null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Over twee dagen zou ze negentien worden

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Miles Davis tetterde uit de boxen toen de dochters binnenkwamen.

Het nummer Tutu, want de aartsbisschop was net overleden.

Ik stond op van de bank en liep naar de hal om ze te begroeten. Aan mijn voeten de kerstsokken die ik vorig jaar van ze had gekregen. Bruin, met olijke rendieren. Ik jubelde wat met mijn grote tenen, maar ze hadden geen oog voor de sokken.

Ze luisterden.

“Dat is niet Michael Bublé!” riep Oudste Dochter. “Wat hadden we nou afgesproken?”

“Je mag tijdens kerst alleen Michael Bublé draaien,” zei Jongste Dochter.

Ze klonken zeer verontwaardigd. Voor ik kon vragen of ze wel wisten wie Tutu was, liet Oudste Dochter voor straf haar ijskoude handen onder mijn overhemd glijden. Terwijl ik nog aan het gillen was, werd in de kamer Miles Davis, die nog flink in zijn trompet blies, wreed vermoord.

En even later – de koning is dood, leve de koning! – begon Michael Bublé te zingen dat het ‘a lot’ op kerst begon te lijken. Al was het al tweede kerstdag.

De orde was weer hersteld.

Het werd een schaamteloos gezellig samenzijn. Met kaasjes, worst, olijven, drankjes.

Een avond zonder randje. Tevreden en behoorlijk gelukkig lag ik tussen mijn dochters op de bank naar een pratende beer te kijken. Paddington 2. Een extreme feelgoodfilm met Hugh Grant als een lekker vet aangezette slechterik.

Oudste Dochter zat met natte ogen de film uit.

“Ik huil niet hoor,” zei ze, “kijk maar naar mijn wangen.”

Na het kerstdiner ploften we weer neer op de bank om weer naar Hugh Grant te kijken.

Het onvermijdelijke Love Actually. Wel een kerstfilm.

Bijna net zo mierzoet als het toetje dat Jongste Dochter halverwege de film in de keuken ging bereiden uit het Donald Duck Kookboek: een mousse van verschillende soorten chocolade die zeer goed bij de avond paste.

“Wat heb jij voor haar gekocht?” vroeg Oudste Dochter.

We keken naar de in pauzestand gezette Hugh Grant die als prime minister net was uitgedanst op dat nummer van The Pointer Sisters.

Ik verslikte me in een slokje rode wijn.

Over twee dagen zou ze negentien worden.

“Nog niets. Jij?”

“Een kettinkje.”

De rest van de avond dacht ik koortsachtig na over een cadeau. Jongste Dochter heeft een bewogen jaar achter de rug, ik moet wel met iets goeds op de proppen komen. Dit was toch een randje aan de avond. Helemaal toen het randje in Love Actually voorbijkwam. De halsketting die Alan Rickman níét voor zijn vrouw koopt.

Na de film ging de tv uit, Michael Bublé deed weer van zich horen, en we lagen onderuitgezakt tegen elkaar aan op de bank. Overal armen en benen. “Wat lief,” zei Jongste Dochter, “je hebt onze kerstsokken aan.”

Als ik een cadeau voor haar had geweten, had ik misschien minder schaamteloos gereageerd.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl