Opinie

Opinie: ‘Zo zijn GGD’en wél voorbereid op de volgende crisis’

De GGD’en hebben het zwaar gehad de afgelopen twee jaar. Logisch, zegt Kirsten Wevers, want ze komen al jaren handen en geld te kort om zich voor te bereiden op echte crises. Zij pleit voor meer geld om de geleerde coronalessen beter te implementeren in een plan voor pandemische paraatheid.

Het Parool
null Beeld ANP
Beeld ANP

GGD’en komen al jaren handen tekort om voorbereid te zijn op grote uitbraken en crises. Na twee jaar corona hebben ze, ondanks vele maar tijdelijke coronakrachten, een nijpend tekort aan gespecialiseerd personeel. Daarmee vallen gaten in de infectiebestrijdingsdijken en zijn GGD’en ‘niet voorbereid op een volgende gezondheidscrisis’, aldus GGD Ghor-voorzitter André Rouvoet. Hoogste tijd om te doen waar Nederland van oudsher goed in is: de dijken versterken.

‘Versterk het (basis)niveau van publieke gezondheid – en GGD’en in het bijzonder – door te investeren in kwantiteit, kwaliteit en de vorming van een landelijke ondersteuning ten behoeve van crises’, zo luidde het Verwey-Jonkeradvies afgelopen zomer. De crisisfunctionaliteit, bedoeld om regie te voeren bij landelijke gezondheidscrises, is al in de maak. VWS trekt 300 miljoen uit voor ‘pandemische paraatheid’, maar hoeveel hiervan bestemd is voor regionale basis van infectiebestrijding moet nog blijken.

Kwetsbaarheid

Infectiebestrijders bij GGD’en voorkomen verspreiding van allerlei besmettelijke ziekten in hun regio. Dat doen ze door bron- en contactonderzoek bij besmette individuen en bestrijding van uitbraken. Maar ook een hoge vaccinatiegraad en goede hygiëne zijn belangrijke wapens tegen ziektes zoals mazelen, kinkhoest en voor antibiotica ongevoelige bacteriën.

Al jaren zijn echter veel meer gespecialiseerde bestrijders nodig dan het tiental artsen en verpleegkundigen dat vóór de crisis bij een middelgrote GGD werkte. Niet alleen om lokaal infecties tegen te gaan, maar ook om pandemieproof te zijn. Vanaf maart 2020 wist deze handvol GGD-professionals met moeite honderden nieuwe krachten in te werken én de regionale crisisorganisatie op te tuigen.

De duizenden coronabestrijders die GGD’en momenteel versterken, hebben waardevolle ervaring opgedaan, maar zijn beperkt opgeleid. Bovendien kunnen GGD’en contracten van zelfs de beste krachten maar tijdelijk verlengen omdat structureel geld ontbreekt. GGD’en hebben de regionale capaciteit dus slechts kortdurend versterkt.

Bracheorganisatie GGD GHOR Nederland waarschuwde in 2014 al: ‘De proactieve taken die GGD’en uitvoeren verdienen meer aandacht’, zoals voorbereiding op grootschalige uitbraken, versterken van het regionale netwerk en wetenschappelijk onderzoek. Ook de Inspectie Gezonheidszorg en Jeugd waarschuwde in 2015 voor de kwetsbaarheid van GGD’en. Desondanks bleven veel GGD’en jarenlang onder de Visi-norm, de capaciteitsnorm voor kwalitatief goede infectiebestrijding.

Via gemeenten

Structureel geld voor meer én betere regionale infectiebestrijding ontbreekt omdat GGD’en dit moeten zien te krijgen van gemeenten. Die zien het belang van publieke gezondheid, zoals infecties voorkomen, inmiddels wel in. Maar sinds de decentralisatie kampen ze met fikse bezuinigingsvraagstukken, waardoor noodgedwongen nóg minder geld uitgeven wordt aan preventieve zorg.

Ook VWS, als stelselverantwoordelijke, zag tot nu toe niet in dat investeren in GGD’en nodig is. Na de alarmbellen in 2015 werd ingezet op samenwerking om ‘beter bestand te zijn tegen onverwachte gebeurtenissen zoals een grootschalige uitbraak die tijdelijk meer inzet van personeel vergt’. De kanttekening van de IGJ – ‘GGD’en moeten wel in staat worden gesteld om al hun taken goed uit te voeren’ – is VWS toen ontgaan

Hoogste tijd om de regionale bestrijding onmiddellijk te versterken uit de miljoenenpot voor pandemische paraatheid. GGD’en breiden dan structureel uit, werken aan innovatie en onderzoek én hoeven de beste krachten, die ze danken aan de huidige pandemie, niet weg te sturen. Naast medisch personeel zijn ook andere experts nodig voor een toekomstbestendige dijk, zoals datamanagers en gezondheidsvoorlichters. Door financiering, gelabeld voor infectiebestrijding, via gemeenten te laten lopen kan – waar nódig – recht worden gedaan aan regionale verschillen. Voorlichting over vaccinatie vergt in Amsterdam immers een andere aanpak dan in de Bible Belt.

Samenwerking

Waar nódig, want de coronacrisis heeft laten zien dat GGD’en hun krachten veel meer bovenregionaal of landelijk kunnen bundelen, ook buiten crisistijd. Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van een crisisbestendig informatiesysteem. Aanvullend is een goede taakverdeling en samenwerking noodzakelijk tussen GGD’en en de landelijke crisisfunctionaliteit.

Tot slot maakt regelmatige herziening van de Visi-norm duidelijk hoeveel capaciteit daadwerkelijk nodig is. GGD’en staan te popelen om met de geleerde coronalessen aan de slag te gaan, zodat ze wél optimaal voorbereid zijn op volgende gezondheidscrises. Overheid, wacht niet langer met de structurele financiering die hiervoor nodig is.

Kirsten Wevers is gespecialiseerd arts Maatschappij en Gezondheid en werkt als arts Infectieziektebestrijding bij een regionale GGD.

Kirsten Wevers. Beeld Marjolein Regterschot
Kirsten Wevers.Beeld Marjolein Regterschot
Meer over