null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Overal waar je een sigaret kon neerleggen, zag je van die oker- en bruinkleurige schroeiplekken

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Ik herinner me de rode Volkswagen Variant op weg naar Italië.

Mijn vader rookte zware Van Nelle en mijn moeder filtersigaretten van het merk Mantano. Op de achterbank ik en mijn drie broers. Die bloedhete auto, zonder airco maar met handdoeken tussen de raampjes geklemd, stond tot die na al die honderden kilometers de camping in Ravenna opdraaide constant blauw van de rook.

Mijn vader die zijn sjekkies van tevoren draaide om ze tijdens het rijden zo op te steken.

En thuis. De nog volle asbak die elke avond voor het slapen gaan in de gootsteen werd gezet, zodat de keuken ’s ochtends vreselijk stonk. Kleren die stonken van de rook. De hond die stonk naar rook. Stinkende monden. Alles doortrokken van rook.

Ik ben er nooit aan begonnen.

Nog steeds kan ik niet goed luisteren naar mensen die net hebben gerookt.

Ik vervloek hen die pal voor de ingang van gebouwen staan te paffen als ik naar binnen wil. Ga ergens anders staan! Ik vervloek ook alle rokers die zomaar hun peuken op de grond gooien. Ruim je troep op!

Beide soorten, in dit geval verenigd tot één hufter, stonden voor de ingang van het ziekenhuis.

In het ziekenhuis bezocht ik voor ik bloed moest laten prikken de toiletten en zag dat ook daar een personeelstekort heerst, gezien de van papier overlopende bakken en de smerige wasbakken en spiegels.

En toen ik de deur van een wc-hokje achter me dichttrok, was ik nog niet van de rokers af.

Aan de muur hing een automaat waar je op twee plekken wc-papiertjes uit kon trekken. Een Tork.

En op die automaat oker- en bruinkleurige brandplekken waar ooit smeulende sigaretten op waren gelegd.

Iets dat je niet verwacht in een ziekenhuis, een fremdkörper.

Er was een tijd dat geen handdoekenautomaat in Amsterdam die schroeiplekken niet had. Je zag die plekken trouwens ook op de spoelbakken van de toiletten. Eigenlijk overal waar je een sigaret neer kon leggen.

Vervlogen tijden. (Zit een mooie fotoserie in, in deze artefacten.)

Roken op de wc. In een ziekenhuis. Ik keek nog eens goed naar de Tork. Ik kon niet goed zien of er verse plekken bijzaten. Ik legde mijn vinger op verschillende sporen, maar het waren koude plekken.

Het rook ook niet naar rook in het hokje.

Ik wist niet waarom die automaat daar hing. Misschien was het een tweedehandsje. Omdat vanwege budgettaire problemen er geen geld is brandplekkenschone automaten op te hangen.

Of als psychologisch experiment. Een waarschuwing. Dat roken dodelijk is, dat je uiteindelijk in het ziekenhuis terechtkomt, en daar aan je einde komt.

Zoiets. Hadden ze er ook plaatjes bij moeten plakken die op sigarettenpakjes staan.

Maar misschien draaf ik door.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over