null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Rembrandts forse neus was me nooit eerder opgevallen

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Karl Malden. Iemand die deze acteur nog kent?

Hij speelde in de televisieserie The Streets of San Francisco, met een jonge Michael Douglas.

Wat vooral opviel aan Karl Malden, en daarom had ik vaak geen idee wat hij nu precies zei, was zijn neus.

Zijn enorme neus.

Ik kon daar heel erg gebiologeerd naar kijken. Hoe was het mogelijk.

Weijers, van wiskunde, had ook zo’n neus. Als hij verkouden was, maakte hij er enorm veel geluid mee. De mare ging dat hij er een knikker mee kon opsnuiven die hij dan even later weer uit zijn mond tevoorschijn toverde.

Harry Mulisch.

Maar deze week zag ik iemand van wie ik het niet had verwacht. Dat hij een grote neus had.

Rembrandt.

Veel zelfportretten van de man gezien, maar het was me eerlijk gezegd nooit opgevallen.

Het is niet zo’n aardappel als van Karl Maden, maar toch best een fors exemplaar.

Er hangt nu een schilderij van de meester in de Hermitage Amsterdam. In het kader van het project Dutch Heritage, waarin beroemde bruiklenen in het museum worden getoond.

Nu is Zelfportret (1669) daar te bewonderen, waarschijnlijk zijn laatste zelfportret. Uitgeleend door het Mauritshuis in Den Haag.

Ik stond oog in oog met de man die in het jaar dat hij zichzelf schilderde zou overlijden, 63 jaar oud. Op dertig centimeter afstand (zo dicht kun je bij hem komen).

Toen zag ik het.

Die neus.

Gingen mijn gedachten dus terug naar mijn jeugd, toen The Streets of San Francisco op tv was.

Karl Malden. (Ook alweer een tijd dood.)

Hij, Rembrandt, had er zelf geen moeite mee, zo te zien, om met zo’n kokkerd uit de kast te komen. Hij schilderde zijn neus vaak, vaker dan welke zeventiende-eeuwse schilder zijn neus schilderde. (Er zijn meer dan tachtig zelfportretten van Rembrandt bekend, waaronder ook tekeningen en etsen.)

Misschien was het een statussymbool. Bij de Egyptenaren bijvoorbeeld stond een grote neus voor wijsheid. Bij de Grieken voor macht.

Er is een ets van Rembrandt uit circa 1628, getiteld Zelfportret met brede neus. (Geen idee of die titel van hemzelf is.)

En in een begeleidende tekst verderop in de tentoonstelling over dit schilderij, lezen we dat hij die neus zo’n beetje als zijn favoriete gezichtsdeel in het licht zette.

Onder het kopje Glimmende neus staat: ‘Sommige delen schilderde Rembrandt heel dun, andere juist heel dik. Zoals zijn neus: die zette hij neer in vette lagen roze verf – hij boetseerde hen haast. Als finishing touch plaatste hij een witte dot. Dat laat het puntje van zijn neus glimmen in het licht.’

Rembrandt en zijn neus.

Geen idee ook of hij in het echt ook zo’n grote neus had. Er zijn alleen die zelfportretten.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over