PlusPunten en komma's

Punten en komma’s: De ramjournalist en de componerende journalist zijn verschillende wezens

In deze rubriek vertellen we waarom we dingen in de krant schrijven zoals we ze schrijven. Vragen? puntkomma@parool.nl

Maxime Smit

Je hebt grofweg twee typen schrijvende journalisten. Het ene type doet ramramram op het toetsenbord en werpt een stuk dan richting eindredactie. Alstublieft, succes ermee!

Het andere type ziet een artikel meer als een compositie. Bij de componist weet je zeker dat over iedere komma heel goed en lang is nagedacht.

Beide werkwijzen hebben hun voor- en nadelen voor de eindredactie. De rammers zijn snel en doorgaans erg goed in nieuws vinden, maar ze zijn vaker op slordigheden te betrappen: namen die niet juist zijn gespeld, zinnen die niet lekker lopen, feitjes die nét niet helemaal kloppen.

Daar staat tegenover dat zij het over het algemeen niet erg vinden als je voorstelt iets te veranderen. Dat is prettig werken. Je hebt als eindredacteur wat te doen en aan de eindstreep is de auteur soms nog blij met je ook.

De componisten zijn misschien minder snel, maar wel heel secuur, en vaak van de haast literaire achtergrondstukken. Dat kijkt fijn na. Een met aandacht geschreven stuk is vaak ook een mooi stuk om te lezen. Dat maakt vrolijk.

Deze groep vindt het echter meestal helemaal niet leuk als een eindredacteur ingrijpt. ‘Hoezo dit voorbeeld verduidelijken? Mijn stuk is al volmaakt! Jij moet mijn stuk duidelijk nog eens beter lezen, mevrouw de eindredacteur. En wáárom is die komma verschoven? Die stond daar met een o-ver-dui-de-lijk-e reden, dat begrijpt zelfs de grootste oliekoekdommerd!’

Hoe met die verschillen om te gaan? Dat is lastig, maar niet onmogelijk.

Voor stukken die snel zijn geschreven en misschien wat minder secuur moet je langer gaan zitten. Daar is tijd je vriend.

Bij de componerende schrijver is het handig om een ‘oplossingenjasje’ aan te trekken: éérst noteren wat je wilt veranderen, dan het allesovertuigende argument bedenken waarom dat een verbetering is en dán pas de auteur opbellen met jouw oplossing voor het probleem waarvan hij niet wist dat hij het had.

Sowieso is het aardig – en gewenst – om veranderingen altijd te overleggen met de auteur. Dat hoeft niet bij elke komma, maar een inhoudelijke ingreep moet je, in principe, als de tijd het toelaat, altijd voorleggen.

Een collega had eens een trucje bedacht om zijn gelijk te krijgen. Hij kondigde bij een wat gevoelige verslaggever aan dat hij iets ‘heel groots’ wilde veranderen, terwijl het eigenlijk om iets minuscuuls ging. Hij hoopte zo met een soort omgekeerde psychologie de auteur gerust te stellen: kijk hoe voorzichtig ik ben met je stuk, zelfs een heel klein veranderingetje beschouw ik als een mega-ingreep en overleg ik.

Uitkomst: de auteur hing meteen in de gordijnen en wilde niets meer horen over welke wijziging ook. Dat werkte dus niet. Zo leert men.

Meer over