PlusPunten en komma's

Punten en komma’s: Help, ik sta op de voorpagina

In deze rubriek vertellen we waarom we dingen in de krant schrijven zoals we ze schrijven. Deze week: voorpagina-angst. Vragen? puntkomma@parool.nl

Maxime Smit

In krantenland bestaat een fenomeentje dat zich het best laat omschrijven als ‘voorpagina-angst’. De ene auteur heeft hier helemaal geen last vast. Zij of hij staat het liefst elke dag op de voorpagina, ‘de 1' in krantenjargon, en vindt elke pagina die erna komt een bijzaak en voor mindere goden.

De journalist met voorpagina-angst daarentegen vindt de 1 een intimiderende boel. Deze persoon staat het liefst ergens op pagina 16, lekker veilig en onopvallend. Het creatieve ei is gelegd, maar wat de mensheid verder met het verhaal doet, dat zal allemaal wel.

Die voorpagina-angst is niet geheel gek. De 1 is de prominentste plek van de krant. Dáár vertelt de krant wat het belangrijkste nieuws van die dag is. Dat brengt grote verantwoordelijkheid met zich mee.

Toch valt het belang van de 1 te relativeren. Bijvoorbeeld als je kijkt naar de hobbelige weg die nieuwsberichten soms afleggen voor ze hun definitieve plek in de krant vinden. Van veel berichten is namelijk zowel een groot (voorpagina)bericht te maken als een piepklein bericht: het ‘kogelviseffect’. Dat klinkt misschien vaag, maar met een voorbeeld wordt het duidelijker.

Begin deze maand was er een bericht beschikbaar over onderzoek van Amsterdam UMC. Het ziekenhuis had 34 coronapatiënten bekeken die zich in een week tijd hadden gemeld. Van die 34 was de helft (17 personen) besmet met de omikronvariant van corona. Elf anderen waren besmet met de deltavariant. Van de omikronmensen moesten er slechts vier worden opgenomen. De elf deltamensen moesten daarentegen allemaal worden opgenomen. Voorzichtige conclusie: het zou kunnen dat je van omikron minder ernstig ziek wordt.

Wat nu te doen met dit nieuws? Het was Amsterdams nieuws en het bevestigde wat internationaal werd gezegd: omikron lijkt minder ernstig ziekmakend. Het kon zodoende een voorpagina zijn, opperde een collega: een opgeblazen kogelvis.

Daar stond tegenover dat 34 patiënten erg weinig mensen zijn. Als krant wil je geen grote conclusies ophangen aan een voorlopig nog (te) klein onderzoek. Een voorpagina is dan te prominent. Misschien maar beter een klein bericht dan: een leeggelopen kogelvis.

Uiteindelijk werd het omikronbericht, er was ook ander nieuws, zelfs slechts een ‘paaltje’. Dat is de allerkleinste berichtvorm die er is. Paaltjes tellen zo’n 80 woorden en staan aan de rand van een pagina, gegroepeerd met een of meerdere andere paaltjes.

Zo kan het gaan dus: dezelfde vis (bericht), meerdere verschijningsvormen.

Overigens vindt geen enkele journalist, ook niet de voorpaginamijder, het leuk om te worden gereduceerd tot paalbericht. Soms wordt de ongelukkige auteur gesust met het verhaal dat het bericht in ieder geval nog de ‘opening paal’ is geworden: het bovenste of eerste bericht van de paalberichtjes.

Maar zo’n mager visje wil natuurlijk niemand zijn.

Meer over