opinie

'Technologische innovatie als noodhulp is ook niet alles'

Technologische innovatie is niet voldoende als het gaat om noodhulp, stelt Katrien Coppens. Voor hulp in oorlogsgebied is politieke wil nodig.

Katrien Coppens
Iemand van Unicef helpt een kind in de door honger getroffen Syrische plaats Madaya. Beeld ANP
Iemand van Unicef helpt een kind in de door honger getroffen Syrische plaats Madaya.Beeld ANP

Minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) zet in op 'radicale innovatie' vanuit het bedrijfsleven om de noodhulpsector een broodnodige impuls te geven bij de aanpak van de humanitaire crises van dit moment.

Artsen zonder Grenzen steunt haar oproep voor meer hulp in de cruciale eerste fase van noodsituaties en signaleert de urgentie om tot nieuwe samenwerkingsverbanden te komen. De minister ziet alleen wel iets essentieels over het hoofd: technologische innovatie in een klimaat van falende of zelfs tegenwerkende politiek leidt tot een veredeld gadgetbeleid, met alleen schijnoplossingen.

In maart beleeft Syrië een triest jubileum: het zal dan vijf jaar zijn dat de burgeroorlog daar woedt. De gevolgen van die oorlog zijn al te bekend. Volgens de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen zijn 11,1 miljoen mensen zijn binnen en buiten het kapotgeschoten land op de vlucht. Al sinds het eerste jaar van de burgeroorlog proberen noodhulporganisaties als Artsen zonder Grenzen de getroffenen in Syrië te bereiken. Al vijf jaar is de toegang tot hen zeer ontoereikend, zoals ook de recente hongersnood in het Syrische stadje Madaya heeft aangetoond.

Begin van 'het perspectief in eigen land' dat de minister mensen in crisisgebieden graag wil bieden, is dat in elk geval veilig basale hulp geboden kan worden op plekken waar een oorlog het hevigst woedt. Dat is een opdracht waarbij het aankomt op politieke wil, waarbij innovaties uit het bedrijfsleven niet voldoende zijn. De recente bombardementen op de met geavanceerde techniek uitgeruste klinieken van Artsen zonder Grenzen in Afghanistan, Syrië en Jemen maken dat pijnlijk duidelijk.

Unieke kans
Het vereist van de minister, en met haar van de hele Nederlandse regering, dat zij pal staat voor de veilige toegang van onafhankelijk werkende hulpverleners tot oorlogsgebieden, zoals dat gegarandeerd is in het internationale oorlogsrecht.

Dit jaar krijgt de Nederlandse regering een unieke kans op te komen voor deze toegang. In het kader van het EU-voorzitterschap kan zij haar stempel drukken op de EU-inbreng voor de eerste wereldtop over humanitaire hulp, de World Humanitarian Summit (WHS) ooit, die in mei wordt gehouden. De WHS heeft als doel de positie van humanitaire hulp te versterken en hernieuwde steun te genereren voor de naleving van humanitaire principes.

Nieuwe wegen
Het is mooi dat de minister naar nieuwe wegen zoekt om hulpverlening te verbeteren en de capaciteit te vergroten. Innovatie is goud waard en Artsen zonder Grenzen werkt dan ook al jaren met commerciële en andere partijen aan nieuwe behandelmethoden. Dat doen we bijvoorbeeld tegen de resistente vormen van tuberculose en tegen ziekten die alleen in bepaalde ontwikkelingslanden voorkomen. De medicijnen zijn voor die landen onbetaalbaar en worden dus niet eens ontwikkeld.

We zien uit naar verdere innovatieve samenwerking, maar ondertussen verwachten we dat ook de Nederlandse diplomatie voortdurend druk blijft uitoefenen daar waar politiek beleid faalt of hulpverlening wordt tegengewerkt. En dat het Nederlandse noodhulpbeleid verder kijkt dan het bevorderen van indrukwekkende techniek alleen.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll dan naar beneden om een reactie te plaatsen.

Katrien Coppens Beeld
Katrien CoppensBeeld
Meer over