Paul Vugts. Beeld Artur Krynicki
Paul Vugts.Beeld Artur Krynicki

Preventief fouilleren verloopt in Amsterdam zoals nergens anders

PlusPaul Vugts

Paul Vugts

Eens in de zoveel tijd staat de Amsterdamse politie voor gek – soms door toedoen van de korpsleiding, soms door strapatsen van de lokale politiek. Nooit zal ik mijn eerste ‘persmoment’ vergeten. Voor de gewone lezer: dat is een gebeurtenis die pr-types alléén op touw zetten voor journalisten. Vrijwel altijd is het lullig.

Opa vertelt: als verse stagiair van Het Parool zag ik in 1997 agenten over het Damrak skeeleren, gadegeslagen door cameraploegen uit binnen én buitenland. Ons werd ‘een wereldprimeur’ verkocht. Op rolschaatsen zouden ze zakkenrollers nog sneller achterhalen! Een skeeleragent ging hard onderuit, de camera’s zoemden. Het fenomeen stierf een stille dood.

Een jaar of tien later verschenen in de Amsterdamse straten, ook tot verontwaardiging van bevlogen politiemensen, waarschuwingsbordjes. ‘Use it, lose it’, stond bij een foto van een bellende vrouw en een hand die naar haar smartphone grijpt. Je treft ze her en der nog. Was getekend: de politie en het stads(deel)bestuur. Natuurlijk moet iedereen zelf een beetje opletten, maar wat straalde die campagne uit? ‘U bent op uzelf aangewezen, we kunnen niets voor u betekenen, de straat is van de rovers’, zoiets.

In diezelfde lijn van goedbedoelde onnozelheid hebben we nu het fiasco van het preventief fouilleren dat in Amsterdam verloopt zoals nergens anders.

Bedacht tegen het messengeweld dat tienerlevens kost, maar ontspoord door politieke steekspelletjes.

De Amsterdamse gemeenteraad wil, volkomen terecht, etnisch profileren voorkomen. Dat het onuitstaanbaar is dat je steeds wordt gecontroleerd vanwege je uiterlijk omdat je ‘niet westerse’ wortels hebt, staat niet ter discussie.

Om het plan toch te kunnen doordrukken, deden de burgemeester, politiechef en hoofdofficier van justitie precies de verkeerde concessies.

Discriminatie moest worden voorkomen door de fouillerende agenten steeds de vijfde passant te laten controleren, wie dat ook is (of de derde als het erg rustig is). Bovendien moesten onafhankelijke ‘waarnemers’ toezien. Demonstratief schermden politievakbonden met waarnemers van die waarnemers, opdat de agenten niet ten onrechte van racisme konden worden beschuldigd.

U heeft de deerniswekkende taferelen in vele media kunnen zien of lezen.

Hoewel heus wel eens een schilmesje van een bejaarde voorbijganger zal worden ingevorderd, kan de proef niet anders dan mislukken. De tieners en adolescenten van dat messengeweld lopen namelijk niet in die opzichtige fuiken.

Óf controleer in de probleembuurten op onvoorspelbare tijden met een klein (!) gezelschap iedereen van 12 tot 25 jaar, zonder uitzonderingen, óf laat het maar zitten. Het preventieve van dat fouilleren zit erin dat de politie zich manifesteert op plaatsen waar het vaak misgaat. De buurt moet zien dat de staat echt wat tegen dat messentrekken wil doen.

Nu beklagen agenten zich terecht dat ze door toedoen van hun bazen het lachertje zijn.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever.

Reageren? paul@parool.nl.

Meer over