Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Remco Campert is zelf een gedicht in een bundel die je steeds wil herlezen

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Die eerste regels in Remco Camperts eerste dichtbundel Vogels vliegen toch heb ik ervaren als een schok.

Ik geloof in een rivier
die stroomt van zee naar de bergen
ik vraag van poëzie niet meer
dan die rivier in kaart te brengen

Ik las het als: tegendraads zijn, en daarvan op dichterlijke wijze verslag doen. Zestien was ik – en die bundel was toen al achttien jaar oud – en ik wist meteen dat die regels richtingaanwijzers bevatten die vertelden hoe ik wilde leven. En hoe ik wilde schrijven.

Zinnen als toverformules. Ik keek uit het raam, liep (met die dichtbundel) in het Vondelpark en voelde dat mijn leven anders was geworden.

Die bundel stond vol magie.

En toen ik zijn boeken ging lezen, versterkte dat het gevoel van: zo wil ik leven. Door Remco stroomde onafhankelijkheid, Parijs, Antwerpen, bohème, jazz, blues, wijn, liefde, humor, maar vooral vrijheid en poëzie. Overal in en aan Remco was vrijheid en poëzie. Een wandelende poëtische regel.

Na deze dichtbundel las ik Het leven is vurrukkulluk. Dat was ook een bril waardoor ik het leven scherper zag. Wie wilde er niet een meisje als Panda die in dat boek voorkomt. Ja, het bestaat: verliefd worden op een literair personage.

Voor mij gaat al zijn werk over een zoektocht tussen droom en werkelijkheid. Alsof hij uit de werkelijkheid een droom weet te plukken. Hij wil – zoals in zijn eerste gedicht – ‘geen water uit de rotsen slaan’, maar ‘water naar de rotsen dragen’. En dan komt het: ‘maar de kranten willen het anders’.

Campert is zichzelf altijd kritisch blijven bekijken. Uiteraard weer via de poëzie. In 1975, bijna een kwart eeuw na zijn debuut, dicht hij: Rare jaren, deze jaren/ niets komisch veel mislukt/ rollende stenen zonder mos. (…) Maar ook wij/ toen we een gooi naar het grootse deden/ hadden niemand iets te bieden/ dat een schuilplaats gaf (...).

Rare jaren, deze jaren,
niets komisch veel mislukt
rollende stenen zonder mos. (...)
Maar ook wij
toen we een gooi naar het grootse deden
hadden niemand iets te bieden
dat een schuilplaats gaf (...)

Ons had Remco wel iets te bieden. Een manier van leven, een manier van schrijven, een manier van tegen de dingen aan kijken.

Ooit probeerde ik vadermoord te plegen, want ik moest van zijn invloed af. Ik schreef een beroerde recensie waar ik veel spijt van heb, maar waar we later, gelukkig, nog om hebben gelachen.

Ik zag hem vroeger vaak door Oud-Zuid wandelen. Hij werd nooit ouder, leek het. Dat klopt, dacht ik, want hij is zelf een gedicht in een bundel die je steeds wilt herlezen.

Ik zag hem vroeger vaak door Oud-Zuid wandelen. Hij werd nooit ouder, leek het.

Dat klopt, dacht ik, want hij is zelf een gedicht in een bundel die je steeds wil herlezen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over