuwige verhalen. Maar Pieter is er. En Pieter is alleen.

Dus draai ik een kerstpakket in elkaar. Ik hoop dat hij de sigaretjes en Bacardi waardeert. Maar het voelt als lullig doekje voor het bloeden. Want wat hij echt wil, kan ik niet geven. Eeuwige aandacht.

Ooit vroeg hij me indringend: “Denk jij dat ik ooit een grote liefde vind?” Natuurlijk, knikte ik geestdriftig. En nu zou ik willen dat ik hem die kon bezorgen in een grote doos met strik erop. Een jongen om van te houden. Aan wie Pieter altijd zijn verhaal kwijt kan.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over